Feiten, meningen en argumenten

1 / 16
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 2

In deze les zitten 16 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Feiten
Een feit kun je controleren. 
Bijvoorbeeld: Dit museum is gebouwd tussen 2013 en 2016. 
Je kunt controleren of dit waar is door bijvoorbeeld op de website van het museum te kijken of door het op Wikipedia op te zoeken.

Slide 2 - Tekstslide

Mening
Een mening is wat iemand vindt. Met een mening kun je het eens of oneens zijn. 
Bijvoorbeeld: Ik vind het een mooi gebouw. 
Je kunt het hiermee eens of oneens zijn.

Slide 3 - Tekstslide

Argument
Als iemand zijn mening wil verdedigen, legt hij uit waarom hij iets vindt. 
Dit noem je een argument
Bijvoorbeeld:
Ik vind het een mooi gebouw (= mening), want je kunt op veel plekken door het plafond de lucht zien (= argument).

Slide 4 - Tekstslide

Zo herken je feiten, meningen en argumenten
  • Kijk of je het kunt controleren. Ja: het is een feit. Nee: het is een mening.
  • Een mening herken je soms aan woorden zoals Ik vind en Volgens mij.
  • Een argument herken je aan signaalwoorden als want, omdat, daarom en namelijk

Slide 5 - Tekstslide

Graffiti maak je door met spuitbussen kunstwerken op openbare plekken te maken
A
Feit
B
Mening

Slide 6 - Quizvraag

Je ziet graffiti vaak op muren van gebouwen in grote steden.
A
Feit
B
Mening

Slide 7 - Quizvraag

Ik vind dat graffiti echt bij een stad hoort.
A
Feit
B
Mening

Slide 8 - Quizvraag

In juli 2015 werd in Goes een muurkunstfestival gehouden.
A
Feit
B
Mening

Slide 9 - Quizvraag

Op negen buitenmuren werd graffiti gemaakt.
A
Feit
B
Mening

Slide 10 - Quizvraag

Dat was heel leuk om een keer te zien.
A
Feit
B
Mening

Slide 11 - Quizvraag

Super A maakte een huizenhoge duif van 32 meter hoog.
A
Feit
B
Mening

Slide 12 - Quizvraag

Volgens mij is de duif het mooiste kunstwerk ooit gemaakt.


A
Feit
B
Mening

Slide 13 - Quizvraag

Noteer het argument:
Ik vind het leuk om buitenbeentjes te kopen, want ze zijn grappig om te zien en ze smaken hetzelfde als gewone groenten.

Slide 14 - Open vraag

Noteer het argument:
Ik vind dat iedereen buitenbeentjes moet kopen, omdat ze anders worden weggegooid en dat is verspilling.

Slide 15 - Open vraag

Zelfstandig werken
Maken:
Lezen H4:
Feiten, meningen en argumenten

Slide 16 - Tekstslide