Kroon en brugwerk les 5

Tandheelkunde
Kronen en bruggen
Les 5
1 / 33
volgende
Slide 1: Tekstslide
WelzijnMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 33 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Tandheelkunde
Kronen en bruggen
Les 5

Slide 1 - Tekstslide

Lesprogramma
Lesweek 1: Introductie kroon- en brugwerk, indicaties voor een kroon.
Lesweek 2: Voor- en nadelen van een kroon, materialen.
Lesweek 3: Procedure kroon maken, vitaliteit, retentie, kleurbepalen, prepareren.
Lesweek 4: Procedure kroon maken, noodkroon maken.
Lesweek 5: Procedure kroon maken, afdrukken.
Lesweek 6: Procedure kroon maken, kroon passen en plaatsen.
Lesweek 7: Overige vaste restauraties.
Lesweek 8: Opbouw voor een kroon of brug.
Lesweek 9: Toets

Slide 2 - Tekstslide

Toets
Kennistoets
Digitaal op It's Learning

Hoofdstuk 5.7 t/m 5.12 Tandheelkundige kennis voor tandartsassistenten

Slide 3 - Tekstslide

Lesdoel
Je kent diverse afdrukmethoden.
Je kunt de voorwaarden aan een afdruk benoemen.
Je kent de procedure van afdrukken voor een kroon of brug.

Slide 4 - Tekstslide

Terugblik
Procedure vervaardigen kroon
Stap 5
Noodkroon maken

Slide 5 - Tekstslide

Waarom is een noodkroon noodzakelijk?

Slide 6 - Open vraag

Doel noodkroon
  • Voorkomen beschadigingen preparatie.
  • Handhaven positie buurelementen/antagonist.
  • Beschermen pulpa.
  • Esthetisch.

Slide 7 - Tekstslide

Wat gebeurt er met buurelementen/antagonisten van het geprepareerde element als je geen noodkroon plaatst?

Slide 8 - Open vraag

confectie noodkroon
noodkroon zelfpolymeriserend kunsthars

Slide 9 - Sleepvraag

Beschrijf de procedure van het maken van een noodkroon van zelfpolymeriserende kunsthars.

Slide 10 - Tekstslide

Vragen over de les van vorige week?

Slide 11 - Woordweb

Procedure vervaardigen kroon
Stap 1: vitaliteit testen.
Stap 2: is er voldoende retentie?
Stap 3: kleur bepalen.
Stap 4: preparatie.
Stap 5: vervaardigen noodkroon.
Stap 6: afdrukken maken.
Stap 7: passen van de kroon.
Stap 8: cementeren.

Slide 12 - Tekstslide

Stap 6: afdrukken
  • Afdruk, waarom?
  • Afdrukmaterialen.
  • Afdrukmethoden.
  • Procedure afdrukken:
  • - droogleggen werkterrein.
  • - verbreding sulcus.
  • - omspuiten preparatie.
  • - uitharden materiaal.
  • - uitnemen en reinigen afdruk.
  • - registeren van de antagonisten.
  • Digitaal afdrukken.


Slide 13 - Tekstslide

Afdruk, waarom?
  • Kronen en bruggen kunnen niet in de mond gemaakt worden (indirecte restauratie).
  • Kopie van de mond van patiënt is daarom noodzakelijk.
  • Deze kopie noem je 'model'.
  • Een afdruk is nodig om een model te kunnen maken.
  • De afdruk wordt door de tandtechnicus uitgegoten in gips.

Slide 14 - Tekstslide

Waar moet afdrukmateriaal aan voldoen?

Slide 15 - Open vraag

Afdrukmaterialen
voorwaarden
  • Goed verwerkbaar.
  • Zeer goede detailweergave.
  • Niet te vies smaken of ruiken.
  • Niet giftig zijn.
  • Geen allergische reacties geven.
  • Uitgehard de vorm behouden - elastisch en vormvast.
  • Niet te waterafstotend.

Slide 16 - Tekstslide

Afdrukmaterialen
  • Rubberachtige afdrukmaterialen (elastomeren). 
  • Grote moleculen, kan makkelijk buigen of uitrekken, gaat daarna weer in oorspronkelijke vorm terug, twee componenten, verwerkingstijd, mengpistool of mengapparaat, verschillende stevigheid, adhesief.
  • Hydrocolloïd afdrukmaterialen.
  • Op basis van zeewier, kan water opnemen, kan zwellen, wordt gebruikt voor de tegenafdruk, poeder met water mengen, kan uitdrogen en vervormen, eventueel bewaren in een zakje met een vochtige wattenrol.

Slide 17 - Tekstslide

Afdruklepels
  • Noodzakelijk voor het maken van een afdruk.
  • Metaal of kunststof.
  • Dicht of geperforeerd.
  • Verschillende maten.
  • Individuele lepel.

Slide 18 - Tekstslide

Welke afdruklepel wordt meestal gebruikt bij kroon en brugwerk?
A
Kunststof afdruklepel
B
Individuele lepel
C
Metalen afdruklepel dicht
D
Metalen afdruklepel geperforeerd

Slide 19 - Quizvraag

Afdrukmethoden
  • Enkele afdrukmethode = één afdruk, afdruklepel wordt niet aangepast.
  • Dubbele afdrukmethode = eerst afdrukken met putty, afdruk wordt aangepast, daarna precisieafdruk.

Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Video

Welke methode van afdrukken zien we in het filmpje?
A
Enkele afdrukmethode
B
Dubbele afdrukmethode

Slide 22 - Quizvraag

Procedure afdrukken
  • Droogleggen werkterrein:
  • Afdrukmateriaal gevoelig voor vocht.
  • Er mag geen bloed of speeksel bij de afdruk komen.
  • Met wattenrollen en speekselzuiger.
  • Vasoconstictor (bloedvatvernauwend middel).


Slide 23 - Tekstslide

Procedure afdrukken
  • Verbreding sulcus gingivalis:
  • De rand van de preparatie (outline) moet vrij liggen.
  • Wanneer outline onder gingiva ligt, moet dit opzij gedrukt worden.
  • Retractiedraad, retractiepasta. elektrochirurgie.

Slide 24 - Tekstslide

Wat is het risico van het gebruik van elektrochirurgie?
A
de patiënt kan een stroomschok krijgen
B
het tandvlees wordt onherstelbaar beschadigd
C
bij onjuist gebruik is er kans op schade aan het element en botverbranding.

Slide 25 - Quizvraag

Procedure afdrukken
  • Omspuiten van de preparatie:
  •  Speciale tip op afdrukspuit (1mm).
  • Retractiedraad of pasta moet eerst verwijderd worden.
  • Droogblazen.
  • Assistente vult de afdruklepel.
  • Tandarts omspuit de preparatie.
  • Tandarts plaatst de afdruklepel in de mond van de patiënt.

Slide 26 - Tekstslide

Procedure afdrukken
  • Uitharding van het materiaal:
  • Materiaal moet voldoende lang in de mond blijven zitten.
  • Afdruklepel moet op de plek worden gehouden.
  • Timer zetten.
  • Beetje afdrukmateriaal op tray.

Slide 27 - Tekstslide

Procedure afdrukken
  • Uitnemen en reinigen afdruk:
  • Na uitharden moet de afdruk voorzichtig uit de mond worden verwijderd.
  • Lucht onder afdruk krijgen.
  • Sulcus controleren.
  • Afdruk controleren.
  • Reinigen afdruk met water en lucht.
  • Desinfecteren afdruk in speciale vloeistof.

Slide 28 - Tekstslide

Waarom moet een afdruk gereinigd en gedesinfecteerd worden?

Slide 29 - Open vraag

Procedure afdrukken
  • Registeren antagonisten:
  • Antagonist = tegenover liggende elementen.
  • Om de occlusie vast te leggen (beetregistratie).
  • Met alginaat.
  • Ook hiervan wordt een gipsmodel gemaakt.

Slide 30 - Tekstslide

Slide 31 - Video

Filmpje
Wat sprong er voor jou uit?

Slide 32 - Tekstslide

Evalueren
  • Wat hebben we geleerd?
  • Zijn de lesdoelen behaald?
  • Wat is je het meest bijgebleven?
  • Wat was herken je uit de praktijk?

Slide 33 - Tekstslide