Democratie 2 Horizon 2023

1 / 35
volgende
Slide 1: Tekstslide
BurgerschapMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 35 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

             POLITIEK  

Slide 2 - Tekstslide

Wat gaan we vandaag doen?

Periode 3 Politieke Dimensie uitleggen 

  • Lesdoelen bespreken 
  • Groepsopdracht uitleggen
  • Lesson.up
  • Kennisoefeningen maken
  • Feedbackronde
  • Afsluiting

Slide 3 - Tekstslide


Hoofdstuk 2

1. Democratie in Nederland
   2. Parlementaire Democratie
 3. Volksvertegenwoordigers

Hoofdstuk 3 

Invloed op de politiek
3.1 Agendavorming
3.2 Actievoeren
3.3 Pressiegroepen
3.4 Politiek en media


Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Leerdoel


  • Aan het einde van de les weten jullie nog steeds wat de kenmerken van een parlementaire democratie en dictatuur zijn.

  • Jullie weten het verschil tussen een actiegroep en pressiegroep

Slide 6 - Tekstslide

Democratie in Nederland

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Volksvertegenwoordigingen in Nederland
Gemeenteraad
Volksvertegenwoordigers van een gemeente beslissen over gemeentelijke kwesties.
Provinciale Staten
Volksvertegenwoordigers van een provincie beslissen over provinciale kwesties
Parlement
Volksvertegenwoordigers van het land beslissen over landelijke kwesties.



Slide 9 - Tekstslide

Democratie
Dictatuur
Het volk heeft de macht.
De macht is ontstaan door middel van geweld.
Er zijn vrije en eerlijke verkiezingen.
Het woord van de machthebber is de wet.
Er is een scheiding van machten.
Je mag in de krant geen slechte dingen schrijven over de overheid.
Politieke gelijkheid voor iedereen.
De vrijheid van burgers wordt beschermd.
Het oprichten van een protestgroep is toegestaan.
Journalisten kunnen niet alles schrijven wat ze willen schrijven.
De macht ligt bij één persoon of partij.
Er is persvrijheid.
De koning en de koninklijke familie hebben alle macht.
Je mag de overheid aanklagen.
De politie kan makkelijk omgekocht worden.

Slide 10 - Sleepvraag

Waar bestaat de regering uit?
A
Koning en de ministers
B
De ministers
C
De ministers en eerste kamer
D
De ministers en tweede kamer

Slide 11 - Quizvraag

De politiek is dus onze volksvertegenwoordiging. Hoe wordt de politiek gekozen?
A
Door de burgemeester.
B
Door de Koning.
C
Door de burgers.
D
Door de minister-president.

Slide 12 - Quizvraag

Waar bestaat het parlement uit?
A
Eerste en tweede kamer
B
Kabinet
C
Koning en ministers
D
Regering

Slide 13 - Quizvraag


Waaruit bestaat het
kabinet Rutte IV uit?
A
CDA, VVD, D66, Groen Links
B
CDA, VVD, PVDA, Groen Links
C
CDA, VVD, PVDA, Christen Unie
D
VVD, CDA, D66, Christen Unie

Slide 14 - Quizvraag

Wie benoemt de ministers?

A
de voorzitter van de Tweede Kamer
B
De Koning
C
De burgers
D
de voorzitter van de Eerste Kamer

Slide 15 - Quizvraag

Hoe worden de Eerste Kamerleden gekozen?

A
die worden niet die gekozen, maar benoemd
B
dat doen de leden van Provinciale Staten
C
dat gebeurt gelijk met de Tweede Kamer
D
dat doen de burgers

Slide 16 - Quizvraag

Slide 17 - Tekstslide

Wat is volgens de Grondwet geen taak
van de regering?

A
zorg voor voldoende werk
B
zorgen voor een schoon milieu
C
zorg voor onderwijs
D
zorg voor sportvelden en sporthallen

Slide 18 - Quizvraag

ZE
timer
15:00

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Tekstslide

H3 Agendavorming
Agendavorming

De politieke agenda bestaat uit de onderwerpen die in de politiek worden besproken.
Je kunt een voorstel indienen bij de gemeenteraad.
Je kunt zelf een probleem aankaarten bij een Tweede Kamerlid.


Slide 21 - Tekstslide

Politieke modellen
Het systeemmodel


1. Inputfase = wensen en ideeën van burgers
2. Conversiefase = deze omzetten in politieke keuzes
3. Outputfase = besluiten nemen en uitvoeren

Slide 22 - Tekstslide

Politieke modellen

Slide 23 - Tekstslide

Het Barrièremodel

Het barrièremodel

1. Steun krijgen in de samenleving
2. Politieke steun krijgen
3. Een politieke meerderheid halen
4. Uitvoering mogelijk maken en controleren


Slide 24 - Tekstslide

Barrièremodel

Slide 25 - Tekstslide

Actievoeren
Actievoeren

  • Iets doen om een politiek doel te bereiken.
  • Demonstreren
  • Petitie indienen


Slide 26 - Tekstslide

Geef een voorbeeld van
een actiegroep

Slide 27 - Woordweb

Actie voeren
Demonstratie: 
Een groep mensen die bij elkaar komt om ergens tegen te protesteren of om aandacht te vragen voor een probleem.

Petitie: 
Een oproep aan volksvertegenwoordigers om een bepaalde politieke beslissing te nemen of een probleem op te lossen.


Slide 28 - Tekstslide

Groningen
Greenpeace

Slide 29 - Tekstslide

Burger initiatief
Initiatief van burgers om een bepaald onderwerp op de agenda van de Tweede Kamer te krijgen.

 Als ten minste 40.000 mensen het initiatief ondertekenen, moet het onderwerp in de Tweede Kamer worden besproken.

Slide 30 - Tekstslide

Pressiegroepen 

Oefenen druk uit op de politiek en hebben een bepaald doel voor ogen.

Voorbeelden zijn werknemersorganisaties FNV en CNV.

Actiegroepen

Hebben één bepaald doel
willen hun doel bereiken door actie te voeren

Slide 31 - Tekstslide

Pressiegroepen kunnen worden onderverdeeld in 
actiegroepen en belangengroepen.





Belangengroepen

Zetten zich in voor de belangen van een bepaalde groep mensen of voor een bepaald onderwerp
Bijvoorbeeld de Fietsersbond: 

Zorgen om gevaarlijk fietspad
bijvoorbeeld de Fietsersbond: Zorgen om gevaarlijk fietspad

Slide 32 - Tekstslide

Bedankt voor jullie aandacht!
Je weet nu wat een democratie is en een dictatuur.

Jullie weten wat politieke modellen zijn

Jullie weten het verschil tussen een actiegroep en pressiegroep


Slide 33 - Tekstslide

Slide 34 - Tekstslide

(T)huiswerk
Maken:
Schokland online
Thema 1: Democratie
Kennisoefening 1 en 2
en verdiepingsoefening

Slide 35 - Tekstslide