W14 TEK 3M SGA Les 2

1 / 32
volgende
Slide 1: Tekstslide
Beeldende vormingMiddelbare schoolmavoLeerjaar 3

In deze les zitten 32 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Les 2:
Vorige les (Les 1, week 13) heb je geleerd over de vormgevingsaspecten 
licht en vorm.

CHECK-UP:

Slide 2 - Tekstslide

Werking oog

Slide 3 - Tekstslide

De zon is een ..
A
Kunstmatig lichtbron
B
Lichtbron
C
Diffuus terruggekaats
D
Schaduw

Slide 4 - Quizvraag

Schaduwen
Schaduw ontstaat op plaatsen waar licht niet kan komen. 

Licht gaat altijd rechtuit, daarom kun je een schaduw goed tekenen. 

Slide 5 - Tekstslide

Klopt de schaduw?
A
ja
B
nee

Slide 6 - Quizvraag

Klopt de schaduw?
A
ja
B
nee

Slide 7 - Quizvraag

Klopt de schaduw?
A
ja
B
nee

Slide 8 - Quizvraag


1
2
Wat voor licht zien we hier?
A
1 is doorvallend licht en 2 is tegenlicht.
B
1 is zijlicht en 2 is meelicht.
C
1 is diffuus licht en 2 is meelicht.

Slide 9 - Quizvraag


1
3
WAT VOOR LICHT ZIEN WE HIER?
2
A
1 is tegenlicht, 2 is zijlicht en 3 is ook zijlicht.
B
1 is tegenlicht, 2 is strijklicht en 3 is doorvallend licht.
C
1 is meelicht, 2 doorvallend licht en 3 is silhouet.
D
1 is tegenlicht, 2 is doorvallend licht en 3 is strijklicht.

Slide 10 - Quizvraag

In les 1 hebben we ook over VORM geleerd.


CHECK- UP!!

Slide 11 - Tekstslide

VORMCONTRAST (vorm-verschil): 
als 2 vormen van verschillende vormsoorten naast elkaar worden gebruikt om het vormverschil te benadrukken:  

Enkele Voorbeelden

-Geometrisch-organisch
-gesloten-open
-enkelvoudig-meervoudig
-symmetrisch-asymmetrisch
-groot-klein
-hoekig-rond

Slide 12 - Tekstslide


Welke vormcontrasten zien we hier?
A
Links: geometrisch-organisch Rechts: Figuratief en geabstraheerd.
B
Links: figuratief en geabstraheerd Rechts: Ruimtelijke en platte vorm
C
Links: geabstraheerd-abstract Rechts: Open en gesloten.
D
Links: dynamisch en statisch, Rechts: organisch en geometrisch.

Slide 13 - Quizvraag


Benoem 
de volgorde.
1
2
3
4
5
A
1 =figuratief, 2=lineair, 3=dynamisch, 4=geometrisch, 5=expressief
B
1 =geabstraheerd, 2=lineair, 3=open 4=organisch, 5=statisch
C
1 =figuratief, 2=abstract, 3=expressief, 4=geabstraheerd, 5=dynamisch

Slide 14 - Quizvraag

LES 2
VANDAAG gaan we het vormgevingsaspect 
COMPOSITIE behandelen.
WAT ga je leren?

Je gaat de verschillende soorten composities 
herkennen en kunnen benoemen.

Slide 15 - Tekstslide

COMPOSITIE= vlakverdeling
De manier waarop alles is geordend (neergezet)
in een kunstwerk

"Alles" wordt ook wel de "beeldelementen" genoemd. 
(Daarmee worden de "dingen" die je tekent bedoeld).

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Tekstslide

Een dynamische compositie is een compositie die beweeglijk is. Dat gebeurt:
  • Als de ordeningslijnen golven, schuin of diagonaal lopen 
  • Als er ritme of herhaling in zit 
  • Als vormen ongelijk verdeeld zijn over het vlak  
  • Als er diagonalen/schuine of gebogen richtingen in zitten 
  • Kleurcontrasten 

Slide 21 - Tekstslide

statische compositie
dynamische compositie

Slide 22 - Tekstslide

 Een statische compositie is een compositie die vast staat en onbeweeglijk is. Dat gebeurt: 
  • Als een ordening symmetrisch is 
  • Als een ordening centraal is 
  • Als de ordeningslijnen evenwijdig lopen aan het kader (de vier zijden van een tekening) 
  • Als vormen gelijkmatig verdeeld zijn over het vlak 
  • Gelijkmatig gebruik van horizontale/verticale lijnen 
  • Gelijkmatig verdelen van vormen over vlak 
  • Kleine kleurcontrasten 
  • Ontbreken van natuurlijke contrasten (licht/donker contrast)

Slide 23 - Tekstslide

Er zit op geen enkele wijze beweging in de compositie. Alle onderdelen lijken volledig stil te staan.

Slide 24 - Tekstslide

Slide 25 - Tekstslide

Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Video

Waaraan kun je zien dat dit een statische compositie is?
A
Er zijn geen golven zichtbaar
B
Het licht is rustig
C
De compositie is symmetrisch
D
Een brug kan niet bewegen

Slide 28 - Quizvraag

Statisch of dynamisch?

Slide 29 - Tekstslide

Teken dit beeld na, maar maak de 
compositie dynamischer. 
Maak hiervan een foto en lever deze in:
Teams > Algemeen > Opdrachten
Teken dit beeld na maar maak in jouw versie de compositie juist heel dynamisch.

Slide 30 - Tekstslide

KARIKATUUR: 
Dit is een portret van iemand waarin bepaalde kenmerken sterk worden overdreven.
Meestal als spotprent.

Slide 31 - Tekstslide


TEKEN EEN SPOTPRENT VAN JEZELF.
Teken in potlood op een A4tje. 
(Teken niet te klein). 
Maak een foto van je tekening en lever deze in bij:
Teams > Algemeen > Opdrachten

Slide 32 - Open vraag