Begroeten op school en daarbuiten
Begroeten op school en daarbuiten
Deze les sluit aan bij de vorige les over iemand begroeten. De focus ligt op gepast taalgebruik in verschillende situaties.
Lesdoel
Ik kan in verschillende situaties een gepaste begroeting kiezen.
Deze slide heeft geen instructies
Welke begroetingen ken jij al?
Gebruik de woordenwolk om voorkennis op te halen. Vraag nadien kort: wanneer gebruik je een formele begroeting en wanneer een informele?
1. Je ziet je mentor in de gang
Welke begroeting past hier het best?
A: Yo, wat zeg je?
B: Goedemorgen meneer/mevrouw!
C: Hé, later!
Benadruk dat je tegen een mentor beleefd en respectvol spreekt. Optie B past het best door de formele begroeting.
2. Je ontmoet een nieuwe leerling in de klas
Welke begroeting past hier het best?
A: Hallo, ik ben …
B: Wat is t?
C: Hé jij daar!
Leg uit dat een eerste kennismaking best vriendelijk en duidelijk is. Optie A helpt om contact te maken.
3. Je verlaat de refter na de lunch
Welke reactie past hier het best?
A: Doei!
B: Je zegt niks.
C: Yo!
Maak duidelijk dat afscheid nemen ook bij beleefd gedrag hoort. Niet zomaar weggaan zonder iets te zeggen.
4. Je ziet de buschauffeur ’s morgens
Welke begroeting past hier het best?
A: Hallo meneer/mevrouw!
B: Rij vandaag maar wat sneller!
C: Yo!
Bespreek kort dat je ook buiten de klas beleefd bent tegen volwassenen die hun werk doen.
5. Je komt je buurman tegen op straat
Welke begroeting past hier het best?
A: Goedendag!
B: Hé, wat doe je hier?
C: Yo!
Hier kan je wijzen op het verschil tussen een beleefde buur en een te losse of vreemde reactie.
Wat past het best bij een volwassene op school?
Goedemorgen meneer
Yo, maat
Hé jij daar
Wat is 't?
Sluit aan bij mentor, buschauffeur en buurman: beleefd en respectvol spreken tegen volwassenen.
Kies de juiste woorden
Op school ben ik beleefd tegen een mentor. Tegen de buschauffeur zeg ik hallo of goedemorgen. Als ik wegga uit de refter, zeg ik doei.
De blanks herhalen de kern uit de eerste vijf situaties: beleefd begroeten en ook afscheid nemen.
6. Je ziet de poetsvrouw in de school
Welke begroeting past hier het best?
A: Hallo!
B: Hé gast!
C: Yo, hoe gaat?
Benadruk respect voor alle mensen in de school. 'Hé gast' is ongepast; 'Hallo!' is eenvoudig en beleefd.
7. Je ziet de directeur op de speelplaats
Welke begroeting past hier het best?
A: Goedemiddag!
B: Bro!
C: Hé!
Wijs op formeel taalgebruik bij directie of andere schoolverantwoordelijken.
8. Je komt de turnleerkracht tegen in de zaal
Welke begroeting past hier het best?
A: Hallo meneer.
B: Hé!
C: Yo!
Leg uit dat ook in een sportieve of losse omgeving beleefd spreken belangrijk blijft.
9. Je zegt dag tegen een vriend op het speelplein
Welke begroeting past hier het best?
A: Dag maat!
B: Yo!
C: Hé jij daar!
Hier mag je bespreken dat de context belangrijk is: bij een vriend kan informeler taalgebruik soms wel passen.
10. Je ontmoet een leerling van een andere klas bij de trap
Welke begroeting past hier het best?
A: Hallo!
B: Bro!
C: Yo!
Maak duidelijk dat een neutrale, vriendelijke begroeting vaak de veiligste keuze is bij iemand die je minder goed kent.
Wie spreek je het meest formeel aan?
vriend
nieuwe leerling
directeur
leerling trap
De directeur vraagt het meest formele taalgebruik. Bij leerlingen kan het neutraler of informeler.
Wat kies jij het snelst bij iemand die je niet goed kent?
Hallo!
Goedendag!
Yo!
Ik zeg niets
Deze slide heeft geen instructies
Formeel of informeel?
Tegen de directeur zeg ik goedemiddag. Tegen een vriend op het speelplein mag het meer informeel zijn. Bij een leerling uit een andere klas kies ik vaak gewoon hallo.
Herhaal het verschil tussen formeel, neutraal en informeel taalgebruik.
Wat heb jij vandaag geleerd?
Bespreek klassikaal: verwacht woorden of korte zinnen zoals beleefd, hallo zeggen, goede keuze, formeel bij volwassenen, informeel bij vrienden.
Wat hielp jou het best?
Laat leerlingen benoemen wat hielp: de voorbeelden, de afbeeldingen, de keuze-antwoorden, samen bespreken.
Hoe zeker voel jij je nu over gepast begroeten?
Deze slide heeft geen instructies
Begrippen
begroeten - iets zeggen of doen wanneer je iemand ziet
beleefd - vriendelijk en met respect omgaan met iemand
formeel - netjes en wat officiëler spreken
informeel - losser en minder officieel spreken
mentor - een leerkracht die jou begeleidt op school
directeur - de persoon die de school leidt
refter - de plaats waar je op school eet
Deze slide heeft geen instructies