4V Beco BedrStar H6.1

Balans opstellen
1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
BedrijfseconomieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Balans opstellen

Slide 1 - Tekstslide

teken/maak een Balans voor het bedrijf Knol BV op 1 januari 2024

Slide 2 - Tekstslide

2.4 en 2.10
De inventaris hoort bij de ...(1)
De onderhandse lening hoort bij het ...(2)
A
1> vaste activa 2> lang vreemd vermogen
B
1> vaste activa 2> kort vreemd vermogen
C
1> vlottende activa 2> lang vreemd vermogen
D
1> vlottende activa 2> kort vreemd vermogen

Slide 3 - Quizvraag

2.10
Krediet van de leverancier hoort bij de ...(1). Dit staat aan de ...(2) van de balans
A
1 debiteuren 2 linkerkant
B
1 debiteuren 2 rechterkant
C
1 crediteuren 2 linkerkant
D
1 crediteuren 2 rechterkant

Slide 4 - Quizvraag

Debet
Credit
vooruitbetaalde bedragen
vordering op klanten
ontvangen afnemerskrediet
te betalen btw
schulden aan leveranciers
nog te betalen kosten
te ontvangen btw

Slide 5 - Sleepvraag

Balansmutaties
Veranderingen van balansposten

Maak niet (niet!), ik herhaal niet, bij elke mutatie een compleet nieuwe balans. Een mutatie is precies dat: een mutatie. Niets meer en niet minder
Had ik al gezegd dat je niet bij elke mutatie een nieuwe balans op moet gaan stellen?

Slide 6 - Tekstslide

De balans moet in balans blijven
Een stijging van een balanspost heeft gevolgen

  • Een balanspost aan dezelfde kant daalt
  • Een balanspost aan de andere kant stijgt
  • Een combinatie van dezelfde kant daalt en de andere kant stijgt kan ook voorkomen

Slide 7 - Tekstslide

Eerst voorbeelden exclusief BTW

Slide 8 - Tekstslide

Voorbeeld
Een bedrijf koopt voorraad voor €1.000,- en betaalt cash.





Verandering activa €0 en verandering passiva €0
 
 
 

Slide 9 - Tekstslide

Voorbeeld
Een bedrijf koopt voorraad voor €1.000,- en betaalt op een later moment. (Ze koopt op rekening)




Verandering activa €1.000,- en verandering passiva €1.000,-

 
 
 

Slide 10 - Tekstslide

Voorbeeld
Een bedrijf koopt voorraad voor €1.000,-. Ze betaalt cash  €250,- en koopt de rest op rekening. 
 



Verandering activa +€750 en verandering passiva +€750
 
 

Slide 11 - Tekstslide

Welke balansmutaties vinden er plaats?
Betaling per bank aan crediteuren €14.000.
A
Kas -€14.000 Crediteuren +€14.000
B
Kas -€14.000 Crediteuren -€14.000
C
Bank -€14.000 Crediteuren -€14.000
D
Bank -€14.000 Crediteuren +€14.000

Slide 12 - Quizvraag

Hoe ziet dit eruit?
Betaling dus bank daalt.
Crediteuren (schuld) daalt, want er wordt afgelost.

Slide 13 - Tekstslide

Welke balansmutaties vinden er plaats?
Per kas gekocht goederen €1.400.
A
Voorraad -€1.400 Kas -€1.400
B
Voorraad +€1.400 Kas -€1.400
C
Voorraad -€1.400 Crediteuren -€1.400
D
Voorraad -€1.400 Crediteuren +€1.400

Slide 14 - Quizvraag

Hoe ziet dit eruit?
Betaling via kas, dus kas daalt.
Er wordt voorraad gekocht, dus voorraad stijgt. 

Slide 15 - Tekstslide

Welke balansmutaties vinden er plaats?
Ontvangen per bank van debiteuren €6.400.
A
Debiteuren -€6.400 Kas -€6.400
B
Debiteuren +€6.400 Bank +€6.400
C
Debiteuren -€6.400 Bank +€6.400
D
Debiteuren +€6.400 Kas -€6.400

Slide 16 - Quizvraag

Hoe ziet dit eruit?
Debiteuren betalen, dus debiteuren daalt.
Ontvangen betaling via bank, dus bank stijgt. 

Slide 17 - Tekstslide

Welke balansmutaties vinden er plaats?
Als:
De onderneming verkoopt goederen op rekening voor €14.200. De inkoopwaarde is €9.400.
A
Debiteuren +€14.200 Voorraad -€9.400, Eigen Vermogen+€4.800
B
Debiteuren -€14.200 Voorraad -€9.400, Eigen Vermogen+€4.800
C
Debiteuren +€14.200 Voorraad -€14.200
D
Debiteuren +14.200 Voorraad -€9.400, Eigen Vermogen-€4.800

Slide 18 - Quizvraag

Hoe ziet dit eruit?
Verschil tussen verkoop en inkoop = brutowinst
Dit komt terecht in het eigen vermogen.

Slide 19 - Tekstslide

Welke balansmutaties vinden er plaats?
Betaald per kas diverse kosten €2.200.
A
Kas -€2.200 Eigen vermogen -€2.200
B
Kas -€2.200 Kosten +€2.200
C
Kas -€2.200 Vreemd vermogen +€2.200
D
Kas +€2.200 Kosten -€2.200

Slide 20 - Quizvraag

Hoe ziet dit eruit?
Kosten betaald per bank, dus kas daalt.
Opbrengsten en kosten komen in het eigen vermogen terecht. Bij kosten, daalt het eigen vermogen.

Slide 21 - Tekstslide

Nu voorbeelden inclusief BTW

Slide 22 - Tekstslide

Inkoop incl. BTW
Inkoop op rekening goederen voor € 3.630 incl. BTW
Balansmutaties?


Slide 23 - Tekstslide

Inkoop incl. BTW
Inkoop op rekening goederen voor € 3.630 incl. BTW


Voorraad + 3.000                                  Crediteuren + 3.630
Te vorderen BTW + 630                                                                  

Slide 24 - Tekstslide

Verkoop incl. BTW
Verkoop goederen voor € 1.210 per kas
Inkoopwaarde was € 300 excl. BTW
Balansmutaties?


Slide 25 - Tekstslide

Verkoop incl. BTW
Verkoop goederen voor € 1.210 per kas
Inkoopwaarde was € 300 excl. BTW


Kas + 1.210                                                  Eigen Vermogen + 700
Voorraad - 300                                                 Te betalen BTW + 210

Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Tekstslide