4.6 Keizer Napoleon

1 / 35
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolvmbo, mavo, havo, vwoLeerjaar 2

In deze les zitten 35 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 50 min

Introductie

Aan het eind van deze presentatie kun je herkennen en uitleggen op welke manier Napoleon veranderde in een keizerrijk

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Startklaar
  • Op je plek zitten 
  • Telefoon in het Zakkie 
  • Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond
  • Schoolspullen op tafel: Chromebook, JdW-map, etui 
timer
3:00

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Terugblik-opdracht
1. Lees de tekst eerst voor jezelf. 








2. Schrijf voor jezelf op welke oorzaak voor het uitbreken van de Franse Revolutie centraal staat in deze bron?

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies



Welke oorzaak voor het uitbreken van de Franse Revolutie staat centraal in deze bron?
Terugblik-opdracht

Slide 4 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

4.6 Een buitenstaander grijpt de macht: Keizer Napoleon

Wat veranderde er door de komst van Napoleon?

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

      Leerdoelen
  1. Je kent de betekenis van de volgende begrippen: ‘Code Napoléon’, ‘Continentaal Stelsel’ en ‘Bataafse Republiek’. (R)
  2. Je kunt uitleggen hoe de Franse Revolutie ervoor zorgde dat Napoleon aan de macht kwam. (T1)
  3. Je kunt uitleggen hoe het Continentaal Stelsel zorgde voor de val van Napoleon. (T1)
  4. Je kunt met voorbeelden uitleggen waarom Napoleon aan de ene kant een verlichte vorst was, maar aan de andere kant een dictator was. (T2)
  5. Je kunt benoemen wat er in de huidige tijd is overgebleven uit de Napoleontische tijd. (I)

Slide 6 - Tekstslide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.

Zet de zinnen in de juiste volgorde van tijd. Begin met de gebeurtenis die het langst geleden is.
Een groep burgers maakt bekend dat zij zonder de eerste en tweede stand gaan vergaderen.
De Bastille wordt aangevallen: de Franse Revolutie is begonnen.
De derde stand wil dat ook edelen en geestelijken belasting gaan betalen.
De edelen en de geestelijken stemmen tegen en er verandert dus niets.
De koning roept een vergadering van de drie standen bij elkaar.

Slide 7 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag
1. Bekijk de bron eerst voor jezelf. 








2. Schrijf voor jezelf op wat de boodschap van de maker?

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies



Wat is de boodschap van de maker?
Aan de slag

Slide 9 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies


Hoe bereik je het volk?




  • Niet iedereen kon lezen, zeker niet in de 3e stand. 
  • Maar spotprenten? Die begreep iedereen!

  • Deze spotprenten werden meestal gemaakt door de bourgeoisie.
Geestelijkheid
De 1e stand
Adel
De 2e stand
De 3e stand
Alle mensen die niet bij de 1e of 2e stand horen.

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Standensamenleving

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat weet jij eigenlijk van Napoleon?

Slide 12 - Woordweb

2. Voorkennis activeren
De docent activeert relevante voorkennis aan de hand van een terugblik-opdracht, waarbij eventueel een beroep op de thuistalen wordt gedaan. Op deze manier biedt de docent een kapstok om nieuwe stof te verbinden aan de eerder geleerde stof en richting te geven aan het verdere verloop van de les. Tegelijkertijd worden hiermee misconcepties van leerlingen zichtbaar gemaakt, waar de docent vervolgens gericht op in kan spelen.


Staatsgreep van Napoleon
november 1799



  • Generaal Napoleon Bonaparte heeft de Franse Republiek al eerder gered: in 1795, toen aanhangers van de overleden koning de macht wilden grijpen.
  • Hij is klaar met de zwakke Directoire en zet hen af. 
  • Napoleon benoemt zichzelf tot consul. Net zoals de Romeinen dat ooit deden.

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Napoleon Bonaparte
  • Geboren op het eiland Corsica op 15 augustus 1769

  • Hij was afkomstig uit de derde stand (zijn vader was advocaat)

  • Het gezin was niet rijk, maar Napoleon kon toch studeren

  • Hij ging op zijn 15e naar een militaire school

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag

Slide 15 - Tekstslide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet over hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. Hierbij modelleert de docent eerst en laat daarna de leerlingen actief inoefenen. De ondersteuning wordt geleidelijk afgebouwd. De docent zorgt voor afwisseling in oefentypes en maakt gedurende de les het leren zichtbaar. De docent zet bijvoorbeeld in op hardop denken opdrachten en koppelt daar een geïnformeerde vervolgstap aan.


Napoleon wordt dictator
1799-1804



  • Hoewel de Franse Revolutie hem de kans heeft gegeven hoger op te komen, heeft Napoleon niet zoveel met de idealen van de Revolutie.
  • Hij schakelt tegenstanders uit en wordt langzaamaan dictator van Frankrijk.
  • Het volk heeft, door zijn overwinningen, alle vertrouwen in Napoleon.

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Frankrijk bezet Nederland
1795-1813




  • Op verzoek van de Patriotten, Nederlanders die van de prins van Oranje, af willen, vallen Franse troepen Nederland binnen.
  • Nederland wordt de Bataafse Republiek, maar de Nederlanders zelf hebben maar weinig te zeggen.

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Napoleon kroont zichzelf keizer 1804



  • Nu Napoleon de absolute baas is in grote delen van Europa, kroont hij zichzelf tot keizer.

  • Na 15 jaar revolutie lijkt Frankrijk terug bij af: er is weer één man de baas.

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag
Wat?
Door middel van levende grafiek kun je aangeven of de Franse Revolutie voor meer of minder vrijheid heeft gezorgd voor het Franse volk.

Hoe?
In tweetallen geef je per gebeurtenis aan of het Franse volk meer of minder vrijheid kreeg.

Hoelang?
15 min.




Slide 19 - Tekstslide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet over hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. Hierbij modelleert de docent eerst en laat daarna de leerlingen actief inoefenen. De ondersteuning wordt geleidelijk afgebouwd. De docent zorgt voor afwisseling in oefentypes en maakt gedurende de les het leren zichtbaar. De docent zet bijvoorbeeld in op hardop denken opdrachten en koppelt daar een geïnformeerde vervolgstap aan.

Aan de slag

Slide 20 - Tekstslide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet over hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. Hierbij modelleert de docent eerst en laat daarna de leerlingen actief inoefenen. De ondersteuning wordt geleidelijk afgebouwd. De docent zorgt voor afwisseling in oefentypes en maakt gedurende de les het leren zichtbaar. De docent zet bijvoorbeeld in op hardop denken opdrachten en koppelt daar een geïnformeerde vervolgstap aan.


Koninkrijk Nederland
1806-1810




  • De broer van Napoleon, Lodewijk Napoleon, wordt in 1806, de eerste koning van Nederland.
  • Hij is geliefd in ons land: zo probeerde hij ook Nederlands te praten. 
  • Dat was niet altijd makkelijk. Zo noemde hij zichzelf: 'konijn van Olland'

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies








Lodewijk Napoleon laat het stadhuis van Amsterdam tot zijn paleis verbouwen. 
Tegenwoordig heet het daarom nog steeds Paleis op de Dam.
Zijn vrouw vond het helemaal niets en vertrok weer naar Frankrijk

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Deel van Frankrijk
1810-1813




  • Napoleon vindt dat zijn broer veel te vriendelijk is voor de Nederlanders, en stuurt hem weg.
  • Nederland wordt nu een deel van het Franse Keizerrijk.
  • In 1811 brengt hij zijn eerste, en enige, bezoek aan Nederland.

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Tocht naar Rusland
juni 1812




  • Napoleon had gehoopt dat Rusland een bondgenoot zou zijn. 
  • Dat valt tegen en Napoleon kan maar één ding doen: Rusland aanvallen.
  • Hij verovert Moskou, maar de stad wordt door de Russen zelf in brand gestoken. Napoleon is verbijsterd...

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Napoleons terugtocht
oktober 1812




  • Rusland wordt zijn ondergang
  • De Russische tactiek én gevreesde winter verwoesten het Grande Armée van Napoleon.
  • Van de 680.000 soldaten, komen er uiteindelijk 40.000 terug in Frankrijk.

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Verbannen naar Elba
1814




  • Napoleon wordt in 1814 afgezet en verbannen naar het eiland Elba, maar hij weet te ontsnappen en Parijs te bereiken.
  • De Fransen juichen hem toe als hij langsrijdt: Napoleon wordt opnieuw keizer

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Slag bij Waterloo
1815




  • Napoleon is nog 100 dagen keizer, daarna wordt hij verslagen door o.a. Engeland, Pruisen en de Nederlanden in de Slag bij Waterloo (B).
  • Napoleon wordt opnieuw verbannen. Nu voorgoed.
  • De rest van zijn leven zal hij doorbrengen op St. Helena (Atlantische Oceaan)

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Napoleon sterft
1821




Napoleon sterft op 5 mei 1821 op 51-jarige leeftijd aan maagkanker. 
Zijn lichaam werd naar Parijs gebracht, waar zijn praalgraf 
tegenwoordig nog steeds te vinden is.
Nederland is er dan weer een Oranje aan de macht: Koning Willem I

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Erfenis van Napoleon
  • Verkeer: rechts rijden

  • Burgerlijke stand: aangifte van geboorte en sterfte (Code Napoléon)

  • Invoering van achternamen

  • Invoering van het metrieke stelsel (meters, kilometers)

  • Nederland wordt écht één land

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Sleep het begrip naar de juiste omschrijving.
begin van de periode van de terreur
Napoleon wordt dictator
Robespierre wordt onthoofd
Napoleon valt Rusland aan
Slag bij Leipzig
1792
1813
1812
1799
1794

Slide 30 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag
Clipphanger: Wie was Napoleon?

Slide 31 - Tekstslide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet over hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. Hierbij modelleert de docent eerst en laat daarna de leerlingen actief inoefenen. De ondersteuning wordt geleidelijk afgebouwd. De docent zorgt voor afwisseling in oefentypes en maakt gedurende de les het leren zichtbaar. De docent zet bijvoorbeeld in op hardop denken opdrachten en koppelt daar een geïnformeerde vervolgstap aan.

1

Slide 32 - Video

Deze slide heeft geen instructies

00:05-00:15

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

    Begrippen uit deze les
  • dictator
  • Patriotten
  • Bataafse Republiek
  • Koninkrijk Holland
  • Slag bij Waterloo

Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

      Leerdoelen
  1. Je kent de betekenis van de volgende begrippen: ‘Code Napoléon’, ‘Continentaal Stelsel’ en ‘Bataafse Republiek’. (R)
  2. Je kunt uitleggen hoe de Franse Revolutie ervoor zorgde dat Napoleon aan de macht kwam. (T1)
  3. Je kunt uitleggen hoe het Continentaal Stelsel zorgde voor de val van Napoleon. (T1)
  4. Je kunt met voorbeelden uitleggen waarom Napoleon aan de ene kant een verlichte vorst was, maar aan de andere kant een dictator was. (T2)
  5. Je kunt benoemen wat er in de huidige tijd is overgebleven uit de Napoleontische tijd. (I)

Slide 35 - Tekstslide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.