Paragraaf 8.2 Over economische grenzen

Hoofdstuk 5: Over economische grenzen

Nederland en de EU
1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 3

In deze les zitten 19 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Hoofdstuk 5: Over economische grenzen

Nederland en de EU

Slide 1 - Tekstslide

Hoe stromen diensten en geld bij import en export?
import
export
geld van Nederland naar het buitenland
geld naar Nederland vanuit het buitenland

Slide 2 - Sleepvraag

Prijs: $1,56
Aantal: 6 miljoen
BBP: $714 miljard
Bereken de exportwaarde

Slide 3 - Open vraag

BBP: $714 miljard
Importwaarde
Bereken de importquote

Slide 4 - Open vraag

8.1 Nederland Handelsland (deel 2)
Invoerwaarde:
Wat we in totaal betalen voor de import van goederen en diensten
Invoerwaarde:
ingevoerde hoeveelheid x prijs per eenheid
Uitvoerwaarde:
Wat we in totaal met export verdienen
Uitvoerwaarde:
uitgevoerde hoeveelheid x prijs per eenheid

Slide 5 - Tekstslide

8.1 Nederland Handelsland (deel 2)
Nationaal inkomen 2017:
€ 714 miljard
€ 411,4 miljard
€ 468,5 miljard
Vraag 9
Nationaal inkomen=
alle inkomens van de inwoners bij elkaar opgeteld
Importquote=
totale invoerwaarde : nationaal inkomen x 100 (%)
Importquote=
De totale invoerwaarde als percentage van het nationaal inkomen
Exportquote=
De totale uitvoerwaarde als percentage van het nationaal inkomen
Exportquote=
totale uitvoerwaarde : nationaal inkomen x 100 (%)

Slide 6 - Tekstslide

§8.2 Nederland en de EU
Leerdoelen:
  • welke afspraken er in de Europese Unie zijn gemaakt
  • hoe belangrijk de EU voor de Nederlandse handel is
  • hoe de wisselkoers van de euro onze import en export beïnvloedt

Slide 7 - Tekstslide

EU

Slide 8 - Woordweb

Slide 9 - Video

Europese Unie

Geen economische grenzen: 
- Vrije verkeer van goederen en diensten
- Vrije verkeer van personen
- Vrije verkeer van kapitaal

--> Hele belangrijke afzetmarkt en import gebied voor ons.

Slide 10 - Tekstslide

Waardoor is er niet altijd eerlijke concurrentie in de EU?

Slide 11 - Open vraag

Oneerlijke concurrentie binnen de EU
Elk land heeft ook nog eigen wetten en regels: 
  • Eigen BTW-tarief
  • Strengere milieuregels 
  • Andere subsidies. 

Slide 12 - Tekstslide

Eurozone
-->  Europese Monetaire Unie (EMU) opgericht:  een munt.

Samen de eurozone.


--> Europese Centrale Bank (ECB) centrale bank van de landen met de euro. 

Slide 13 - Tekstslide

Wat zijn de voordelen van dat veel landen dezelfde munt hebben?

Slide 14 - Open vraag

Euro invoeren

Gezonde economie!
- Inflatie: de inflatie mag maximaal 1,5% hoger zijn dan de gemiddelde inflatie in de drie eurolanden met de laagste inflatie.
- Begrotingstekort: het tekort van de overheid mag niet groter zijn dan 3% van het bruto binnenlands product (bbp).
- Staatsschuld: de totale schuld van de overheid moet lager zijn dan 60% van het bbp.

Slide 15 - Tekstslide

Vreemde valuta
--> De landen uit de eurozone drijven ook veel handel met o.a. de Verenigde Staten en Japan, die andere munteenheden hebben.

--> Veranderingen in de wisselkoers van de euro ten opzichte van die vreemde valuta hebben invloed op de internationale handel.

Slide 16 - Tekstslide

Wat zijn vreemde valuta?
A
Buitenlands geld
B
Wisselkoersen
C
Provisiekosten
D
Euro's

Slide 17 - Quizvraag

Tim heeft een bedrijf dat spijkerbroeken uit de VS importeert. De inkoopprijs van een spijkerbroek is $40. Hoeveel betaalde Tim omgerekend in Euro's voor een spijkerbroek op 16 juli?

Slide 18 - Open vraag

Als de wisselkoers van de euro daalt ten opzichte van vreemde valuta, dan is dat gunstig voor de ...
A
Import
B
Export

Slide 19 - Quizvraag