4.3 Beenverbindingen

Welkom!
Pak je spullen:
  • Laptop
  • Biologie boek
  • Schrift voor aantekeningen
  • Pen
  • Mobiel in de tas! 

1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvmbo, mavo, havo, vwoLeerjaar 1-4

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

Onderdelen in deze les

Welkom!
Pak je spullen:
  • Laptop
  • Biologie boek
  • Schrift voor aantekeningen
  • Pen
  • Mobiel in de tas! 

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Basisstof 4.3 Beenverbindingen

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat gaan we doen?
Herhalen 4.2 Kraakbeenweefsel en beenweefsel
Instructie 4.3 Beenverbindingen 
Opgaven behorende bij 4.3 maken
Afsluiten

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Herhalen
4.2 Kraakbeenweefsel en beenweefsel

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Kraakbeen is ........
A
Buigzaam
B
Niet buigzaam

Slide 5 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Waar zit kraakbeen in het skelet van een volwassene?
A
Aan het uiteinde van botten
B
In de neus en oren
C
Tussen het borstbeen en de ribben
D
Alle antwoorden zijn goed

Slide 6 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat zie je hier?
A
Kraakbeenweefsel
B
Beenweefsel

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe komt het dat het skelet van een baby nog zo flexibel is?
Het skelet bestaat voornamelijk uit
A
Kraakbeenweefsel
B
Beenweefsel

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Het skelet van ouderen bevat meer ..... dan het skelet van kinderen.
A
Kalkzouten
B
Lijmstof
C
Kraakbeenweefsel
D
Beenweefsel

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het juiste verschil tussen kraakbeenweefsel en beenweefsel?
A
In beenweefsel zit veel kalk en in kraakbeenweefsel zit weinig lijmstof
B
In beenweefsel zit weinig kalk en in kraakbeenweefsel zit weinig lijmstof
C
In beenweefsel zit veel kalk en in kraakbeenweefsel zit veel lijmstof
D
In beenweefsel zit weinig kalk en in kraakbeenweefsel zit veel lijmstof

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat zijn de kenmerken van beenweefsel?
A
Hard en stevig
B
Zacht, dun, kan snel breken
C
Flexibel, veerkrachtig

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


Welk weefsel is dit?
A
Kraakbeenweefsel
B
Beenweefsel

Slide 12 - Quizvraag

De cellen bij beenweefsel liggen nauw bij elkaar in kringen om kanaaltjes (bloedvaten). 
4.3 - Beenverbindingen

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen
4.3.1 Je kunt vier beenverbindingen onderscheiden.
4.3.2 Je kunt delen van een gewricht benoemen met hun functies.
4.3.3 Je kent twee typen gewrichten en hun functies.


Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat hoort daarbij?
    • Beenverbindingen
    • Vergroeid
    • Kraakbeen
    • Naad
    • Gewricht
    • Bouw van een gewricht
    • Soorten gewrichten

    Slide 15 - Tekstslide

    Deze slide heeft geen instructies

    Slide 16 - Tekstslide

    Deze slide heeft geen instructies

    Slide 17 - Tekstslide

    Deze slide heeft geen instructies

    Slide 18 - Tekstslide

    Deze slide heeft geen instructies

    Slide 19 - Tekstslide

    Deze slide heeft geen instructies

    Slide 20 - Tekstslide

    Deze slide heeft geen instructies

    Slide 21 - Tekstslide

    Deze slide heeft geen instructies

    Vooraanzicht
    Bovenaanzicht

    Slide 22 - Tekstslide

    Deze slide heeft geen instructies

    Onderdelen van een gewricht
    Gewrichtskogel
    Gewrichtskom
    Gewrichssmeer
    Gewrichtskapsel
    Kraakbeen
    Kapselband

    Slide 23 - Tekstslide

    Deze slide heeft geen instructies

    Slide 24 - Video

    Deze slide heeft geen instructies

    Slide 25 - Video

    Deze slide heeft geen instructies

    Weektaak 
    Basisstof 4.3

    Bladzijde: 28 t/m 36
    Opdrachten: 1 t/m 7
    Basisstof 4.4 
    Bladzijde: 37 t/m 45
    Opdrachten: 1 t/m 4 en 6

    Slide 26 - Tekstslide

    Deze slide heeft geen instructies

    Afsluiten
    4.3.1 Je kunt vier beenverbindingen onderscheiden.
    4.3.2 Je kunt delen van een gewricht benoemen met hun functies.
    4.3.3 Je kent twee typen gewrichten en hun functies.


    Slide 27 - Tekstslide

    Deze slide heeft geen instructies