H6 - paragraaf 4 - De Haven van Rotterdam

1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide
aardrijkskundeMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Wat doen we vandaag?
Terugblik naar vorige les
Lesdoelen 6.4
Nieuwe info 6.4
Herhalen nieuwe stof
Start weektaak.

Slide 2 - Tekstslide

Leg in je eigen woorden uit waarom Schiphol een mainport is

Slide 3 - Open vraag

Mainport
Schiphol is een mainport omdat er jaarlijks miljoenen mensen vanuit de hele wereld van en naar Schiphol reizen.

Ook voor vrachtvluchten is Schiphol een mainport.

Slide 4 - Tekstslide

Wat is het verband tussen Schiphol en de globalisatie in de wereld?

Slide 5 - Open vraag

Schiphol en globalisatie
Globalisatie = De steeds groeiende (wereldwijde) uitwisseling van: Mensen, goederen, diensten, geld en informatie. 

Schiphol zorgt er voor dat deze ''uitwisseling'' soepel verloopt doordat mensen en goederen zich verplaatsen over de wereld

Slide 6 - Tekstslide

Benoem twee voorbeelden van infrastructuur

Slide 7 - Open vraag

Infrastructuur
Alles wat met vervoer te maken heeft.

Slide 8 - Tekstslide

lesdoelen:
Na deze les kan je: 
  • Het verschil uitleggen tussen massagoederen en stukgoederen en van beide een voorbeeld benoemen.
  • Uitleggen waarom de haven van Rotterdam een mainport is.
  • Uitleggen wat het begrip achterland betekend.
  • 2 redenen benoemen waarom de ligging van de haven van Rotterdam zo gunstig is. 
  • Op lokale schaal 2 redenen benoemen voor de goede bereikbaarheid van de haven van Rotterdam.
  • 2 vernieuwingen benoemen in de haven van Rotterdam.

Slide 9 - Tekstslide

Lezen tekst 6.4
We starten met het lezen van de tekst van 6.4

Bekijk ook de afbeeldingen in de paragraaf goed.

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Video

Waarom is de haven van Rotterdam een mainport?

Slide 12 - Open vraag

Mainport Rotterdam
Via Rotterdam worden goederen uit de hele wereld over Europa verspreid en via deze mainport worden goederen vanuit Europa naar de rest van de wereld vervoerd.

Slide 13 - Tekstslide

Bedenk wat voor goederen er vervoerd moeten worden via de Rotterdamse haven

Slide 14 - Woordweb

Olie                             Grondstoffen         Containers

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Video

Massagoederen


Massagoederen worden los vervoerd in zeeschepen, leeggehaald en verder vervoerd via binnenvaart of pijpleidingen.

Voorbeeld: IJzererts, Aardolie, Zand

Slide 17 - Tekstslide

Stukgoederen

Stukgoederen worden meestal verpakt in containers die via schip,
vrachtwagen of trein verder worden vervoerd.

Slide 18 - Tekstslide

Bedenk welke goederen er allemaal in een container vervoerd moeten worden

Slide 19 - Open vraag

Bekijk de afbeelding

Slide 20 - Tekstslide

Leg aan de hand van het kaartje uit waarom Rotterdam de grootste haven van Europa is.

Slide 21 - Open vraag

Een groot achterland
Achterland is het gebied waarop de haven gericht is voor de aan- en afvoer van goederen.

Bij Rotterdam komt de Rijn in de Noordzee, beide de drukst bevaren
wateren van hun soort en het achterland is dichtbevolkt en welvarend.

Slide 22 - Tekstslide

De grootste van Europa
De haven zelf is goed bereikbaar vanaf zee via de Eurogeul en voor de
afvoer van goederen is veel hoogwaardige infrastructuur aanwezig.

Slide 23 - Tekstslide

Nieuwe infrastructuur
Aanleg Betuwelijn                                        Aanleg 2e Maasvlakte           Beter verbinding achterland

Slide 24 - Tekstslide

Slide 25 - Tekstslide

industriehaven
Rotterdam is ook een industriehaven waar grondstoffen worden bewerkt.

Voorbeeld grondstof: aardolie.
- Olieraffinaderijen verwerken de aardolie in de eindproducten benzine en kerosine.
- Olieraffinaderijen maken ook halffabricaten voor chemische bedrijven.

Bekende bedrijven die zich in de Rotterdamse haven hebben gevestigd zijn Shell, Exxon en Total oil.



Slide 26 - Tekstslide

Beschrijf zo uitgebreid mogelijk waarom de de Rotterdamse haven de belangrijkste haven van Europa is.

Slide 27 - Open vraag

Slide 28 - Video