2.4 DNA: het besturingssysteem van de cel

2.4 DNA: 
het besturingssysteem van de cel
1 / 31
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

In deze les zitten 31 slides, met tekstslides.

Onderdelen in deze les

2.4 DNA: 
het besturingssysteem van de cel

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoelen 2.4
12. Je kunt de bouw van DNA en de DNA-code voor eiwitten beschrijven
13. Je kunt beschrijven waarin (de bouw van) RNA verschilt met (die van) DNA en je kunt de DNA-code vertalen naar een RNA-code en andersom
14. Je kunt de RNA-code naar aminozuren en andersom vertalen en je kunt de vorming en de afwerking van eiwitten door organellen beschrijven

Slide 2 - Tekstslide

Dubbele helix-structuur 

Backbone van fosfaatgroep (PO4)afgewisseld met een suiker (desoxyribose)
2.4.12
DNA-
molecuul
(nucleïnezuur)

Slide 3 - Tekstslide

Vier verschillende stikstofbasen: Adenine (A), Thymine (T), Cytosine (C), Guanine (G)
Combinaties A=T en C≡G (baseparing)
De ene streng is complementair aan de andere
DNA-
molecuul
(nucleïnezuur)

Slide 4 - Tekstslide

Nucleotide: kleinste bouwsteen van DNA
Bestaat uit 1 fosfaatgroep, 1 suiker en 1 stikstofbase


DNA-
molecuul
(nucleïnezuur)

Slide 5 - Tekstslide

De open fosfaatkant is de 5' kant, de open suikerkant is de 3' kant van het DNA

De complementaire strengen liggen tegenovergesteld.

DNA-
molecuul
(nucleïnezuur)

Slide 6 - Tekstslide

Moet je dit leren?

BINAS 71C

DNA-
molecuul
(nucleïnezuur)

Slide 7 - Tekstslide

Welke basen zitten in de complementaire streng van ATGGT?

TACCA

Slide 8 - Tekstslide

2.4.13 Transcriptie: DNA naar RNA
Een stuk DNA dat codeert voor één eiwit (eigenschap) is een gen.
De nucleotidevolgorde van dat stuk DNA is de code voor het maken van het eiwit.

Eiwitten bestaan uit een keten van aminozuren. Er zijn 20 verschillende aminozuren (BINAS 67H1).



Slide 9 - Tekstslide

Transcriptie: DNA naar RNA
Als het eiwit moet worden gemaakt wordt eerst van het gen een kopie gemaakt -> messenger RNA (mRNA).


Slide 10 - Tekstslide

Transcriptie: DNA naar RNA
mRNA is enkelstrengs

mRNA heeft een ribose als suiker

mRNA heeft Uracil ipv Thymine als base

Slide 11 - Tekstslide

Transcriptie: DNA naar RNA
mRNA wordt afgelezen van en complementair gemaakt aan de template-/ matrijsstreng 

tegenover de A wordt een U ingebouwd, tegenover T een A, bij C een G en bij G een C.


Slide 12 - Tekstslide

Transcriptie: DNA naar RNA
Het mRNA is dus een 'kopie' van de ándere (complementaire) DNA streng: de coderende streng.

Slide 13 - Tekstslide

Transcriptie: DNA naar RNA
DNA wordt afgelezen vanaf de 3' kant naar de 5' kant.

mRNA wordt opgebouwd vanaf de 5' kant naar de 3' kant.
3'
3'
3'
5'
5'
5'

Slide 14 - Tekstslide

Transcriptie: DNA naar RNA
Moet je dit leren?

BINAS 71E
3'
3'
3'
5'
5'
5'

Slide 15 - Tekstslide

2.4.14 RNA naar eiwit: translatie
Het mRNA verlaat de kern (via een kernporie) naar het cytoplasma en bindt aan een ribosoom.

Het ribosoom leest het mRNA in steeds 3 basen tegelijk (triplet/ codon).

Slide 16 - Tekstslide

RNA naar eiwit: translatie
Translatie begint altijd bij een AUG code (het startcodon). Hiermee wordt een methionine aminozuur ingebouwd.

Er zijn een paar mogelijke stopcodons waarmee de translatie stopt.

Slide 17 - Tekstslide

RNA naar eiwit: translatie
Een tRNA molecuul met een anticodon en een gekoppeld aminozuur wordt door het ribosoom gekoppeld.
Het aminozuur wordt aan het vorige aminozuur gekoppeld en de lege tRNA wordt losgemaakt.

Slide 18 - Tekstslide

RNA naar eiwit: translatie
Bij het aflezen van mRNA is de afleesrichting belangrijk!

mRNA wordt afgelezen van 5' naar 3' 

Slide 19 - Tekstslide

RNA naar eiwit: translatie
Moet je dit leren?

BINAS 71J

Slide 20 - Tekstslide

Welke stopcodons zijn er?
DNA
TAA/TAG/TGA
RNA
UAA/UAG/UGA

Slide 21 - Tekstslide

Transcriptie en translatie

Slide 22 - Tekstslide

Opgave 

Slide 23 - Tekstslide

Opgave 
TTG-TCC-AAG-AAT-CCG-TAA

Slide 24 - Tekstslide

Opgave 
TTG- TCC- AAG- AAT- CCG-TAA matrijsstreng


Slide 25 - Tekstslide

Opgave 
TTG- TCC- AAG- AAT- CCG-TAA matrijsstreng

AAC-AGG-UUC-UUA-GGC-AUU mRNA
(officieel weet je niet waar het aflezen begint!!)

Slide 26 - Tekstslide

Opgave 

Slide 27 - Tekstslide

Opgave 
AAC-AGG-UUC-UUA-GGC-AUU (mRNA)

Geen AUG: geen startcodon
Geen UAA, UAG, UGA: geen stopcodon

Kijk ook van rechts naar links! De afleesrichting is niet bekend

Slide 28 - Tekstslide

Opgave 

Slide 29 - Tekstslide

Opgave 4
AAC-AGG-UUC-UUA-GGC-AUU (mRNA)

Asn- Arg-   Phe-Leu -Gly  -Ile      (polypeptide)

Uitgaande van afleesrichting links -> rechts.

Slide 30 - Tekstslide

Slide 31 - Tekstslide