cross

3 tl H5 chemische reacties

hst 5 chemische reacties 
1 / 41
volgende
Slide 1: Tekstslide
ScheikundeMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 3

In deze les zitten 41 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

Onderdelen in deze les

hst 5 chemische reacties 

Slide 1 - Tekstslide

programma les 1;
- herhaling verbrandingsreacties
- verschil onvolledig/volledige verbranding
- langzame verbrandingen
- verbrandingen stoffen met zwavel
- aantoningsreacties
- Cl 2: Leren 5.1 en maken 1 t/m 8 + 10 ((b+c niet)

Kijk je hw zelf na en verbeter met behulp van antwoordenboek B bij jaarmateriaal in classroom.

Slide 2 - Tekstslide

volledige verbranding koolwaterstoffen
  1. kleurloze of blauwe vlam
  2. CxHy + O2(g) -->  H2O(l) +   CO2(g)
  3. beide gassen zijn broeikasgassen en kunnen zorgen voor versterkt broeikaseffect als ze onstaan bij verbranding van fossiele brandstoffen

onvolledige verbranding koolwaterstoffen
  1. oranje of gele vlam
  2.  CxHy+ O2(g)--> H2O(l)+ C(s) + CO(g)
  3. koolstofmonoxide (=kolendamp)is een dodelijk gas
  4. koolstofmonoxide is zwaar (net als koolstofdioxide), kleur- en geurloos en voorkomt opname van zuurstof -> je stikt
Als de brandstof ook zwavel bevat ontstaat bij verbranding altijd zwaveldioxide SO2(g)

Slide 3 - Tekstslide

langzame verbrandingen
(ontstaat geen vlam wel warmte)
  • b.v. verteren van voedsel of het oxideren van metalen 
  • Ook hierbij ontstaat altijd WARMTE
  • Algemene notatie van verbrandingen:
  • brandstof + zuurstof--> verbrandingsproduct(en)
  • verbrandingsproducten zijn oxides (verbindingen met zuurstof)
  • water en koolstofdioxide kun je aantonen (= bewijzen) zie slides hierna

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Video

Slide 6 - Video

dus als je wilt bewijzen dat je een koolwaterstof verbrandt:
Daarvoor maak je gebruik van een Reagens = stof die een andere stof zichtbaar maakt
  • Water toon je aan met wit kopersulfaat want dat wordt blauw 
  • Koolstofdioxide toon je dus aan met  helder kalkwater  want dat wordt  troebel en wit
moet je aantonen (=  bewijzen) dat  de onzichtbare verbrandingsproducten waterdamp en koolstofdioxide zijn ontstaan. 

Slide 7 - Tekstslide

b.v aantonen dat hout een koolwaterstof is met een proef
  1. verbrand de brandstof
  2. vang de verbrandingsgassen op en laat
    ze door deze opstelling gaan
  3. als waterdamp bij het witte kopersulfaat
     komt kleurt dit blauw
  4. als koolstofdioxide door kalkwater gaat
    wordt dit troebel en wit
  5. nu heb je beide stoffen aangetoond =bewezen
  6. conclusie: hout is een koolwaterstof

Slide 8 - Tekstslide

Belangrijke aantoningsreacties
aan te tonen stof
indicator/aan-toningsproef
waarneming
water 
wit kopersulfaat
wit kopersulfaat wordt blauw in contact met water
koolstof-dioxide
kleurloos/helder kalkwater
wordt troebel en wit als er CO2 doorheen gaat
waterstof
gas opvangen en aansteken
je hoort een blaffend geluid
zuurstof
gloeiend voorwerp erbij 
voorwerp gaat feller branden
zwaveldioxide
joodwater
geel joodwater ontkleurt

Slide 9 - Tekstslide

aan de slag
Leren 5.1 en maken 1 t/m 8 + 10 ((b+c niet)

Kijk je hw zelf na en verbeter met behulp van antwoordenboek B bij jaarmateriaal in classroom.

Slide 10 - Tekstslide

5.2 reactievergelijkingen en naamgeving
  • vragen hw?
  • systematische naamgeving uitleg 
  • herhaling reactievergelijking opstellen en kloppend maken

Slide 11 - Tekstslide

Naamgeving moleculaire stoffen:
hoeveel atomen van elke soort in verbinding
  • atoomsoorten uit tabel 4 in de stof--> naam eindigt altijd op .........ide
  • telwoorden: tabel 5 wat in de naam voor de atoomsoort staat, staat in de formule erachter
  • b.v. difosforpentaoxide (P2O5
  • moleculaire stoffen bevatten nooit metaalatomen
  • veel stoffen hebben een triviale naam, zie binas tabel 42




tabel 4 vervoegingen
tabel 5 griekse naamwoorden
voorbeelden naamgeving

Slide 12 - Tekstslide

Neem over en maak in je schrift
  1. noteer het reactieschema (= in woorden) met toestands-aanduiding (s) =vast, (l) =vloeibaar, (g) = gasvormig
  2. noteer daarna in symbolen (check of je voor én na de reactie dezelfde atoomsoorten hebt)
  3. kloppend maken  

Slide 13 - Tekstslide

stel bij de volgende situaties de reactievergelijking op; eerst in woorden, dan in symbolen en maak kloppend
  1. bij de verbranding van waterstof wordt er waterdamp gevormd.
  2. Bij het roesten van ijzer ontstaat ijzeroxide met de formule Fe2O3
  3. Bij de onvolledige verbranding van ethaan C2H6 (g) ontstaat naast water nog een andere stof

Slide 14 - Tekstslide

verbranding van waterstof
  1. waterstof + zuurstof --> waterdamp
  2.     
H2(g)+O2(g)>H2O(g)
2H2(g)+O2(g)>2H2O(g)

Slide 15 - Tekstslide

bij het roesten van ijzer onstaat ijzeroxide Fe2O3
  1. ijzer + zuurstof --> ijzeroxide    
  2.  
Fe(s)+O2(g)>Fe2O3(s)
4Fe(s)+3O2(g)>2Fe2O3(s)

Slide 16 - Tekstslide

onvolledige verbranding van ethaan (= C2H6(g)) waarbij waterdamp en 1 andere stof ontstaan
  1. ethaan + zuurstof --> waterdamp + koolstofmonoxide
  2. hier is het handig om eerst de molecuulformules te noteren zodat je makkelijker kunt bedenken wat de andere stof is    
C2H6(g)+O2(g)>H2O(g)+CO(g)
2C2H6(g)+5O2(g)>6H2O(g)+4CO(g)

Slide 17 - Tekstslide

aan de slag
les 1: leren 5.2 maken: 1 t/m 12

les 2: maken 5.2 opg 13 t/m 15 + leren 5.3 en maken 5.3 opg : 2, 4, 




Slide 18 - Tekstslide

par 5.3 rekenen aan reacties
  • vragen hw? bespreken hw 10 min (cl2 nog par 2 bespreken!)
  • wet van behoud van massa,(massa gaat nooit verloren!)
  •  massaverhouding
  • bespreken hw vervolg of zelf
     aan het werk met hw volgende
    week 

Slide 19 - Tekstslide


  •  stel een kloppende reactievergelijking op
  • stoffen reageren altijd met elkaar in een zelfde verhouding
  • vul alle gegevens in een verhoudingstabel in en bereken je onbekende
  • of werk met kruislingsvermenigvuldigen z.o.z.
Rekenen aan reacties met de Wet van behoud van massa
(Massa gaat nooit verloren!)

Hoeveel magnesium is er dan nodig om 10 g magnesiumoxide te maken?

Slide 20 - Tekstslide

  1. Reactievergelijking:     RV:2 Mg(s) + O2(g)--> 2 MgO(s)
  2. Massaverhouding:        MV:  9 g     +    8 g   ---> 17 g
  3. Gegeven gevraagd:       GG:      ?       +   O2(g) --> 10 g
  4. Oplossing:                         opl:       Mg x 17 g = 9 g x 10 g
                                                     dus     Mg = 90 g     = 5,29411 g         5 g
                                                                                17
  5. Controle:      5,29 x 17 = 9x 10   = 90 klopt!                      
Hoeveel magnesium nodig om 10 g magnesiumoxide te maken?

Slide 21 - Tekstslide

Slide 22 - Tekstslide

aan de slag
leren 5.3 maken: 5, 7, 10  + maken par 5.4: 1 t/m 3, 5, 7, 9




Slide 23 - Tekstslide

5.4 versterkt broeikaseffect
  • verschil natuurlijk en versterkt broeikaseffect
  • oorzaken van versterkt broeikaseffect 
  • gevolgen versterkt broeikaseffect 

Slide 24 - Tekstslide

  1.   C en H atomen blijven opgeslagen in  hout (= glucose)
    bij verbranding ontstaat weer CO2  (en H2O ) 

  2. bij het verbranden van fossiele brandstoffen wordt deze
      kringloop verstoord omdat er te veel tijd 
     tussen opname en afgifte van CO2 zit 
    dus versterkt broeikaseffect.

  3. bij het verbranden van biobrandstoffen wordt de kringloop niet verstoord -->  geen  extra CO2 in de atmosfeer dus geen  versterkt broeikaseffect.)
koolstofdioxidekringloop in planten: normaal altijd +- evenveel CO2 in dampkring
Eerst fotosynthese daarna verbranding (of rotten)
volledige verbranding organisch materiaal altijd
(CxHY)+ O2(g)--> CO2 (g)+H2O(l)  

Slide 25 - Tekstslide

  • Ontstaat door broeikasgassen ( b.v. H2O en  CO2 )in de dampkring. 
  • Deze gassen houden een deel van de warmte van de zon vast
  • Broeikaseffect is nodig om leven te laten ontstaan. 
  • Zonder dampkring zijn de temperatuurverschillen op aarde  daarvoor te groot. 
Natuurlijk broeikaseffect (links)

Slide 26 - Tekstslide

  • stijging van broeikasgassen zoals  H2O en  CO2  in dampkring waardoor:
  • gemiddelde temperatuur stijgt
  • verandering klimaat: sommige plekken droger andere plekken juist vochtiger
  • smelten poolijs en  stijging waterspiegel
  • uitsterven dieren en planten en  meer kans op epidemie
                  Versterkt broeikaseffect (rechts)  
Door verbranding van fossiele brandstoffen

Slide 27 - Tekstslide

Duurzaamheid

Slide 28 - Tekstslide

Duurzaamheid
Duurzaamheid="proberen te voldoen aan de behoeften van het heden, zonder de behoeften in de toekomst te beperken ".

Zo mens- en millieuvriendelijk mogelijk produceren zonder te aarde uit te putten.

Slide 29 - Tekstslide

Groene Chemie
  • Ga veilig om met chemicalien
  • Verbruik weinig energie en grondstoffen
  • Recycle grondstoffen =hernieuwbare grondstoffen
  • Recycle energie/ gebruik groene energie
  • Produceer zo min mogelijk afval -> hergebruik
  • Denk om de toekomst

Slide 30 - Tekstslide

Rekening houden met de toekomst
Grondstoffen raken op dus koop niet onnodig en recycle !!
  • Plastic
  • Elektrische apparaten
  • Papier, kleding etc.  
Energieverbruik:
  • Ga zuinig om met energie (extra trui, energiezuinige apparaten, isoleren, moet je vliegen?)
  • Gebruik alternatieve energie-bronnen
  • Gebruik rest-warmte voor elders in het proces
Iedereen maakt zijn eigen keuzes, begin ergens en kies slim!!

Slide 31 - Tekstslide

verwerking:
maken test jezelf hst 5+ oefentoets
toetsweek hst 4 + 5

Slide 32 - Tekstslide

2 H2O --> 2 H2 + O2
Wat voor soort reactie is dit?
A
Verbranding
B
Ontleding
C
Vorming

Slide 33 - Quizvraag

2 C6H14 + 13 O2--> 12 CO + 14 H2O
Wat voor soort reactie is dit?
A
Verbranding
B
Ontleding
C
Vorming
D
Onvolledige verbranding

Slide 34 - Quizvraag

Maud leidt lucht door kalkwater tot het troebel en wit wordt.
Welke stof uit de lucht veroorzaakt dit?
A
koolstofdioxide
B
stikstof
C
waterdamp
D
zuurstof

Slide 35 - Quizvraag

Bij een onvolledige verbranding van koolwaterstoffen ontstaan:
A
zuurstof en roet
B
koolstof en koolstofdioxide
C
koolstof, koolstofdioxide en waterdamp
D
roet, koolstofmonoxide en waterdamp

Slide 36 - Quizvraag

Welk van de volgende uitspraken is/zijn niet waar
A
bij een volledige verbranding is de vlam oranje/ geel
B
een ander woord voor koolstofmonoxide = kolendamp
C
koolstofmonoxide en roet zijn beide brandbare stoffen
D
koolstofdioxide is een zwaar en giftig gas

Slide 37 - Quizvraag

Welk van de volgende uitspraken over het broeikaseffect is/zijn waar
A
broeikaseffect wordt veroorzaakt door CFK's
B
broeikaseffect is nodig om leven te laten ontstaan op een planeet
C
versterkt broeikaseffect ontstaat door koolstofmonoxide
D
verbranden van fossiele brandstoffen zorgt voor versterkt broeikaseffect

Slide 38 - Quizvraag

einde les 6
hw: goed lezen hst 6.1
maken 1t/m 4,7,10,11

Slide 39 - Tekstslide

groepsopdracht: beantwoord de volgende vragen
(in 4 min. )
  1. Je krijgt vlam in de pan: wat moet je doen? en welke brandvoorwaarde(n) haal je dan weg?Leg uit.
  2. geef de kloppende reactievergelijking
van de onvolledige verbranding van methaan. (roet en koolstofdioxide mag je weglaten) Waaraan kun je een onvolledige verbranding herkennen?

Slide 40 - Tekstslide

programma 20/21 juni: 
1. Afmaken practicumdossier: 10 min. met zelfde partner als bij proef! 
2. Voorbereiden practicum morgen:
  • Ophalen theorie
  • Demo proeven
3. Inzage toets/bespreken + maken afspraken herkansen/inhalen!
 i uur: vanmiddag 14.20
I.v.m. bronchitis probeer ik zo min mogelijk te praten, dus graag alleen vragen wat noodzakelijk is!

Slide 41 - Tekstslide