Theater 2026-2027

Theater
Wat zal je leren? 
• Je maakt kennis met het genre theater en meer bepaald met de voorstelling 'Geen Kafka'.
• Je kent de belangrijkste termen binnen de theaterwereld.
• Je leert je ervaring van een theatervoorstelling te verwoorden.

1 / 43
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsSecundair onderwijsTechnisch secundair onderwijsLeerjaar 4

In deze les zitten 43 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 120 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Theater
Wat zal je leren? 
• Je maakt kennis met het genre theater en meer bepaald met de voorstelling 'Geen Kafka'.
• Je kent de belangrijkste termen binnen de theaterwereld.
• Je leert je ervaring van een theatervoorstelling te verwoorden.

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 2 - Tekstslide

Thema: Angst staat verbeelding in de weg.
Machtsrelaties: welke nog? 
1. Inleiding
Waaraan denk je als je het woord 'theater' hoort? 
Kies minstens vier woorden uit de woordenwolk.

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

b) Welke theaterstukken heb je al gezien? 


Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

c) Bekijk de affiche van de voorstelling en beantwoord de vragen die de leerkracht je stelt. 

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

d) Bekijk de korte inhoud van de voorstelling. 

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Blinde statistiek - thematiek

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Blinde statistiek 
- Lees eerst alle richtlijnen
- Je legt je hoofd op de bank en sluit je ogen. 
- Je leerkracht geeft je enkele stellingen. 
- Ga je akkoord, dan steek je je hand in de lucht. 
- Er wordt niet gedeeld wie wat heeft geantwoord, enkel de aantallen. 

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wie was Kafka? 

Schrijver van het vreemde, het absurde en het beklemmende. 

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

2. Theaterwoordenschat
timer
4:00

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

3. Tekentaal

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Even sorteren...
Jullie krijgen dadelijk een aantal theaterbegrippen. 
Sorteer de begrippen in twee logische groepen. 

Begrijp je een term niet, vraag dan even. 

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

timer
1:00
mimiek
kostumering
decor
belichting 
video/
projecties
grime

Slide 14 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Even sorteren ...
De begrippen kunnen we verdelen in twee hoofdgroepen, namelijk: 
- acteur: de personen die de personages vertolken
- scène: alles wat te maken heeft met het gebeuren op het podium

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Even kaarten ...
Te makkelijk ;-)? 
We doen er binnen deze twee hoofdgroepen nog twee subgroepen bij. 


Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Een theatervoorstelling bijwonen is een beleving voor je zintuigen. Waar let je op tijdens theater?

👀 Wat je ZIET (= visueel)
👂 Wat je HOORT (= auditief)


Niets is zomaar op scène, alles heeft een betekenis.

Denk nog eens aan je begrippen. Welke subgroep sorteerde je hiervoor?  

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Alle begrippen die voor je liggen hebben te maken met: 

👀 Wat je ZIET (= visueel)

Je krijgt nu nog andere begrippen die horen tot deze subgroep. 
👂 Wat je HOORT (= auditief)

Plaats ze juist bij de hoofdgroep acteur of scène. 

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

timer
2:30
mimiek
accessoires
muziek
decor
stemtimbre, toonhoogte
rekwisieten
geluid
belichting
video/projectie
houding
proxemiek
gesties
bewegingen
grime
kapsel
kostumering
ritme & tempo
zang
volume/intonatie
accent/woordkeuze

Slide 19 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

- proxemiek: nabijheid van acteurs tegenover elkaar
- grime: make-up
- stemtimbre: (toon)kleur van een stem 
- toonhoogte: diepte van een stem
- volume: hoe hard / zacht je praat
- intonatie: de melodie van je stem (emotie)

Al deze begrippen maken deel uit van de tekentaal van toneel! 

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke term past hier het best bij?
A
grime
B
gestiek
C
proxemiek
D
mimiek

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke term past hier het
best bij?
A
grime
B
gestiek
C
proxemiek
D
mimiek

Slide 23 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke term past hier
het best bij?
A
decor
B
rekwisieten
C
belichting
D
projecties

Slide 24 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke term past hier
het best bij?
A
decor
B
rekwisieten
C
belichting
D
projecties

Slide 25 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Benoem twee voorbeelden
van tekentaal die je op de
afbeelding ziet.

Slide 26 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

4. Theateretiquette
Een theaterbezoek wordt nog mooier met de juiste etiquette

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies







Naar: Opendoek 

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

a) ‘Theater is een samenspel van spelers en publiek’. Wat wordt daarmee bedoeld? 


Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

a) ‘Theater is een samenspel van spelers en publiek’. Wat wordt daarmee bedoeld? 

Een voorstelling kan pas slagen als zowel de spelers als het publiek naar elkaar luisteren en elkaar respecteren. 




Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

b) Leg het citaat uit.

“Is het gebruik van een laserpen dan niet een beetje zoals kiezen tussen de pest en de cholera?”


Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

b) Leg het citaat uit.

“Is het gebruik van een laserpen dan niet een beetje zoals kiezen tussen de pest en de cholera?”

Je moet uit twee slechte opties de minst erge kiezen. Het gebruik van een laserpen is waarschijnlijk net iets minder storend (dan een oplichtend beeldscherm). 


Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

c) Geef een ander woord voor:
- beleefdheid: welvoeglijkheid


Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

c) Geef een ander woord voor:
- beleefdheid:
- van antwoord dienen:

Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

c) Geef een ander woord voor:
- beleefdheid: welvoeglijkheid
- van antwoord dienen: repliceren

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

d) Wat stoort jou tijdens een voorstelling? 

Slide 36 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 37 - Video

Deze slide heeft geen instructies

5. Applaus

Slide 38 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 39 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Applaudisseren is een universeel gebruik.
A
Juist
B
Fout

Slide 40 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De Romeinen gaven op het einde van een voorstelling aan dat er geklapt kon worden.
A
Juist
B
Fout

Slide 41 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 42 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 43 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies