Het gouden ei - les 6: fictie, realisme, genres, mening, argumenten, thema, motieven, moraal

Nederlands 
P3 - 2019/2020 - G3 - Les 6
                                     
1 / 17
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

In deze les zitten 17 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Nederlands 
P3 - 2019/2020 - G3 - Les 6
                                     

Slide 1 - Tekstslide

Vorige les ...


... heb je de begrippen die je tot nu toe hebt geleerd toegepast op hoofdstuk 1 en 2 van Het gouden ei.

Slide 2 - Tekstslide

Aan het einde van deze les ...

... ken je een aantal literaire begrippen die te maken hebben met het thema, motieven, moraal, realisme, (non-)fictie, mening, argumenten en genres

... heb je hoofdstuk 3 van Het gouden ei gelezen. Hierbij heb je de begrippen die je tot nu toe hebt geleerd (inclusief die van deze les) in je achterhoofd. 

Slide 3 - Tekstslide

Aan de slag!
Lees de theorie op de volgende slides. Houd deze in je achterhoofd bij het lezen (daarna)!

  • Thema, motieven, moraal
  • Fictie, realisme
  • Mening en (soorten) argumenten
  • Genres


Slide 4 - Tekstslide

Thema & Motieven
Thema Verhalen gaan ergens over. Ze hebben een diepere bedoeling.  In één verhaal kunnen meerdere thema's voorkomen.

Verhaalmotieven Gebeurtenissen, gevoelens, situaties, onderwerpen die vaker terugkomen in een verhaal.  

Leidmotief Woorden of zinnen of concrete voorwerpen die vaker (letterlijk) terugkomen in een verhaal. 

Slide 5 - Tekstslide

Moraal


Moraal
Een wijze les. De schrijver wil iets zeggen over wat goed of fout is en hoe mensen zouden moeten leven.  

Slide 6 - Tekstslide

Fictie & non-fictie

Fictie Verzonnen verhalen over gebeurtenissen en mensen, die bedacht zijn door de schrijver (leesboek, stripverhaal, film, gedicht).

Non-fictieVerhalen over de werkelijkheid, met feiten over (echte) mensen en (echte) gebeurtenissen. De schrijver heeft het niet bedacht/verzonnen. Het is echt gebeurd (krantenbericht, journaal) of geeft informatie (schoolboek).

Slide 7 - Tekstslide

Realistisch & Niet-realistisch
Realisme In hoeverre kan een verzonnen verhaal wel of niet echt gebeuren? 

Realistisch Een schrijver verzint mensen en gebeurtenissen die erg lijken op de werkelijkheid, die echt zouden kunnen gebeuren.

Niet-realistisch / onrealistisch Een schrijver verzint een verhaal met mensen en gebeurtenissen, die in werkelijkheid niet kunnen gebeuren.

Slide 8 - Tekstslide

Realistisch & Niet-realistisch

Realismelijn Elk verhaal kun je ergens plaatsen op de realismelijn.
Heel realistisch – een beetje realistisch – niet-realistisch

Hoe realistisch is een verhaal? Hoe realistisch een verhaal is, wordt bepaald door de beschrijving van: tijd, omgeving, personages, gesprekken, gedachten, problemen, bezigheden, gebeurtenissen, de afloop.

Slide 9 - Tekstslide

Mening & Argumenten

Beoordelingswoorden Je mening geef je door beoordelingswoorden te noemen.
(spannend, mooi, verdrietig, interessant, verrassend, etc.)

Argumenten Je beoordelingswoorden onderbouw je met argumenten. Je legt hiermee uit waarom je het boek spannend, interessant of anders vond. Je kunt hierbij ook nog verwijzen naar een fragment uit het boek om je argumenten extra te ondersteunen.

Slide 10 - Tekstslide

Mening & Argumenten

Emotieve argumenten Je gebruikt beoordelingswoorden die aangeven wat een verhaal met je doet (emotie). (maakt me vrolijk - spannend - vol vaart - ontroerend - beklemmend)

Realistische argumenten Je gebruikt beoordelingswoorden die aangeven in hoeverre jij een verhaal realistisch vindt. (geloofwaardig - herkenbaar - bedacht - origineel) 

Morele argumenten Je gebruikt beoordelingswoorden die iets zeggen over de keuzes die de personages maken of over de boodschap die de schrijver wil uitdragen. (Goed voorbeeld - keur ik af - asociaal - rechtvaardig - betrokken)

Slide 11 - Tekstslide

Genres
Genres Een boek kun je indelen bij een genre. Genre = verhaalsoort. Een boek kan tot meerdere genres behoren.

Genre bepalen Het genre bepaal je door te kijken welke onderwerpen/thema's het belangrijkste zijn in een verhaal.

Op de volgende slides worden verschillende genres toegelicht.

Slide 12 - Tekstslide

Genres
Thriller Een spannend verhaal waarin de hoofdpersoon in een levensbedreigende situatie terechtkomt. 

Dystopische roman Een verhaal over een wereld die door rampen of dictatuur bijna niet meer leefbaar is.

Ontwikkelingsroman Een verhaal over het volwassen worden van een (jonge) hoofdpersoon.




Slide 13 - Tekstslide

Genres
Psychologische roman Een verhaal waarin de nadruk ligt op de gedachten en gevoelens van de hoofdpersoon (meer dan op de gebeurtenissen).

Detective Een verhaal waarin een speurder probeert te achterhalen wie een misdrijf heeft gepleegd.

Avonturenroman In een avonturenroman speelt 'een held' de hoofdrol. Er gebeuren allerlei spannende dingen en daar gaat het om.

Slide 14 - Tekstslide

Genres

Fantasy Een verhaal met fantasiewezens in een fantasiewereld.

Science fiction Een toekomstverhaal (vaak in de ruimte/ruimtevaart of nieuwe technieken).

Reisverhaal Een verhaal waarin een verslag wordt gegeven van een reis.


Slide 15 - Tekstslide

Genres
Historische roman Een verhaal waarin een belangrijke gebeurtenis (of gebeurtenissen) uit de geschiedenis een belangrijke rol spelen.

Oorlogsroman Een verhaal dat zich afspeelt in een oorlog (voornamelijk Tweede Wereldoorlog).

Geëngageerde roman Een verhaal waarin eigentijdse problemen in onze samenleving aan bod komen.

Slide 16 - Tekstslide

Aan de slag!
Lees nu hoofdstuk 3 van het gouden ei.

Houd daarbij de theorie uit deze les (en uit de vorige lessen) in je achterhoofd.

Slide 17 - Tekstslide