H1.2
Het practicumlokaal
Veilig proefjes doen
Vandaag leer je:
• wat een practicum is
• hoe je veilig werkt
• wat pictogrammen betekenen
• hoe je een brander gebruikt
1/14
H1.2
Het practicumlokaal
Veilig proefjes doen
Vandaag leer je:
• wat een practicum is
• hoe je veilig werkt
• wat pictogrammen betekenen
• hoe je een brander gebruikt
1/14
Wat is een practicum?
Een practicum = zelf onderzoek doen.
Practicum
Een proefje of onderzoek dat je zelf doet.
Bij een practicum:
• gebruik je materialen
• meet je iets
• kijk je wat er gebeurt
• werk je veilig
2/14
Wat zie je in een practicum-lokaal?
Op de practicumpafel:
Waterkraan
voor spoelen en afkoelen
Gaskraan
voor een brander
Stopcontact
voor elektrische apparaten
3/14
Aan de slag!
Wat? Maak vragen 15 + 16 op pagina 18
Hoe? Werk zelfstandig binnen je groep
Tijd? 7 min
Hulp? Probeer het samen op te lossen. Lukt het niet? Vraag dan de docent
Klaar?
Even wachten om samen na te kijken!
minute
second
Veilig werken
In het practicumlokaal let iedereen goed op.
Veiligheids-regels tijdens een practicum:
• luister naar de docent
• volg de opdracht
• loop rustig
• eet en drink niet
• houd je tafel netjes
• raak stoffen niet zomaar aan
Twijfel je? Vraag hulp.
4/14
Bescherm jezelf
Soms moet je extra bescherming dragen.
Draag bij sommige proeven:
Labjas
beschermt je kleding en huid
Veiligheidsbril
beschermt je ogen
Lang haar?
Doe je haar in een staart.
Vooral belangrijk bij vuur en gevaarlijke stoffen.
5/14
Veiligheidsmiddelen
Deze spullen helpen bij een ongeluk.
Ken de plek van:
• brandblusser: om een grotere brand te blussen. Niet bij personen gebruiken
• blusdeken: om een kleine brand te blussen of als de kleren van iemand branden.
• oogdouche: als je in je ogen een bijtende stof hebt gekregen
• nooddouche: als je een bijtende stof op je huid of kleren hebt gekregen
• noodstop: knop die gas, water en stroom afsluit
als je erop drukt.
6/14
Tijdens een proef komt er gevaarlijke vloeistof in je oog. Wat doe je eerst?
Wachten
Oogdouche gebruiken
In je oog wrijven
Naar huis gaan
Veiligheidspictogrammen
Een pictogram laat zien welk gevaar er is.
8/14
Kun jij het herkennen?
Welke betekent giftig?
A
B
C
D
9/14
Aan de slag!
Wat? Maak vragen 19, 20, 22, 23, 24, 25, 26 + 27 op pagina 19+20
Hoe? Werk zelfstandig binnen je groep
Tijd? 7 min
Hulp? Probeer het samen op te lossen. Lukt het niet? Vraag dan de docent
Klaar?
Even wachten om samen na te kijken!
minute
second
De brander (onderdelen)
Schoorsteen
Gasregelknop
Luchtring
Gasslang
Werken met een brander
Met een brander maak je een vlam.
Met de knoppen regel je:
• hoeveel gas er komt
• hoeveel lucht erbij komt
Daardoor verandert de kleur van de vlam.
10/14
De gele vlam
De gele vlam gebruik je als pauzevlam.
Gele vlam
• luchtring is dicht
• je ziet de vlam goed
• je gebruikt de gele vlam als je pauzeert
Nadeel: wat je in de vlam houdt wordt zwart
Niet gebruiken om te verwarmen.
11/14
De blauwe vlam
De blauwe vlam gebruik je om te verwarmen.
Blauwe vlam
• luchtring staat open
• de vlam is heet
• hiermee verwarm je iets
nadeel: je ziet het vlam minder goed
Pas op: blauw vuur is erg heet.
12/14
Veilig of niet veilig?
Kies: goed of fout.
1. Ik draag een veiligheidsbril bij gevaarlijke stoffen.
2. Ik ren door het practicumlokaal.
3. Lang haar doe ik in een staart bij een brander.
4. Ik raak een onbekende stof met mijn vingers aan.
5. Ik luister naar de docent.
Steek je hand op: 👍 goed of 👎 fout
13/14
Wat moet je onthouden?
Veilig werken = samen goed opletten.
Samenvatting
✓ Luister naar de docent
✓ Volg de opdracht
✓ Draag bescherming
✓ Ken de veiligheidsmiddelen
✓ Herken pictogrammen
✓ Geel = pauze
✓ Blauw = verwarmen
✓ Vraag hulp als je twijfelt
14/14
Aan de slag!
Wat? Maak vragen 31+32 op pagina 22
Hoe? Werk zelfstandig binnen je groep
Tijd? 7 min
Hulp? Probeer het samen op te lossen. Lukt het niet? Vraag dan de docent
Klaar?
Even wachten om samen na te kijken!
minute
second