4H

Kom binnen
Ga zitten
Pak je schrift, boek en pennen

Maak in je schrift een woordweb met in het midden het woord erfelijkheid

1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieWOStudiejaar 2

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Kom binnen
Ga zitten
Pak je schrift, boek en pennen

Maak in je schrift een woordweb met in het midden het woord erfelijkheid

Slide 1 - Tekstslide

Vandaag
  • Mapjes

  • Basisstof 1:
          - Je kunt uitleggen hoe het fenotype en het genotype ontstaan.
         - Je kunt uitleggen wat een DNA-sequentie is. 
         - Je kunt uitleggen hoe genexpressie het fenotype kan veranderen.

  • Aan de slag
 




Slide 2 - Tekstslide

Mapjes
  • Deze week in orde maken
  • Jij bent verantwoordelijk. Snap je iets niet? Vraag het. 
  • Jij gaat er achter aan!

  • Volgende periode: eerste versie in via showbie

Slide 3 - Tekstslide

Voorkennis erfelijkheid
Op de volgende dia gaan we samen een woordweb maken. 

Log in bij lessonup

Vul de woorden in die bij jou opkomen als je aan het woord erfelijkheid denkt.

Slide 4 - Tekstslide

Erfelijkheid

Slide 5 - Woordweb

Fenotype vs Genotype
Wat was dat ook alweer?

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Video

Fenotype vs Genotype
Genotype: Alle erfelijke eigenschappen

Fenotype: 
  • Alle waarneembare eigenschappen
  • Omgeving + genotype

Waarom niet het uiterlijk?




Slide 8 - Tekstslide

Van genotype naar fenotype

Slide 9 - Tekstslide

DNA - chromosomen

  • Ligt in de celkern
  • In alle cellen ligt exact hetzelfde pakket genen.

  • Karyogram: alle chromosomen in paren

Slide 10 - Tekstslide


A
Dit karyotype is van een man
B
Dit karyotype is van een vrouw
C
Dit kan je niet zien

Slide 11 - Quizvraag

DNA - Chromosoom
  • Aantal chromosomen zegt niks over complexiteit van het organisme.
  • Homologe chromosomen: Twee gelijke chromosomen, niet identiek! 
  • Waarom niet? Hoe komen we aan die twee chromosomen?

  • 22 paar autosomen + 1 paar geslachtschromomen

Slide 12 - Tekstslide

DNA - Gen
Gen: Stuk DNA dat codeert voor 1 of meerdere erfelijke eigenschappen

Genexpresie: 
  • Genen kunnen aan en uit staan. 
  • Alleen de genen die nodig zijn staan aan. 

Slide 13 - Tekstslide

Vandaag
- Basisstof 1 afmaken: 
         - Je kunt uitleggen wat een DNA-sequentie is. 
         - Je kunt uitleggen hoe genexpressie het fenotype kan veranderen.
         - Quiz

- Toetsbespreking

- Werken aan mapjes, huiswerk

Slide 14 - Tekstslide

DNA - Nucleotide
Nucleotide:
fosfaatgroep + Desoxyribose +
Stikstofbase

Stikstofbase: Adenine Thymine Cytosine Guanine

Basenparing: welke zitten aan elkaar vast?

Slide 15 - Tekstslide

We hebben een stuk dubbelstrengs DNA. De code op een klein stukje van een streng is ATGCTGAC. Wat is de code van de andere streng?

Slide 16 - Open vraag

DNA-stikstofbasen
DNA-sequentie: 
  • de volgorde van de stikstofbasen.

Allel:  
  • variatie in de DNA-sequentie van een gen
  • bijv. blond, bruin en zwart haar 


Slide 17 - Tekstslide

Van Genotype naar Fenotype
Fenotype: omgeving + genotype

Omgevingsfactoren: Ongelukken, je eigen keuzes, opvoeding, ziektes, kankerverwekkende stoffen.

Modificatie: het fenotype veranderd, maar het genotype blijft hetzelfde

Slide 18 - Tekstslide

Kleine quiz
Doel: zijn de lesdoelen aangekomen

Slide 19 - Tekstslide

Aan de cytosine zit vast:
A
Een Guanine, stikstofbase
B
Een Thymine, desoxiribose
C
Een Adenine, stikstofbase
D
Een Thymine, fosfaatgroep

Slide 20 - Quizvraag

Een variatie van een gen noemen we een:

Slide 21 - Open vraag

Kijk goed naar de afbeelding. Hoeveel autosomen heeft de muis?

Slide 22 - Tekstslide

Hoeveel autonomen heeft de muis?
A
22
B
19
C
20
D
38

Slide 23 - Quizvraag

Toetsbespreking

Slide 24 - Tekstslide

Aan de slag
Maak de opdrachten van basisstof 1 (online)

Morgen moet B1 af zijn.

Slide 25 - Tekstslide