§1.3 Produceren

§1.3: Produceren

4 havo/vwo

18 september 2026

1 / 22
volgende
Slide 1: Slide
newEditorEconomieMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 4

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

§1.3: Produceren

4 havo/vwo

18 september 2026

Wat gaan we doen?

  • Wat weten we nog / Wat weten we al??

  • Lesdoelen

  • Uitleg §1.3

  • Werken aan jouw planning

  • Afsluiting

Welke behoefte is een primaire behoefte?

A

Een nieuwe game kopen

B

Op vakantie gaan

C

Eten kopen

D

Een merktrui kopen

Je bakt zelf brood omdat je geen brood wilt kopen. Dit noem je:

A

Consumeren

B

Zelfvoorziening

C

Produceren

D

Investeren

Waarom ontstaat schaarste?

A

Omdat mensen niet willen werken

B

Omdat behoeften groter zijn dan beschikbare middelen

C

Omdat bedrijven winst maken

D

Omdat goederen zeldzaam kunnen zijn

Je moet kiezen tussen een avond werken of naar een concert gaan. Welk economisch probleem zie je hier?

A

Schaarste

B

Collectieve goederen

C

Marktfalen

D

Zelfvoorziening

Welke uitgave hoort bij de vaste lasten?

A

Een vakantie naar Spanje

B

Een nieuwe winterjas

C

Een bioscoopkaartje

D

Een telefoonabonnement

Een supermarkt zet gezonde producten op ooghoogte om klanten vaker gezond te laten kiezen. Dit is een voorbeeld van:

A

Schaarste

B

Framing

C

Nudge

D

Lokvogel

Uitleg §1.3

Nu de uitleg van §1.3 (vwo)


Voor havo geldt, de vorige les al uitleg gehad

over §1.3.


Keuze:

  1. Ook meedoen met de uitleg van vwo

  2. Zelfstandig werken aan §1.3 of het PO

Doel:

  • Je kunt uitleggen dat voor produceren middelen nodig zijn.

  • Je kunt uitleggen dat door technologische ontwikkeling productie en producten veranderen.

  • Je kunt de ontwikkeling van de verschillende productiesectoren in Nederland beschrijven.

Brillenfabriek Clear Sight produceert 120.000 brillen per jaar. De fabriek heeft zes werknemers in dienst. De brillen worden verkocht voor gemiddeld € 65.

Bereken de arbeidsproductiviteit per werknemer per jaar in euro’s.

In een fabriek voor computerchips werken zestien mensen, waarvan er tien fulltime werken (38 uur per week) en zes parttime (24 uur per week). In de fabriek worden jaarlijks 2,5 miljoen computerchips geproduceerd. De fabriek draait vijftig weken per jaar.

Bereken de arbeidsproductiviteit per gewerkt uur.

Zelfstandig werken

Maak de keuze:


  1. Bezig met jouw planning van hoofdstuk 1

  2. Bezig met het PO

  3. Iets anders? Vraag mij of dit mogelijk is.


Bij vragen of onduidelijkheden, laat het mij weten.



Doel:

  • Zelfstandige verwerking van de lesstof;

  • Zelfstandig plannen en organiseren;

  • Toepassen van de geleerde kennis.

Afsluiting

De volgende les gaan we verder werken aan

§1.3 en het PO.

Na die les gaan we hoofdstuk 1 afronden met

herhalingsopdrachten.


Ter afsluiting van deze les gaan we drie afsluitende vragen beantwoorden om te checken of jullie de lesdoelen hebben behaald.

Doel:

  • Je kunt uitleggen dat voor produceren middelen nodig zijn.

  • Je kunt uitleggen dat door technologische ontwikkeling productie en producten veranderen.

  • Je kunt de ontwikkeling van de verschillende productiesectoren in Nederland beschrijven.

Een bakkerij koopt een nieuwe oven en neemt twee extra medewerkers aan.

Welke twee productiefactoren gebruikt de bakkerij hierbij?

A

Arbeid en kapitaal

B

Natuur en arbeid

C

Arbeid en ondernemerschap

D

Kapitaal en ondernemerschap

Een autofabriek vervangt een deel van haar werknemers door robots.

Wat is het gevolg hiervan?

A

De productie wordt arbeidsintensiever

B

De productie wordt kapitaalintensiever

C

Er wordt meer natuur gebruikt

D

De arbeidsproductiviteit daalt altijd

Wie werkt in welke sector?

Primaire sector

Secundaire sector

Bouwvakker

Mijnwerker

Boer

Bakker

Wie werkt in welke sector

Tertiaire sector

Quartaire sector

Kapper

Vrachtwagenchauffeur

Docent

Verpleegkundige