Taal groep 6 en 7 - (in)formeel/afkortingen

Formeel en informeel
Formeel: formele taal is taal zoals het hoort volgens de regels. Je gebruikt formeel taalgebruik als je heel beleefd wilt zijn.
Informeel: informele taal is de taal die je dagelijks gebruikt. Je gebruikt informeel taalgebruik als je met vrienden of bekenden praat.
1 / 18
volgende
Slide 1: Tekstslide
TaalBasisschoolGroep 6

In deze les zitten 18 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Formeel en informeel
Formeel: formele taal is taal zoals het hoort volgens de regels. Je gebruikt formeel taalgebruik als je heel beleefd wilt zijn.
Informeel: informele taal is de taal die je dagelijks gebruikt. Je gebruikt informeel taalgebruik als je met vrienden of bekenden praat.

Slide 1 - Tekstslide

Kom een keertje langs, man!

Wanneer zou het u schikken om een afspraak te maken?


Slide 2 - Tekstslide

Afkortingen
Een korte manier om een woord of groepje woorden op te schrijven. In een afkorting gebruik je meestal één of meer punten.
b.v.
a.u.b.

Slide 3 - Tekstslide

Afkortingen: welke ken je al?

Slide 4 - Woordweb

Is de zin formeel of informeel?
"Hé man, wacht effe, niet zo dringen!"

Slide 5 - Open vraag

Is de zin formeel of informeel?
"Op de eerste afdeling bevindt zich de afdeling kleding."

Slide 6 - Open vraag

Wat is de afkorting van 'met uitzondering van'?
A
m.u.v.
B
mt. uitz. v.
C
m.u.v
D
muv.

Slide 7 - Quizvraag

Wat is de afkorting van "maximaal"?
A
max
B
max.
C
m.m.
D
mm

Slide 8 - Quizvraag

Is de zin formeel of informeel?
"Nou, das een eitje, op de eerste verdieping dus!"

Slide 9 - Open vraag

Wat is de afkorting van "per persoon"?
A
pp
B
p.p
C
per p.
D
p.p.

Slide 10 - Quizvraag

Is de zin formeel of informeel?
"Hoi Hans, ik kreeg je uitnodiging."

Slide 11 - Open vraag

Noteer de afkorting van:
"zaterdag"

Slide 12 - Open vraag

Wat is de afkorting van "in plaats van"?
A
in pl. v.
B
i.p.v.
C
ipv.
D
i.pl.v.

Slide 13 - Quizvraag

Is de zin formeel of informeel?
"Tot mijn spijt word ik morgen elders verwacht."

Slide 14 - Open vraag

Bedenk een zin met formeel taalgebruik.

Slide 15 - Open vraag

Bedenk een zin met informeel taalgebruik.

Slide 16 - Open vraag

Noteer de afkorting van:
"zo spoedig mogelijk"

Slide 17 - Open vraag

Waarvan is "d.m.v." de afkorting?

Slide 18 - Open vraag