Workshop C3 - Seizoenen en warmte (1)

Workshop C3
Hindernis 2 - Temperatuur
Heel zwaar leven
In het nieuws
1 / 36
volgende
Slide 1: Tekstslide
Mens & NatuurMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

In deze les zitten 36 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 75 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Workshop C3
Hindernis 2 - Temperatuur
Heel zwaar leven
In het nieuws

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Op de agenda
  • Terugblik vorige workshop
  • Seizoenen verklaard 
    (herhaling bk)
  • Extreme klimaten
  • Uitdagingen voor het leven
  • Warmteoverdracht

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Terugblik
Elementbehoud
Voedselkringloop
Aanpassingen 
Co-evolutie
Energiebalans

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe goed begrijp jij de informatie uit de vorige workshop? (Afhankelijk vd uitslag de komende vragen wel/niet gebruiken)
Elementbehoud
Voedselkringloop
Aanpassingen
Co-evolutie
Energiebalans
0100

Slide 4 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Woelmuis: steeds betere schutkleur. Vos: steeds beter in het zien van kleurendetails en beweging

Deze ontwikkeling tussen prooi- en roofdier noemen we een voorbeeld van:...
A
Mutatie
B
Aanpassing
C
Co-evolutie
D
Elementbehoud

Slide 5 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Volgende de wet elementbehoud ...
A
Neemt het aantal elementen op aarde toe
B
Neemt het aantal elementen op aarde af
C
Neem het gewicht per schakel in de voedselketen af
D
Blijft het aantal elementen op aarde ongeveer gelijk

Slide 6 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een stuk ruimterots dat door de dampkring komt en op aarde inslaat is daarmee direct van invloed op:...
A
De energiebalans
B
De wet van elementbehoud
C
Co-evolutie
D
De voedselkringloop

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe noemen we de 'schakel' of het 'trofische niveau' dat dood organisch materiaal opeet en 'humus' uitpoept? (enkelvoud)

Slide 8 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Reducenten zorgen vervolgens voor het omzetten van humus naar mineralen voor de planten. Maar... wat zijn reducenten ook alweer? (2 groepen)

Slide 9 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

De energiebalans rechts is waarschijnlijk van een...
A
Warmbloedig dier zoals een vos
B
Plant
C
Koudbloedig dier zoals een vis
D
Warmbloedig dier zoals een schaap

Slide 10 - Quizvraag

D is fout, omdat die meer poept, minder beweegt ivm het eten van slecht verteerbaar plantaardig materiaal en het stilstaand grazen.
Nieuwe leerdoelen
  • Seizoenen: uitleggen hoe de stand van de aarde t.o.v. de zon en de scheve aardas de seizoenen veroorzaken, en waarom het noordelijk en zuidelijk halfrond tegengestelde seizoenen hebben.
  • Extreme klimaten: omschrijven wat de twee klimaten zo extreem maakt. Je moet ook kunnen uitleggen waarom het klimaat op bepaalde plekken op aarde zo extreem is.
  • Uitdagingen voor het leven: Je moet kunnen uitleggen voor welke uitdagingen de extreme klimaten zorgen voor plant en dier.
  • Warmteoverdracht: geleiding, stroming en straling van elkaar onderscheiden en bij een voorbeeld uitleggen welke vorm er gebruikt wordt.

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Start workshop B (inhoudelijk)
Seizoenen (herhaling bk)
Ecosystemen
Warmteoverdracht

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Overleven 
Diersoort: Mens
De mens (Homo sapiens) overleefde dankzij intelligentie en vindingrijkheid

Terugblik op biotische en abiotische factoren 
Welke factoren zijn belangrijk voor de mens om te overleven? Kies voor de twee belangrijkste!

OPTIE
Klassikaal of MC:
-Bespreek op mc-niveau gedurende 2 minuten.
-Wijs vast 1 spreker aan in je mc.


Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Overleven 
Diersoort: Mens
3 belangrijke zaken
  • Voedsel: verbouwen en jagen
  • Warmte: kleding, vuur maken, een hol
  • Bescherming: hut/woning bouwen

Probleem - Dieren en planten hebben die mogelijkheid niet of minder.

Oplossing - ze zijn zo gebouwd dat ze best wel goed tegen meer kou/warmte kunnen dan de mens. 

Volgende slide - die temperatuursverschillen, hoe kwam dat ook alweer? 

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 15 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Verdeling van het zonlicht
Mc-vraag:
Waarom warmt de evenaar
sneller op dan de poolcirkel
(Noordelijk)? Er komt bij beide
gebieden immers zonlicht.




Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Seizoenen verklaard – stand van de aarde en de zon
Belangrijk:
  • Poolcirkel
  • Evenaar
  • Stand aarde
  • Verdeling licht




Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Extremen– woestijn- en poolklimaat
Woestijn
  • Droog
  • Extreme temperaturen (hoog & laag)
  • Veel zonuren en intens zonlicht

Poolklimaat
  • Lage temperaturen
  • Sneeuw / ijs
  • Weinig zonuren en weinig intens zonlicht


Als je ecosysteem zich hier bevindt, dan heb je dus een uitdaging!

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de uitdaging voor dieren en planten?
Woestijn:
  • Dieren  - afkoelen; dus warmte afgeven (en 's nachts niet doodvriezen) 
  • Planten - vocht verzamelen, vasthouden, niet bevriezen 

Poolklimaat:
  • Dieren - opwarmen; dus warmte opnemen en vasthouden
  • Planten - vocht opnemen, vasthouden en niet kapotvriezen (water in de plant zet uit bij bevriezing, daardoor gaan veel cellen stuk).

Water bij/in planten wordt beïnvloed door de temperatuur> Warmte is dus een belangrijke factor

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Stroming –een tussenstof neemt warmte met zich mee

Geleiding – een vaste stof geeft de warmte door

Straling – warmte uitstralen / van je af gooien zonder tussenstof nodig te hebben
*Warmte moet wel ergens worden opgevangen om het waar te nemen

Warmteoverdracht
Hoe werkt zoiets? 

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opwarmen en afkoelen
warmtetransport
Olifanten: extra stroming en straling via een groot oppervlak aan huid in oren

Slide 21 - Tekstslide

Straling hou je dus slecht tegen, is er bijna altijd. Door te isoleren vertraag je het wel.

Stroming verminder je door zo min mogelijk uitsteeksels (oppervlakte) te hebben)

Geleiding verminder je door zo min mogelijk contact te hebben met een koud of warm oppervlakte.
Welke stelling klopt over het Noordelijk en Zuidelijk halfrond?
A
Het is tegelijkertijd zomer
B
De seizoenen zijn tegenovergesteld
C
Er is geen relatie tussen
D
Het is tegelijkertijd winter

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Waar zijn de zonnestralen gemiddeld het meest intens?
A
Bij de polen
B
Bij de gematigde zone
C
Rond de keerkringen
D
Bij de evenaar

Slide 23 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een kameel gaat liggen in de schaduw.
Welke manier van warmteoverdracht gebruikt de kameel?
A
Geleiding
B
Stroming
C
Straling
D
oppervlakte vergroting

Slide 24 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 25 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Welke 2 vormen van warmte-overdracht worden hierdoor verminderd?
A
Straling & geleiding
B
Stroming & geleiding
C
Stroming & straling
D
Alleen straling

Slide 26 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Opwarmen en afkoelen... bij planten???
Dieren willen graag op temperatuur blijven en dus een bepaalde hoeveelheid warmte vasthouden.​​



​
  • Planten willen voornamelijk hun water in het bezit houden​
  • Dat moet dus niet bevriezen en niet verdampen​
  • Afhankelijk van de plant en het klimaat waar de plant in leeft​








Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De kleur van een plant heeft invloed op de hoeveelheid warmte die het opneemt van de straling. Welk verschil?
A
Een lichte kleur neemt makkelijk warmte op
B
Een donkere kleur neemt warmte makkelijk op
C
Een lichte kleur neemt slecht warmte op
D
Een donkere kleur neemt slecht warmte op

Slide 28 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Einde 'warmte'
Vragen bij workshop
Werken aan infographic

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe zit dat volume en oppervlakte nu eigenlijk?
Poolvos: 
Groot volume 
Klein oppervlakte 
Sterke isolatie


Fennek: 
Klein volume
Groot oppervlak
Redelijke isolatie


Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Fennek:
-Grote oren (stroming, straling)
-Klein volume (snelle afkoeling)
-Dunne, lichte vacht.
-Graaft en is ‘s nachts vooral actief

Bergduivel:
-Drinkt bijv. dauw met de huid 
-Klein volume
-Koelt af met uitsteeksels
-Vet/water-opslag achter nek
Koraalteenboomkikker:
-Huid maakt zonnebrand
-Graaft zich in tijdens droogtejaren
-Slaapt in een watercocon, ingegraven
-Ademt ook met huid

Aanpassingen in het algemeen:
Kleine bouw/weinig volume: koelt relatief sneller af dan een groot dier
Groot oppervlakte: geeft makkelijker warmte af door stroming en straling
Extra manieren om af te koelen: Extra dunne vacht, lichte kleur, tong, graafvaardigheden, enz.

Aanpassing dieren - woestijn

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

  • Warmte opwekken door te bewegen (verbranding)
  • Isolatie – vacht/veren = vermindert stroming
  • Isolatie – vetlaag =  vermindert straling, stroming en geleiding
  • Winterslaap / winterrust
  • Weinig oppervlakte (uitsteeksels)
  • Groot volume (inhoud/gewicht)



Aanpassing dieren - poolklimaat

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe bereken je dat nu eigenlijk?
Volume: Lengte x breedte x hoogte


Oppervlakte: Lengte x breedte x het aantal vlakken

Volume vs
oppervlakte

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Als de poolvos zijn volume vergroot heeft dat invloed op zijn warmte management. Welke?
A
De poolvos koelt sneller af
B
De poolvos ondervindt er geen verandering door
C
De poolvos warmt langzamer op
D
De poolvos koelt minder snel af

Slide 34 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

  • Kleine en vlezige bladeren (dik)
  • Weinig (en diep gelegen) huidmondjes
  • Aangepast wortelstelsel
  • Stekels/waslaag/haartjes op het blad

Tekst
Aanpassing planten - woestijn
Boven: aangepast wortelstelsel


Boven: huidmondjes                                Boven: Dikke bladeren, stekels


Onder: blad met haartjes reflecteert licht. Klein oppervlakte bij hitte (rechts)

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

  • Klein en dicht bij elkaar: om de koude wind te ontwijken en warmte vast te houden
  • Naaldbomen zijn de uitzondering 
  • Donkere kleur
  • Kleine bladeren / naalden
  • Waslaagje/haartjes/vacht op blad
  • Veel houtachtig/dik materiaal: stevigheid en bescherming kou

Aanpassing planten - poolklimaat
Onder: dicht bij elkaar (geleiding/isolatie) Onder: donshaar op bloemsteel Onder: Een wilg! Zo laag mogelijk


Slide 36 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies