Lezenreeks 2 mavo periode 1

Lezen 10 minuten
timer
10:00
1 / 40
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 1

In deze les zitten 40 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Lezen 10 minuten
timer
10:00

Slide 1 - Tekstslide

Beantwoord op papier de volgende vragen over het boek. 
1. Wat vond je van het fragment?  Leg je antwoord uit.

2.  Zou jij Watermeloenman na het lezen van dit fragment  verder willen lezen? Waarom wel of waarom niet?

3.  Welk onderdeel van het fragment maakt jou het meest nieuwsgierig naar de rest van het verhaal? Leg uit waarom.

4. Welk moment uit het fragment vond jij het interessantst? Beschrijf kort het moment en leg uit waarom je juist dit kiest.

5. Wat vind je van Nico als hoofdpersoon?  Leg je antwoord uit met een voorbeeld uit de tekst.

timer
10:00

Slide 2 - Tekstslide

Leerdoelen van vandaag
  • Dat er verschillende tekstdoelen zijn;
  • Verschillende tekstdoelen herkennen.

Slide 3 - Tekstslide

Hoe kom je achter een tekstdoel en tekstdoel?

Stap 1: Lees de tekst verkennend door. Beantwoord de volgende vraag: Wat is het onderwerp? 
Stap 2: Lees de tekst precies. Beantwoord de volgende vraag: Wat vertelt de schrijver over het onderwerp? Wat wil de schrijver ermee bereiken? 
Stap 3: Gebruik de schrijver voornamelijk feiten of meningen? 
Stap 4: Als de bron vermeldt staat kijk naar de bron. Ken je de bron dan weet je direct de tekstsoort. 
Stap 5: Bepaal de tekstsoort en tekstdoel met wat je gelezen hebt. 

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Koppel de vier tekstdoelen die je kent aan de juiste tekstsoorten.
Krantenartikel, nieuwsbrief
Spannend verhaal in een leesboek
Ingezonden brief, recensie
Gebruiksaanwijzing of recept
Informeren
Amuseren
Mening geven
Instructie geven

Slide 6 - Sleepvraag

Slide 7 - Tekstslide

Wat voor tekstsoort is dit?

Slide 8 - Open vraag

Welk tekstdoel hoort bij de tekst 'Een fietslamp vervangen'?
A
Informeren
B
Amuseren
C
Mening geven
D
Instructie geven

Slide 9 - Quizvraag

Slide 10 - Tekstslide

Wat voor tekstsoort is dit?

Slide 11 - Open vraag

Slide 12 - Tekstslide

Wat voor tekstsoort is dit?

Slide 13 - Open vraag

Welke eigenschap hoort niet bij de inleiding?
A
Het onderwerp wordt aangekondigd.
B
Je leest meer informatie over het onderwerp
C
De aandacht van de lezer wordt getrokken.
D
Bestaat meestal uit een alinea.

Slide 14 - Quizvraag

Hoeveel zinnen telt deze tekst?

Slide 15 - Open vraag

Hoeveel regels telt deze tekst?

Slide 16 - Open vraag

1
2
3
4
6
6
7
8
Titel/kop
Afbeelding
Tussenkop
Inleiding
Bron
Kern/middenstuk
Slot
Alinea

Slide 17 - Sleepvraag

Vertel wat je weet over het vinden van het onderwerp van een tekst en hoe je het onderwerp omschrijft.

Slide 18 - Open vraag

Welke leesmanier gebruik je als je het onderwerp van een tekst wilt weten?
A
Verkennend lezen
B
Globaal lezen
C
Precies lezen

Slide 19 - Quizvraag

Welke leesmanier gebruik je als je wilt weten wat de kernzinnen en hoofdzaken van een tekst zijn?
A
Precies lezen
B
Verkennend lezen
C
Globaal lezen

Slide 20 - Quizvraag

Welke leesmanier pas je toe als je de hoofdgedachte van een tekst wilt weten?
A
Verkennend lezen
B
Precies lezen
C
Globaal lezen

Slide 21 - Quizvraag

Leg uit wat deelonderwerpen zijn en waar je die kunt vinden in een tekst.

Slide 22 - Open vraag

Welke vraag stel je als je op zoek bent naar de hoofdgedachte van een tekst?

Slide 23 - Open vraag

Als je op zoek bent naar de belangrijke informatie van een alinea, dan vind je die in...
A
De kernzin
B
De conclusie
C
De inleiding
D
Het midden

Slide 24 - Quizvraag

Leg uit wat het verschil is tussen een feit en een mening.

Slide 25 - Open vraag

Welke zin bevat een controleerbaar feit?
A
Hij verwent zijn kat te veel.
B
Sofie is twaalf jaar.
C
Op straat lopen veel mensen die schelden.
D
Die pannenkoeken zijn niet lekker.

Slide 26 - Quizvraag

Koppel de verbanden aan de juiste signaalwoorden.
Oorzaak / gevolg
Opsomming
Tijd
Conclusie / samenvatting
Daardoor
Bovendien
Voordat
Kortom
Nadat
Ook
Dus
Doordat

Slide 27 - Sleepvraag

Koppel de vier tekstdoelen die je kent aan de juiste tekstsoorten.
Krantenartikel, nieuwsbrief
Spannend verhaal in een leesboek
Ingezonden brief, recensie
Gebruiksaanwijzing of recept
Informeren
Amuseren
Mening geven
Instructie geven

Slide 28 - Sleepvraag

Maken 4.1 tekstdoelen Deel 1 opdrachten 1t/m8 

Slide 29 - Tekstslide

Leerdoelen en Huiswerk
  • Dat er verschillende tekstdoelen zijn;
  • Verschillende tekstdoelen herkennen. 

Huiswerk: Learnbeat Maken 4.1 tekstdoelen Deel 1 opdrachten 1t/m8. 

Slide 30 - Tekstslide

Lezen

Slide 31 - Tekstslide

Wat gebeurt er in het fragment? Beschrijf in je eigen woorden wat volgens jou de belangrijkste gebeurtenis is.

Welke eerste indruk krijg je van Sam? Noem minstens één voorbeeld uit de tekst dat jouw antwoord ondersteunt.

Welke sfeer heeft het fragment volgens jou? Kies bijvoorbeeld uit spannend, grappig, verdrietig, ongemakkelijk of serieus. Leg je keuze uit.

Welke vraag blijft na het lezen van de proloog bij jou achter? Wat zou je verder in het boek graag te weten willen komen?

Zou jij na deze proloog verder willen lezen in De belofte van Pisa? Leg duidelijk uit waarom wel of niet.

Slide 32 - Tekstslide

Leerdoelen van vandaag
  • Dat er verschillende tekstdoelen zijn;
  • Verschillende tekstdoelen herkennen.

Slide 33 - Tekstslide

Hoe kom je achter een tekstdoel en tekstdoel?

Stap 1: Lees de tekst verkennend door. Beantwoord de volgende vraag: Wat is het onderwerp? 
Stap 2: Lees de tekst precies. Beantwoord de volgende vraag: Wat vertelt de schrijver over het onderwerp? Wat wil de schrijver ermee bereiken? 
Stap 3: Gebruik de schrijver voornamelijk feiten of meningen? 
Stap 4: Als de bron vermeldt staat kijk naar de bron. Ken je de bron dan weet je direct de tekstsoort. 
Stap 5: Bepaal de tekstsoort en tekstdoel met wat je gelezen hebt. 

Slide 34 - Tekstslide

Slide 35 - Tekstslide

Schrijfopdracht: Welk tekstdoel kies jij?

Je gaat laten zien dat je niet alleen weet wat een tekstdoel is, maar dat je ook **zelf een tekst met een bepaald tekstdoel kunt schrijven**.

Stap 1 – Kies een onderwerp

Kies één van deze onderwerpen:
Mobiele telefoons op school, Een schoolfeest, Huiswerk, Een nieuwe schoolkantine. Een voetbalwedstrijd, Een onderwerp dat je zelf bedenkt

 Stap 2 – Kies een tekstdoel (informeren – overtuigen – activeren – amuseren)
Houd je tekstdoel geheim!

Stap 3 – Schrijven
Schrijf een korte tekst van ongeveer 100 woorden over jouw onderwerp.

## Stap 4 – Raden maar!
Ruil je tekst met een klasgenoot.
Je klasgenoot schrijft onder jouw tekst:
Ik denk dat het tekstdoel __________ is, omdat __________.

Heeft je klasgenoot jouw tekstdoel goed geraden? Dan is jouw tekst geslaagd!

Slide 36 - Tekstslide

Kahoot!

Slide 37 - Tekstslide

Maken 4.1 tekstdoelen
Deel 2: Keuzetekst 'Mijn liefde voor kranten'


Slide 38 - Tekstslide

Leerdoelen en Huiswerk
  • Dat er verschillende tekstdoelen zijn;
  • Verschillende tekstdoelen herkennen. 

Huiswerk: Learnbeat Maken 4.1 tekstdoelen Deel 1: Keuzetekst 'Hoe vind ik een stageplek die leuk is en bij me past'. 

Slide 39 - Tekstslide

Lezen

Slide 40 - Tekstslide