Medicatie; kennis en beeldvorming (OpMaat)

Medicatie
- Algemene werkingsprincipes
- Naamgeving
- Groepen medicatie
- Medicijn vs drugs 
1 / 31
volgende
Slide 1: Tekstslide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 3

In deze les zitten 31 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 8 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Medicatie
- Algemene werkingsprincipes
- Naamgeving
- Groepen medicatie
- Medicijn vs drugs 

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Dit zou ik graag willen vragen of bespreken met betrekking tot medicatie.
timer
1:00

Slide 2 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Farmacologie
Farmacodynamiek: Wat het medicijn doet in of met het lichaam; werking van het medicijn.  

Farmacokinetiek: Wat het lichaam doet met het medicijn; hoe gaat het lichaam om met het middel. 

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de farmacodynamiek (werking) van insuline-injecties?

Slide 4 - Open vraag

Als je insuline inspuit, neemt het lichaam glucose (bloedsuiker) op, waardoor de bloedsuikerspiegel daalt en cellen energie krijgen, wat essentieel is voor mensen met diabetes. De werking van de insuline is afhankelijk van de soort en de injectieplaats, en kan bij verkeerd gebruik of overdosis leiden tot een te lage bloedsuiker (hypo) of andere complicaties, zoals spuitplekken (lipodystrofie).
Wat er gebeurt in het lichaam
Glucose-opname: Het lichaamseigen hormoon insuline, of de geïnjecteerde insuline, zorgt ervoor dat de "deur" van de cellen opengaat om glucose uit het bloed op te nemen.
Energie voor cellen: Deze glucose wordt door de cellen gebruikt als brandstof, waardoor de cel energie krijgt en de bloedsuikerconcentratie in het bloed afneemt.
Verbeterde energieniveaus: Door de daling van de bloedsuiker voelen mensen zich vaak energieker en minder moe, wat een opluchting kan zijn voor mensen met diabetes. 
Wat is het verschil in farmacokinetiek (wat het lichaam met het medicijn doet) tussen kortwerkende en langwerkende insulines?

Slide 5 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 6 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 7 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Naamgeving medicatie
  • Chemische naam = nauwkeurige beschrijving van de atomen die de stof bevat 
     (Para-acetylaminofenol)

  • Stofnaam of generieke naam = beschrijving van de stof(fen) die in het medicijn zitten;  onder deze naam herkennen wij vaak de werking van het medicijn (paracetamol)

  • Merknaam = fantasienaam verzonnen 
     door fabrikant (Panadol, Sinaspril)

Slide 8 - Tekstslide

® betekent
dat het een geregistreerd handelsmerk is en dat
niemand anders die naam mag gebruiken
OPDRACHT
Wat zijn de indicaties voor acetylsalicylzuur?

Wat zijn de indicaties voor amitriptyline?

Wat zijn de indicaties voor carbamazepine?


* Indicatie = reden om een middel voor te schrijven

Slide 9 - Tekstslide

carbamazepine
amitriptyline
Toedieningswegen
medicatie

Slide 10 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Toedieningswegen
  • Oraal --> tablet, dragee, capsule, poeder, drank
  • Rectaal --> zetpil
  • Transcutaan --> pleisters, zalf
  • Vaginaal
  • Sublinguaal
  • Intraveneus
  • Intramusculair
  • Subcutaan
  • Neus /  oog / oor
  • Inhalatie
  • ..........

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

enteraal
parenteraal
lokaal
systemisch
Middel komt in het hele lichaam terecht
Middel komt alleen op de plaats van toediening
Toediening via het maag-darmkanaal
Toediening buiten het maag-darmkanaal om

Slide 12 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Medicatie-groepen

Slide 13 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

celdodende middelen, chemotherapie
middelen tegen misselijkheid
slaapmiddelen
stollingsremmers
middelen tegen hoge bloeddruk
pijnstillers
analgetica
anticoagulantia
anti-emetica
anti-hypertensiva
cytostatica
hypnotica

Slide 14 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

OPDRACHT
Noem minimaal 3 groepen antihypertensiva.

Geef van elke groep een korte beschrijving van de manier waarop ze de bloeddruk verlagen. 

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Medicijn of drug
Bepaalde middelen worden door sommigen gebruikt om andere redenen dan medische redenen. In dat geval noemen we het geen medicijn, maar een drug

Omgekeerd kunnen bepaalde middelen die we als drugs kennen bij bepaalde medische problemen een positief effect hebben op de symptomen. In dat geval worden bepaalde drugs 'medicinaal' gebruikt

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Verslavende medicijn-
groepen

Slide 17 - Woordweb

Benzo's
Sterke pijnstillers
Ritalin

Slide 20 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 21 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 23 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Verslaafd aan paracetamol???
Opdracht:
- Zoek informatie over medicatie-afhankelijke hoofdpijn. (bijv. op thuisarts.nl)
- Als je dit leest, is er dan sprake van verslaving of niet? (Wat zijn kenmerken van verslaving? Wordt daaraan voldaan?)

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Verslaafd aan neusspray???
Opdracht:
- Zoek informatie over xylometazoline (otrivin) en het verslavende effect daarvan. (bijv. op www.kno.nl/preventie)
- Als je dit leest, is er dan sprake van een echte verslaving of niet? (Wat zijn kenmerken van verslaving? Wordt daaraan voldaan?)

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

'Drugs' als medicijn

Slide 27 - Woordweb

Benzo's
Sterke pijnstillers
Ritalin

Slide 28 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 29 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 31 - Video

Deze slide heeft geen instructies