debatteren 5 vwo

Debat
1 / 40
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 5

In deze les zitten 40 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 4 videos.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Debat

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Debat
Wat is een schooldebat?
Wat is het verschil met een discussie?
Hoe ziet een goede stelling eruit?
Hoe ziet een debat (opbouwbeurt) eruit?



Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 3 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Debat
De voorstanders nemen over een stelling of kwestie een positief standpunt in, de tegenstanders een negatief standpunt. 

Beide partijen geven argumenten voor hun 
standpunt en proberen de argumentatie van de 
andere partij te weerleggen.

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Jury
Ieder debat kent een jury. De jury beslist welk team het beste gedebatteerd heeft en gewonnen heeft.


De sprekers richten zich altijd tot de jury:
‘geachte jury, geachte opponenten, mededebaters 
en aanwezigen.’

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Debat

  • Je overtuigt de jury en het publiek van jouw gelijk dus niet je tegenstander.
  • Een debat kent structuur, regels en spreektijden.
  • In de beoordeling van een debat gaat het over: inhoud, samenwerking én presentatie.

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het verschil tussen een debat en een discussie?

Slide 7 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Debat

  • Scherp geformuleerde stelling

  • Overtuigen jury

  • duidelijke regels

  • eindoordeel op basis van vooraf afgesproken criteria
Discussie

  • al pratend positie innemen


  • overtuigen gesprekspartner

  • geen regels

  • eindoordeel op basis van gevoel

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Debat - de stelling
Centraal in een debat staat een stelling, oftewel een uitspraak of standpunt waar de meningen over kunnen verschillen.



Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Debat - stelling
Een goede debatstelling is:
  • controversieel: het onderwerp is omstreden en roept een
      duidelijk verschil van mening op;
  • nauwkeurig geformuleerd: het is exact duidelijk wat het
     onderwerp van het debat is;
  • meestal gericht op een beleidsverandering.

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Iedere volwassen Nederlander moet een basisinkomen krijgen.
timer
0:30
A
Controversieel, scherp geformuleerd, wel beleidsverandering
B
Controversieel, niet scherp geformuleerd, geen beleidsverandering
C
Niet controversieel,scherp geformuleerd, geen beleidsverandering
D
Niet controversieel, niet scherp geformuleerd, wel beleidswijziging

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


Sociale media hebben een slechte invloed op jongeren.
timer
0:30
A
Controversieel: - Scherp geformuleerd: + Beleidsverandering: +
B
Controversieel: + Scherp geformuleerd: - Beleidsverandering: -
C
Controversieel: - Scherp geformuleerd: + Beleidsverandering: -
D
Controversieel: + Scherp geformuleerd: - Beleidsverandering: -

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De stelling
  • Controversieel: +, want veel mensen zijn het hier niet met eens.
  • Scherp geformuleerd: - , het is meer een constatering dan een standpunt. Onduidelijk welke slechte invloed sociale media hebben.
  • Beleidsverandering: - , wat er veranderen moet en hoe de slechte invloed kan worden beperkt ontbreekt.



Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Geef een beter alternatief voor de stelling: 'sociale media hebben een slechte invloed op jongeren.'

Slide 14 - Open vraag

De leeftijdsgrens van 16 jaar voor het gebruiken van sociale media moet strenger gehandhaafd worden.

Darten moet een olympische sport worden.
timer
0:30
A
wel controversieel, niet scherp geformuleerd, geen beleidswijziging
B
wel controversieel, wel scherp geformuleerd, wel beleidswijziging.
C
niet controversieel, wel scherp geformuleerd, geen beleidswijziging
D
niet controversieel, niet scherp geformuleerd, wel beleidswijziging

Slide 15 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Darten moet een Olympische sport worden
  • Controversieel: + , darten is populair, veel mensen zijn het eens,  aan de andere kant zijn er mensen die vinden dat darten geen echte sport is en darters geen sporters zijn.
  • Scherp geformuleerd: + , het standpunt is volkomen duidelijk.
  • Beleidsverandering: + , het IOC zal de regels moeten aanpassen.


Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De stelling definiëren
Om over een goede stelling te debatteren, moet deze goed gedefinieerd worden.

Hoe doe je dat?

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De stelling definiëren
‘Onderdak geven aan illegalen moet strafbaar worden.’


De voorstanders leggen uit wat ze precies onder onderdak geven verstaan.

De voorstanders definiëren wanneer iemand illegaal is.


Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De stelling definiëren
Huidige situatie, de toekomst en de actie daartussen.

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De stelling definiëren
De tegenstanders moeten in het debat antwoord geven op de volgende vragen

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat heb je geleerd je
over de debatstelling?

Slide 23 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Hoe ziet het debat eruit?

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De opbouwbeurt

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Een knallende opbouwbeurt
Introduceer de stelling met humor, een anekdote, een schokkende feitje of een beeldend beschreven probleem.


Geef de structuur van je argumenten weer in prikkelende, bondige labels.


Werk je argumenten S-Ex-I uit.

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Labels
  • Bedenk bij ieder argument een duidelijk label.
  • Vermijd zo veel mogelijk vage labels zoals ‘het economisch argument’.
  • Voorbeelden van specifiekere labels:  de voedselprijs, het ondernemersklimaat, de noodzaak van landbouwsubsidies.

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Een knallende opbouwbeurt
  • Overdrijf: in plaats van te spreken over dat het plan “slecht voor de economie” is, kan je ook spreken over hoe het “desastreus is voor de economie”.
  • Een goede manier om je structuur te laten beklijven is door metaforen te gebruiken. “Ten eerste ga ik uitleggen dat we het probleem bij de wortels aan moeten pakken. En ten tweede…”

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 30 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Debat
Wat is een schooldebat?
Wat is het verschil met een discussie?
Hoe ziet een goede stelling eruit?
Hoe ziet een debat eruit?



Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Regels in een debat
Regel 1


Richt je tot de jury en tot het publiek. Het is een spel. Probeer de jury te overtuigen van je gelijk.

Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Regel 2


Spreek nooit direct tegen de tegenpartij. (Jullie zeiden dat..)

Zeg: Mijn tegenstander(s) zeiden dat...

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Regel 3

Je mag elkaar niet onderbreken. Reageren mag alleen in je eigen beurt. Als je wil reageren, ga je staan en je wacht tot je van de debatleider het woord krijgt.

Slide 36 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 37 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 38 - Video

Deze slide heeft geen instructies

over welke stellingen gaan jullie volgende week debatteren?

Slide 39 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

wat hebben jullie nu geleerd over debatteren?

Slide 40 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies