IJsijden en rivieren

Ijstijden en Rivieren
Lesdoelen:
1. IJstijden (video)
2. Atlas & aantekeningen ijstijden
3. Soorten rivieren
4. Verhang en Verval
1 / 21
volgende
Slide 1: Tekstslide
AardrijkskundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 5

In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Ijstijden en Rivieren
Lesdoelen:
1. IJstijden (video)
2. Atlas & aantekeningen ijstijden
3. Soorten rivieren
4. Verhang en Verval

Slide 1 - Tekstslide

8

Slide 2 - Video

00:02
Wat zijn glacialen?
A
Warme periode
B
IJstijden
C
Korte koude perioden
D
Korte warme periode

Slide 3 - Quizvraag

00:52
Wat zijn interglacialen?
A
koude periode
B
korte koude periode
C
warme periode
D
korte warme periode

Slide 4 - Quizvraag

01:28
De Noordzee kwam droog te liggen tijdens de ijstijden omdat
A
het zeewater zich had verplaatst richting de evenaar.
B
het vrijwel niet meer regende.
C
het (zee)water was opgeslagen in het ijs.
D
het ijs het zeewater had verplaatst.

Slide 5 - Quizvraag

01:51
Kleileem is
A
het materiaal dat het ijs meevoert.
B
samengedrukt leem, grind en zand.
C
leem dat bruikbaar is voor de bouw van woningen
D
vloeibaar materiaal onder de ijskappen.

Slide 6 - Quizvraag

02:19
Waarom zijn er geen stuwwallen in Zuid-Limburg?
A
Zuid-Limburg ligt daarvoor te hoog.
B
De bodem is niet geschikt voor stuwwallen.
C
Het ijs is daar nooit gekomen.
D
Het was er te warm.

Slide 7 - Quizvraag

02:44
In Drenthe liggen nog steeds zwerfkeien. Waar zijn ze voor gebruikt?
A
Voor het maken van grind.
B
Voor de aanleg van wegen.
C
Voor het afbakenen van percelen.
D
Voor de bouw van hunebedden.

Slide 8 - Quizvraag

03:10
In tegenstelling tot het Saale glaciaal was er tijdens het Weichsel glaciaal
A
geen landijs in Nederland.
B
geen vegetatie in Zuid-Limburg.
C
geen lage temperatuur.
D
een hoge zeespiegel.

Slide 9 - Quizvraag

03:30
In het grootste deel van Nederland kwam .... te liggen, in Zuid-Limburg kwam .... terecht.
A
dekzand - zwerfkeien
B
zwerfkeien - dekzand
C
dekzand - löss
D
löss - dekzand

Slide 10 - Quizvraag

Glacialen

Slide 11 - Tekstslide

Zuid-Limburg tijdens de ijstijden
Permafrost bodem (tekening)
Vlechtende rivieren (horizontale erosie)
Groot verval en verhang 
Brede rivierdalen
Terrassen
Weinig vegetatie
Löss

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Zuid-Limburg tijdens het Holoceen
Zachte bodem
Meanderende rivieren
Klein verval en verhang
Veel vegetatie
Löss 

Slide 14 - Tekstslide

Tijdens de ijstijden is sprake van permafrost. Dat betekent dat rivieren .......... kunnen eroderen.
A
horizontaal
B
verticaal
C
horizontaal en verticaal
D
niet

Slide 15 - Quizvraag

Tijdens het Holoceen kunnen de rivieren ................... eroderen.
A
alleen horizontaal
B
zowel horizontaal als verticaal
C
alleen verticaal
D
niet

Slide 16 - Quizvraag

Het ............... is het ............. per km. Het ......... zegt meer over de stroomsnelheid van het water.
A
verhang, verval, verval
B
verval, verhang, verhang
C
verval, verhang, verval
D
verhang, verval, verhang

Slide 17 - Quizvraag

Tijdens de ijstijden hebben rivieren in Nederland een ......... verhang. Dit komt o.a. doordat de Noordzee ..............
A
groot, water bevat
B
klein, droog ligt
C
klein, water bevat
D
groot, droog ligt

Slide 18 - Quizvraag

Slide 19 - Video

Hier meandert de rivier het meest

Slide 20 - Sleepvraag

Vlechtende rivier 
Meanderende rivier

Slide 21 - Sleepvraag