BS05 - Hoofd- en bijzaken (spreken/gesprekken voeren)

BS 05 - Hoofd- en bijzaken 
(spreken/gesprekken voeren)
1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

BS 05 - Hoofd- en bijzaken 
(spreken/gesprekken voeren)

Slide 1 - Tekstslide

17 april






Bouwsteen 05 - Hoofd- en bijzaken

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Video

Slide 4 - Video

Spreken-gesprekken voeren

  • Waar ging deze scene over?
  • Wat was het belangrijkst?
  • Wat wilde Goedemondt vertellen?

Slide 5 - Tekstslide

Hoofdzaken herkennen
Vermijden bij spreken of tijdens een gesprek:
  • afdwalen
  • grote lijn verliezen
  • verschillende zijpaden inslaan
  • meeslepen door gedachten
  • want luisteraar: draad kwijt; wat is nu belangrijk en wat niet?
Let op! Doel niet uit het oog verliezen!

Slide 6 - Tekstslide

Hoofdzaken
  • kun je niet weglaten;
  • belangrijk om de tekst te begrijpen;
  • vind je door toepassen leesstrategie (verkennend, globaal, gericht, intensief);
  • is de tekst zonder voorbeelden of uitleg;
  • handig voor een samenvatting.

Slide 7 - Tekstslide

Bijzaken
  • kun je weglaten;
  • ondersteunen hoofdzaak;
  • voorbeelden, uitleg, onderbouwing en argumenten die horen bij de hoofdzaak.

Slide 8 - Tekstslide

Bijzaken helpen hoofdzaken
  • Zonder argumenten is een mening niet duidelijk.
  • Plaatjes en voorbeelden verduidelijken een instructie.

Slide 9 - Tekstslide

Doel bewaken
  • Informeren
  • Overtuigen
  • Amuseren/vermaken
  • Instrueren

Slide 10 - Tekstslide

Doel bewaken
Sprekers - aan het eind vragen stellen
want: dan is het verhaal verteld

Deelnemers gesprek - op elkaar reageren
want: doel bewaken en niet afdwalen

Slide 11 - Tekstslide

Spreken/Presentatie
Informatie vooraf ordenen:
  • onderwerp + doel;
  • hoofdzaken (in logische volgorde -> bouwplan/mindmap)
  • bijzaken (beeldmateriaal, grafieken, schema's, voorbeelden)

Daarmee: grote lijn vasthouden
Tip: max. 5 bullits per slide, trefwoorden

Slide 12 - Tekstslide

Belangrijk gesprek
  • Zo mogelijk: vooraf aantekening van gespreksonderwerpen

  • Gespreksonderwerpen: hoofdzaken

  • Zorg dat alle onderdelen/hoofdzaken aan bod komen

  • Verduidelijk met bijzaken

Slide 13 - Tekstslide

Belangrijk gesprek
  • Begin gesprek: aangeven waarover je het wilt hebben

  • Gesprekspartner is dan vooraf 'ingelicht'

  • Vooral handig bij telefoongesprek ('ik bel je even over ...')

Slide 14 - Tekstslide

Amuseren
Instrueren
Overtuigen
Informeren
Verhaal over voedings-stoffen
Verhaal over waarom gezonde voeding belangrijk is
Uitleg van veiligheids-voorschrift bouwplaats
Verhaal over rondreis door Azië

Slide 15 - Sleepvraag

1. Alleen degene die het gesprek leidt, moet het gespreksdoel in de gaten houden.
2. Vragen stellen kan het beste aan het eind van een presentatie.
A
Alleen uitspraak 1 is juist.
B
Alleen uitspraak 2 is juist.
C
Beide uitspraken zijn juist.
D
Beide uitspraken zijn onjuist.

Slide 16 - Quizvraag

Presentatie:
Waarom moet je op een slide alleen trefwoorden zetten?
A
Slides dienen als houvast voor jou en je publiek.
B
Omdat je anders niks meer te vertellen hebt.
C
Omdat jij en je publiek anders niet meer weten waar de presentatie over gaat.
D
Om de toeschouwer te prikkelen.

Slide 17 - Quizvraag

Gerrit vertelt zijn klasgenoten wat hij in het weekend heeft beleefd.
Wat is zijn doel?
A
Zijn klasgenoten amuseren met zijn verhaal.
B
Zijn klasgenoten ervan overtuigen dat hij een leuk weekend heeft gehad.
C
Zijn klasgenoten informeren over zijn ervaringen.
D
Zijn klasgenoten vertellen waar ze het beste kunnen uitgaan.

Slide 18 - Quizvraag

Welke uitspraak over een (telefoon)gesprek voeren is juist?
A
Tijdens een (telefoon)gesprek maak je aantekeningen over het doel van het gesprek.
B
Voor het (telefoon)gesprek schrijf je op welke onderwerpen je wilt bespreken.
C
Voor het (telefoon)gesprek zoek je informatie over het gespreksonderwerp.
D
Tijdens het (telefoon)gesprek herhaal je telkens het doel van het gesprek.

Slide 19 - Quizvraag

Hoe zorg je ervoor dat je publiek tijdens een presentatie niet afdwaalt?
A
Door veel informatie op je slides te zetten.
B
Door tijdens de presentatie vragen te stellen aan je publiek.
C
Door slides te gebruiken waarop de hoofdzaken van je verhaal staan.
D
Door voor de presentatie je publiek de hoofdzaken op papier te geven.

Slide 20 - Quizvraag

Aan de slag ...
Werk in tweetallen

Maak de opdracht over je vakantie in Lloret de Mar
Presenteer je ideale vakantie

Achtergrondinformatie
Taalblokken > Bouwsteen 05 - Spreken/gesprekken voeren

Slide 21 - Tekstslide

Aan de slag ...
Werk in tweetallen

Taalblokken > Bouwsteen 05 - Spreken/gesprekken voeren
  • - opgave 4 (opbouw presentatie)
  • - opgave 12 en 13 (zelf presentatie maken)
  • - opgave 14 (presenteren)
  • Woordenschat Bouwsteen 5 - bolletje 16 e.v.

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Tekstslide