cross

Nederlands Film Festival: Tweestrijd

1 / 18
volgende
Slide 1: Tekstslide
filmeducatieGroep 6-8

In deze les zitten 18 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Introductie

Deze filmles is geschikt voor de groepen 6 tot en met 8 van het primair onderwijs. De les gaat over begrijpend (leren) kijken en leren begrijpen welke keuzes een filmmaker maakt bij het vertellen van een verhaal.

Instructies

Deze les gaat over de korte film Tweestrijd. 

Over de les: 

Wij raden aan de les eerst te bekijken met de docentnotities onder de slides geopend. De notities kunnen hierna geprint worden via de printbutton op de startpagina. Bij het geven van de filmles kunnen de notities dan gesloten blijven, zodat de leerlingen deze niet zien.
  • De lesduur is exclusief de duur van de film.
  • De les kan zowel voorafgaand aan het bekijken van de film als na afloop van de vertoning worden gegeven. 
  • De vragen/opdrachten ‘open’ je door op de icoontjes te klikken.  
  • De docentnotities onder de slides kunnen worden geopend via het icoontje (schrift) naast het paginanummer. 
Lesdoelen:
  • De leerling kan in eigen woorden uitleggen wat een documentaire is.
  • De leerling kan in eigen woorden uitleggen waaraan je een begin, midden en een eind van een (film)verhaal kunt herkennen.
  • De leerling leert de keuzes van een filmmaker herkennen (o.a. op het gebied van montage, muziek en camerawerk).
NB: Ons advies is om bij deze les niet te werken met 'devices in de klas'. Je kunt dit uitzetten door het vinkje onderin het scherm van de lespresentatie te deactiveren. 


Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Introductie
Vandaag kijken we de film Tweestrijd.
In deze les leren de leerlingen over verhaalstructuren en onderzoeken zij hoe je met onder andere de camera en muziek een verhaal kunt vertellen.
Vraag of opdracht
Extra informatie
Tip

Slide 2 - Tekstslide

Legenda: 
Waar staan de iconen voor, hoe werkt deze les? 

Klik in de volgende dia's op de iconen voor de vragen of meer uitleg. 
Fragment - 00:00-:00:27

Slide 3 - Tekstslide

Start het fragment
Laat de leerlingen het fragment bekijken zonder ze vooraf al veel over de film te vertellen. 
Wat vonden jullie van dit fragment?
Wat voor emoties voelde je tijdens het kijken?
Wat voor vragen of gedachten heb je na het zien van dit fragment?
Waar gaat de film over denk je?
Waarom heet deze film Tweestrijd denk je?

Slide 4 - Tekstslide

Verwachtingen:

Antwoordsuggesties:
  • Leuk, stom, saai?
  • Eigen antwoord. Vond je het spannend? Ben je enthousiast om verder te kijken?
  • Eigen antwoord. Bijv. ik ben benieuwd waarom hij deze sport doet.
  • Over karten, over een race, etc.
  • Eigen antwoord, bijv. omdat er twee wedstrijden komen

Denk je dat de film Tweestrijd verzonnen is (fictie) of echt gebeurd (non-fictie)?
Een documentaire gaat over personen, dieren of gebeurtenissen die echt bestaan. Het is niet verzonnen (non-fictief) en er zitten geen acteurs in de film. 
Documentaire
Speelfilm
Een speelfilm is een film met een verzonnen verhaal (fictie). Er spelen acteurs in de film. Bij een speelfilm zie je de echte namen van de acteurs op de begintitels of aftiteling voorbij komen.
Waarom denk je dit?
Als je zou moeten kiezen uit bovenstaande opties, wat voor een soort film denk je dan dat Tweestrijd is?

Slide 5 - Tekstslide

Soorten film (documentaire en speelfilm)

Vertel de leerlingen dat er verschillende soorten films zijn waaronder de documentaire en de speelfilm. Deze soorten films zijn soms lastig van elkaar te onderscheiden. Zijn er in de films acteurs, dan is het een speelfilm. Zijn er geen acteurs, dan is het een documentaire.  

Bespreek eerst de twee begrippen door op het icoontje met de hoed te klikken en bespreek pas daarna de vragen.

Antwoordsuggesties:
  • Een documentaire
  • Echt gebeurd; non-fictie
  • Eigen antwoord, het voelt echt, alsof het niet verzonnen is
Fragment - 00:27-01:35

Slide 6 - Tekstslide

Start het fragment


Verhaalstructuur
Een film bestaat uit een begin, middenstuk en een eind. Een verhaal begint meestal met een fragment waardoor je weet over wie het verhaal gaat en wie de hoofdpersoon is. In het middenstuk maakt deze hoofdpersoon allerlei avonturen mee. Aan het einde weet je hoe het afloopt met de hoofdpersoon.
Waar gaat het beginstuk van de film over?
Waar gaat het middenstuk van de film over denk je?
Hoe zal de film eindigen denk je?

Slide 7 - Tekstslide

Verhaalstructuur
Bespreek eerst het begrip verhaalstructuur en hierna de vragen.

Antwoordsuggesties:
  • Het gaat over Nick en zijn tweelingbroer Tim. Zij willen beiden de beste zijn in het karten. We volgen Nick, die van zijn broer wil winnen.
  • eigen antwoord
  • eigen antwoord
Fragment - 00:27-01:35

Slide 8 - Tekstslide

Start het fragment opnieuw
Vraag de leerlingen voor het starten van het fragment te letten op het volgende:

Hoe weet je dat de film vooral over Nick gaat en niet (minder) over Tim?
Welk perspectief komt meer aan bod aan het begin van deze film? Het verhaal van Tim of het verhaal van Nick?
Waaraan zie je dat?

Slide 9 - Tekstslide

Verhaal (narratief)
  • Nick
  • We volgen vooral Nick / we zien vooral het perspectief van Nick. Je ziet Nick met zijn helm op (wit met geel), je ziet wat Nick ziet tijdens het rijden (alsof je bij hem in de kart zit) en de camera brengt vooral Nick in beeld tijdens de race. 
Begrip perspectief: 
Met perspectief wordt het ‘gezichtspunt’ bedoeld.  Vanuit wie wordt het verhaal verteld of wie volgen we in het verhaal?
Fragment - 03:49-04:20

Slide 10 - Tekstslide

Start het fragment
Kijkvraag: let goed op wat je ziet en hoort!

Voor de docent: De volgende twee slides gaan beiden over dit fragment (over de montage - wat je hebt gezien) en over de voice-over (wat je hoort). De begrippen montage en voice-over worden uitgelegd. 
Wat gebeurt er in dit fragment?
Wat zag je in beeld? Beschrijf dit van het begin tot het einde.
We zien niet de hele tijd Nick praten. Waarom denk je dat het beeld verandert?
Montage
Montage is het op volgorde plaatsen van beeld en geluid. Een filmmaker neemt heel veel beelden op (meer dan je ziet in de film) en kiest hierna wat hij of zij in de film wil laten zien. 
Als je alleen let op de beelden (dus niet het geluid), hoe wordt er duidelijk gemaakt dat dit verhaal door Nick verteld wordt?

Slide 11 - Tekstslide

Montage - vragen over de beelden (nog niet het geluid)

Bespreek eerst het begrip 'montage' (rechts op de slide) en bespreek hierna de vragen. 

Antwoordsuggesties:
  • Nick vertelt over de droom van zijn vader
  • Het beeld verandert. Eerst zien we een beeld van Nick zittend daarna zie je een beeld van hem en zijn vader samen.
  • Wanneer je alleen kijkt naar een pratend hoofd dan kan dit best wel saai zijn. Daarom wordt het beeld zo gemonteerd dat het geluid door blijft gaan maar dat je wat nieuws te zien krijgt.
  • Doordat je Nick wel steeds in beeld ziet (pratend op een stoel of samen met zijn vader).
Voice-over
Een voice-over is een vertelstem in een film.
Wat vertelt Nick in dit fragment?
Wie hoorde je praten in dit fragment?

Slide 12 - Tekstslide

Geluid - voice-over

Bespreek eerst het begrip 'voice-over' rechts op de slide en hierna de vragen. 

Antwoordsuggesties:
  • Je hoort de stem van Nick.
  • Dat het de droom van zijn vader is dat ze heel goed worden en dat zijn vader soms ook best wel streng kan zijn.
Fragment - 06:05-07:13

Slide 13 - Tekstslide

Start het fragment

Wat gebeurt er in dit fragment?
Dit fragment hoort bij het midden. Hoe weet je dit?
Wat voor soort muziek hoor je in dit fragment?
Verhaalstructuur
Een film bestaat uit een begin, middenstuk en een eind. Een verhaal begint meestal met een fragment waardoor je weet over wie het verhaal gaat (de hoofdpersoon). Deze persoon heeft vaak een probleem. In het middenstuk maakt deze hoofdpersoon allerlei avonturen mee en komt hij in actie. Aan het einde weet je hoe het afloopt met de hoofdpersoon en is er vaak een oplossing voor het probleem. 
Vind je deze muziek passen bij dit fragment? Leg je antwoord uit.

Slide 14 - Tekstslide

Verhaalstructuur & muziek

Bespreek het begrip 'verhaalstructuur' eventueel opnieuw, voor je de vragen opent. 

Antwoordsuggesties: 
  • Je volgt Nick in aanloop naar en tijdens een wedstrijd.
  • In het middenstuk maakt de hoofdpersoon allerlei avonturen mee. We hebben Nick inmiddels al een beetje leren kennen (in het begin) maar wij weten nog niet hoe het afloopt (eind).
  • Eigen antwoord. 
  • Door de muziek: die zorgt voor spanningsopbouw.
Fragment - 06:05-07:13

Slide 15 - Tekstslide

Start het fragment opnieuw
Kijk dit keer goed naar waar de camera zich bevindt. Staat deze dichtbij Nick of juist veraf?

Wat gebeurt er in dit fragment met de camera? Wat valt je op? 
Wat voor gevoel geeft dit jou? 
Waarom zou dit gedaan zijn denk je?
Camera
Apparaat om mee te filmen of te fotograferen

Slide 16 - Tekstslide

Camera

Bespreek eerst het begrip 'camera' en hierna de vragen. 

Antwoordsuggesties:
  • [Als leerlingen er niet uit komen: Zie je Nick van veraf of dichtbij? Waar is de camera als Nick aan het karten is?] De camera volgt Nick super dichtbij. Zelfs in zijn kart lijkt deze achter hem te zitten.
  • Dat jij als kijker meebeleeft wat Nick beleeft. We kruipen echt een beetje in de huid van Nick.
  • Zodat we nog meer meeleven met Nick en bijv. nog meer hopen dat Nick de race gaat winnen. 
Wat vond je van de film? Waarom vond je dat?
Wat vraag je je nog af over deze film?
Had je verwacht dat de film zo zou eindigen?
Wat is de boodschap van de film denk je?
Wat gebeurde er in het begin, midden en einde van de film?
Vragen na afloop van de film

Slide 17 - Tekstslide

Vragen voor na de film
  • Eigen antwoord
  • Eigen antwoord, bijv. Hoe zou het nu met Nick en Tim gaan?
  • Begin: Nick en Tim zijn tweeling. Nick zou graag eens van Tim willen winnen. Midden: Nick en Tim oefenen voor de laatste race van het jaar. Einde: Nick wint een race van Tim.
  • Eigen antwoord
  • Je kunt willen winnen, maar iemand ook de winst gunnen tegelijkertijd.

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies