1. Rots en Water

Rots en Water
1 / 7
volgende
Slide 1: Tekstslide
MentorlesLeren-lerenMiddelbare schoolvmbo, mavo, havo, vwoLeerjaar 1-4

In deze les zitten 7 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Rots en Water

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen
  • Steviger kunnen staan 
  • Het contact met je lijf vergroten

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waar denk je aan bij Rots en Water?

Slide 3 - Woordweb

Het leren hanteren van het Rots en Waterconcept geeft leerlingen meer inzicht in sociale situaties en de impact van hun eigen gedrag. Rots staat voor eigen grenzen aan kunnen geven, zelfstandig beslissingen kunnen nemen, een eigen weg kunnen gaan. Water staat voor communicatie, kunnen luisteren, samen naar oplossingen kunnen zoeken, en de grenzen van anderen te respecteren. 
Opdracht: Chinees boksen

Slide 4 - Tekstslide

In duo’s ga je op één armlengte van elkaar staan (de vingertoppen van persoon A moeten op de schouder van persoon B liggen en andersom). Op dat moment mogen jullie geen stap meer verzetten. Verplaatst persoon A zijn voet, dan heeft persoon B een punt en andersom. De bedoeling is dat jullie elkaar gaan omduwen, maar jullie mogen alleen elkaars handpalmen aanraken. Wie haalt de meeste punten in één minuut?
Hoe kun je winnen?
  • Gronden: beide voeten stevig op de grond zetten
  • Focussen: hier-en-nu,  één focuspunt
  • Centreren: ademhaling

Slide 5 - Tekstslide

Nadat het spel enkele keren is gespeeld, wordt het trucje om te winnen uitgelegd. Het trucje betreft gronden, focussen en centreren.

• Gronden: letterlijk je voeten de aarde induwen, beide voeten stevig op de grond zetten. Voeten staan op heupbreedte en knieën zijn licht gebogen.
• Focussen: de concentratie van de persoon gaat alleen naar de opdracht in het hier-en-nu. Tijdens het spel maakt de persoon geen oogcontact met de medespeler, maar kijkt wel naar de medespeler op één focuspunt.
• Centreren: het helpt wanneer de leerling zich een beetje bewust wordt van de ademhaling. Hoe lager in de buik wordt ademgehaald, hoe steviger men staat.

Het spel wordt nogmaals gespeeld waarbij de leerlingen apart van elkaar aangeven wanneer ze er klaar voor zijn. Wat is het verschil vergeleken met de vorige keer?

Opdracht: Krachtig weglopen

Slide 6 - Tekstslide

Voor deze oefening hebben we drie mensen nodig. Persoon A loopt recht af op persoon B. op het moment dat persoon B vindt dat persoon A te dichtbij komt, zegt hij/zij duidelijk “STOP!” Persoon A gaat stilstaan (grondend, focussend, centrerend), zucht indien nodig een keer om de ademhaling nog verder te laten zakken en loopt naar rechts om drie meter verderop een high five te halen bij persoon C. Voor het weglopen van persoon B is het van groot belang dat dat op een krachtige en stevige manier wordt gedaan. 
Wat neem je mee uit deze les?

Slide 7 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies