cross

Hoofdstuk 7: Multiculturele samenleving

Pluriforme samenleving


1. Leven tussen verschillende culturen
1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
Maatschappijleervmbo tLeerjaar 3

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quiz en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Pluriforme samenleving


1. Leven tussen verschillende culturen

Slide 1 - Tekstslide


Pluriforme samenleving




Samenleving van mensen met verschillende
culturen en leefstijlen 
Pluriform betekent veelvormig

Slide 2 - Tekstslide

Er zijn verschillende soorten culturen:
a. dominante cultuur: de overheersende cultuur. Is het meeste in een land aanwezig. In NL dus de NL-se cultuur.

b. Subcultuur: de cultuur die in de minderheid is en NIET botst met de waarden en normen van de dominante cultuur. Bv. JTC-cultuur, voetbalvereniging.

c. Tegencultuur: de cultuur die in de minderheid is en waarvan de waarden en normen WEL botsten met de dominante cultuur. Bv. extreem-rechts, krakers, hooligans

Slide 3 - Tekstslide

Dominante cultuur
  • De normen, waarden en gewoonten van de meeste mensen in een land

  • Bijvoorbeeld: de intocht van Sinterklaas of 's avonds rond zes uur warm eten

  • Maar ook: vrijheid van meningsuiting en gelijke behandeling van vrouwen

Slide 4 - Tekstslide

Subculturen
  • Een subcultuur is de cultuur van een kleine groep binnen de samenleving, bijvoorbeeld door: muzieksmaak, land van herkomst, werk of geloof

  • Je gedraagt je volgens deze normen, waarden en gewoonten

  • Je hoort meestal niet bij één subcultuur

Slide 5 - Tekstslide

Mensen kunnen bij verschillende culturen tegelijkertijd horen. Bv. je hoort bij de Nederlandse cultuur en je bent ook lid van een voetbalverening. 

Culturen verschillen per:
- Groep: gothics hebben zwarte kleding, rappers hebben veel bling bling
- plaats: in NL eten wij met mes en vork, in China eten mensen met stokjes
- Tijd: vroeger was seks voor het huwelijk verboden, nu mag dat wel.

Slide 6 - Tekstslide

Extra: Presenteer een subcultuur

Bedenk minimaal zes dingen die je wilt weten over deze subcultuur. Zoals bijvoorbeeld:
- Waar komt deze subcultuur vandaan?
- Doen veel mensen mee aan deze subcultuur?
- Wat zijn de belangrijkste onderwerpen of waarden van deze cultuur?
- Hoe herkende je deze cultuur? (Denk aan kledingstijl, omgangsvormen en muzieksmaak.)
- Welke beroemde personen horen bij deze cultuur?

Dit presenteer je volgende les met je groepje. Maak een PowerPoint/ Poster en lever dit voor het einde van de les bij mij in.

Slide 7 - Tekstslide

Pluriforme samenleving


2. Hoe kijk je tegen anderen aan?

Slide 8 - Tekstslide

Vooroordelen - I
Mensen die elkaar voor het eerst zien doen meestal aan “etiketten plakken”: zij hebben een vooroordeel over een ander.


Een vooroordeel = een oordeel over iets of iemand zonder dat je de feiten kent.

Slide 9 - Tekstslide

Vooroordelen - II
Soms hebben mensen een stereotype: een oordeel over een grote groep mensen, op basis van iets dat je van 1 iemand weet. Bv. je kent 1 luie mavo 3 leerling, dus “alle mavo 3 leerlingen zijn lui”. 

Slide 10 - Tekstslide

Soms is er sprake van discriminatie: mensen anders behandelen in dezelfde situaties. Dat kan op basis van:
- culturele achtergrond / Bv. een Turk wordt niet aangenomen voor een baan, alleen maar omdat hij Turk is

- uiterlijk: iemand die dik is wordt niet aangenomen voor een baan, want die zal “wel lui” zijn

- geslacht /geaardheid: een homo wordt geweigerd als docent

- leeftijd: iemand van 60 krijgt geen baan, want hij is “te oud”

Slide 11 - Tekstslide

Tolerant 
Soms zijn mensen juist heel tolerant: je staat open voor de waarden en normen van andere mensen.
Als je tolerant bent, toon je respect: je laat een ander in zijn of haar waarde.

Slide 12 - Tekstslide

Pluriforme samenleving


3. Migratie naar Nederland

Slide 13 - Tekstslide

Migratie
Iemand die NL vanuit een ander land binnenkomt, noemen we immigrant.
Iemand die NL verlaat, noemen we een emigrant
Iemand is altijd een immigrant en emigrant tegelijkertijd

Slide 14 - Tekstslide

Waarom migreren mensen?
- meer veiligheid: bv oorlog of hongersnood. Deze mensen heten ook wel:
asielzoekers: mensen die vragen of ze in een ander land toegelaten kunnen worden als vluchteling
- werk: noemen we ook wel arbeidsmigranten
- koloniën, bv. Surinamers voor 1975
- gezin: bv. omdat vader gevlucht is en nu zijn gezin over laat komen

Slide 15 - Tekstslide

Wanneer is iemand allochtoon?
Een allochtoon is: iemand die niet zelf in het land geboren is waar hij woont EN zijn beide ouders EN beide grootouders.

Let op: soms heeft iemand wel de Nederlandse nationaliteit, maar is toch een allochtoon. Dat kan als hij zelf geboren is in het land waar hij woont, maar bijvoorbeeld zijn ouders niet. Dat heet een 2e generatie allochtoon

Slide 16 - Tekstslide

Wanneer word je toegelaten in NL?
1. Mensen die BINNEN DE EUROPESE UNIE wonen mogen hier altijd wonen en werken
2. Mensen die van BUITEN DE EUROPESE UNIE komen moeten zich houden aan de volgende regels:
- Werk: er moet voldoende vraag zijn naar het beroep
- Gezinsvorming: BEIDE partners moeten 21 jaar of ouder zijn en de partner in NL moet voldoende verdienen
- Asielzoeker: je moet kunnen bewijzen dat je in je eigen land in gevaar bent
- Je moet slagen voor het inburgeringsexamen

Mensen die naar NL komen en niet worden toegelaten, maar toch blijven noemen we: illegaal

Slide 17 - Tekstslide

Pluriforme samenleving


5. Integratie

Slide 18 - Tekstslide

Er zijn 3 manieren om in te burgeren - I
1. Integratie

Je past je gedeeltelijk aan de nieuwe cultuur aan.
Nieuwkomers nemen de Nederlandse gewoonten over, maar houden ook veel dingen van hun eigen cultuur. Bijv. je leert wel de taal, maar behoudt je geloof.

Slide 19 - Tekstslide

Er zijn 3 manieren om in te burgeren - II
2. Assimilatie 

Je past je (bijna) volledig aan de nieuwe cultuur aan.
Nieuwkomers vervangen heel veel van hun cultuur door de cultuur van het land waar ze gaan wonen (=dominante cultuur). De eigen gewoonten en tradities, bijvoorbeeld naar de moskee gaan, worden dan losgelaten.

Slide 20 - Tekstslide

Er zijn 3 manieren om in te burgeren - III
3. Segregatie
Mensen gaan in gebieden wonen waar veel mensen van hun eigen cultuur wonen
Nieuwkomers passen zich niet aan. Hierdoor hebben bevolkingsgroepen weinig contact met elkaar en is er een grote scheiding tussen bevolkingsgroepen. Bijvoorbeeld wijken waar vooral migranten wonen.

Slide 21 - Tekstslide

Wat doet de overheid om integratie te verbeteren? 

•Geld investeren in lessen Nederlands. 
• Gemengde scholen stimuleren (dus geen “witte” en “zwarte” scholen).
• Probleemwijken opknappen.

Slide 22 - Tekstslide

Noem een voorbeeld van integratie, assimilatie en segregatie. Doe het zo:
Integratie =......
Assimilatie =.....
Segregatie is =....

Slide 23 - Open vraag