De wereld & ik - les 1

1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide
WereldcampusMiddelbare schoolvmbo, mavo, havo, vwoLeerjaar 1-3

In deze les zitten 19 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 70 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

              Startklaar
  • Op je plek zitten 
  • Telefoon is thuis of in de kluis 
  • Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond
  • Schoolspullen op tafel: Boek, Chromebook, JdW-map, etui 
timer
3:00

Slide 2 - Tekstslide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
      Leerdoelen
Leerdoel:
  • De leerlingen weten wat cultuur en identiteit betekenen
  • De leerlingen begrijpen waar hun gevoel voor identiteit vandaan komt










Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is identiteit?

Slide 4 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Slide 5 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Schrijf de vragen en jouw antwoorden in je aantekeningen
Vragen:
  • Wat bedoelt de schrijver met 'onze jongens'? 
  • Waarom kiezen 'onze jongens' voor het Marokkaans elftal?

Stelling:
  • Als je bent geboren in Nederland, moet je uitkomen voor het Nederlands elftal











timer
20:00

Slide 6 - Tekstslide

De samenvatting van het artikel staat naast de les. 


Maak zelf een keuze of je alleen de vragen of stelling doet, of allebei
Is het te moeilijk kan je ook alleen de samenvatting lezen.

Wat is cultuur?

Slide 7 - Woordweb

Begin de les met een vijf minuten durende uitleg over de invloed van cultuur op identiteit, en bespreek hoe culturele
tradities en waarden kunnen bijdragen aan het vormen van iemands identiteit. Laat de leerlingen vervolgens vijf
minuten nadenken over hoe cultuur hun eigen identiteit beïnvloedt. Laat ze in kleine groepjes vijf minuten werken
om een culturele traditie of waarde te onderzoeken die belangrijk is voor hun familie of gemeenschap. Organiseer
daarna een korte klassikale discussie waarin elke groep hun tradities en waarden deelt en reflecteren op hoe deze
bijdragen aan hun identiteit.

2. Voorkennis activeren
De docent activeert relevante voorkennis aan de hand van een terugblik-opdracht, waarbij eventueel een beroep op de thuistalen wordt gedaan. Op deze manier biedt de docent een kapstok om nieuwe stof te verbinden aan de eerder geleerde stof en richting te geven aan het verdere verloop van de les. Tegelijkertijd worden hiermee misconcepties van leerlingen zichtbaar gemaakt, waar de docent vervolgens gericht op in kan spelen.

Traditie

Opdracht:
Schrijf een paar tradities op die belangrijk zijn voor jou en leg uit wat het inhoudt.

Traditie: een gewoonte die binnen een cultuur van generatie op generatie wordt doorgegeven, zoals Sinterklaas en Kerstmis


Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Primaire identiteit

Primaire identiteit (Pi) = identiteit die wordt bepaald door aangeboren kenmerken, zoals geslacht en afkomst.





Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voorbeelden
  • Geslacht = ben jij geboren als man of vrouw?
  • Afkomst = Waar jij of je familie vandaan komt.
  • Accent = de manier waarop iemand woorden/klanken uitspreekt (bijv. Haags of Limburgs).​
  • IQ = geeft aan hoe slim jij bent/jouw intelligentie (intelligentiequotiënt).​
  • Geloof?










Slide 10 - Tekstslide

Laat de leerlingen zelf voorbeelden bedenken voordat je deze geeft.

5. Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische en concrete voorbeelden die voor leerlingen herkenbaar zijn in hun eigen leefwereld om tot beter begrip te komen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven.

Secundaire identiteit

Secundaire identiteit (Si) = Identiteit die wordt gevormd door eigen keuzes, zoals hobby's en muzieksmaak.






Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voorbeelden
  • Sport
  • Muziek
  • Politieke voorkeur = hoe wordt er omgegaan met het verschil tussen rijk en arm? 
  • School
  • Vrijwilligerswerk = werk dat mensen doen om andere mensen te helpen.










Slide 12 - Tekstslide

Laat de leerlingen zelf voorbeelden bedenken voordat je deze geeft.

5. Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische en concrete voorbeelden die voor leerlingen herkenbaar zijn in hun eigen leefwereld om tot beter begrip te komen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven.

Video over Ziyech

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Afsluitende opdracht:
Schrijf 1 pi- en 1 si-kenmerken van jezelf op

Slide 14 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 15 - Link

Deze slide heeft geen instructies


Controle vragen
A
a.
B
b.
C
c.
D
d.

Slide 16 - Quizvraag

7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de les gerichte feedback, feedup en feedforward op de op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en op zelfsturing. De docent bevraagt willekeurig leerlingen met open vragen. De docent stimuleert kwaliteitsbesef onder leerlingen door bijvoorbeeld leerlingen elkaars werk te laten vergelijken of uitgewerkte voorbeelden te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.
           Leerdoelen
  1. T1
  2. T2
  3. I


Checklist:
  • Het leerdoel is in leerlingentaal geformuleerd.
  • Het leerdoel is volgens de RTTI-methodiek geformuleerd.
  • Het leerdoel geeft een omschrijving van de context (inhoud).
  • Er wordt een werkwoord gebruikt in het leerdoel (gedrag).
  • De condities worden weergeven in het leerdoel (voorwaarden).
  • Er zijn succescriteria gekoppeld aan het leerdoel (norm).

Slide 17 - Tekstslide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.      
Checklist:
  • Bepaal welke voorkennis relevant is voor de nieuwe lesstof.
  • Ontwerp een terugblik-opdracht die deze voorkennis activeert.
  • Overweeg of en hoe thuistalen ingezet kunnen worden om voorkennis te activeren.
Terugblik opdracht

Slide 18 - Woordweb

2. Voorkennis activeren
De docent activeert relevante voorkennis aan de hand van een terugblik-opdracht, waarbij eventueel een beroep op de thuistalen wordt gedaan. Op deze manier biedt de docent een kapstok om nieuwe stof te verbinden aan de eerder geleerde stof en richting te geven aan het verdere verloop van de les. Tegelijkertijd worden hiermee misconcepties van leerlingen zichtbaar gemaakt, waar de docent vervolgens gericht op in kan spelen. 
              Startklaar
  • Op je plek zitten 
  • Telefoon is thuis of in de kluis 
  • Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond
  • Schoolspullen op tafel: Boek, Chromebook, JdW-map, etui 
timer
3:00

Slide 19 - Tekstslide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.