3.4 De waterkringloop

3.4 De waterkringloop
1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
AardrijkskundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 80 min

Onderdelen in deze les

3.4 De waterkringloop

Slide 1 - Tekstslide

Maar eerst......

Slide 2 - Tekstslide

Intro

De aarde wordt ook wel de blauwe planeet genoemd: meer dan 70 procent van onze aarde bestaat uit water. Uit dat water ontstaan wolken. Maar hoe ontstaan die wolken eigenlijk?


Slide 3 - Tekstslide

Hoe ontstaan wolken denken jullie?

Slide 4 - Open vraag

Lesdoelen
  • Je weet dat water in verschillende vormen voor kan komen en dat het in een kringloop rondgaat.
  • Je begrijpt hoe stuwingsregen, stijgingsregen en frontale regen ontstaan.
  • Je kunt de korte en lange waterkringloop tekenen.

Slide 5 - Tekstslide

Wat voor vormen neerslag ken je?

Slide 6 - Open vraag

Hoe ontstaat regen?
Als water opwarmt 'verdampt'(1) het water, dit noemen we waterdamp, dit is gasvormig.

De waterdamp(2) stijgt en koelt weer af, hierdoor vindt condensatie(3) plaats, er ontstaan wolken.

De waterdamp word dus weer vloeibaar, door condensatie, en dit zorgt voor regen(3)


1

2

Slide 7 - Tekstslide

De waterkringloop
Water op aarde verandert steeds. Dit is goed te zien in de zogenoemde 'waterkringloop'. De waterkringloop bestaat uit een korte en lange waterkringloop

Slide 8 - Tekstslide

Korte water kringloop

Bij de korte waterkringloop verdampt water uit de zee en valt de neerslag weer terug in zee.

Slide 9 - Tekstslide

Lange waterkringloop

Bij de lange waterkringloop waait de waterdamp richting land, waar het bijvoorbeeld als regen, sneeuw, ijzel en mist op aarde terechtkomt.

Slide 10 - Tekstslide

De zon verwarmt het water, hierdoor ontstaat als eerst.....
A
Regen
B
Waterdamp
C
Sneeuw
D
Condensatie

Slide 11 - Quizvraag

Waterdamp is....
A
Gasvormig
B
Vloeibaar

Slide 12 - Quizvraag

Korte kringloop
Lange kringloop
Verdamping
Neerslag
Sneeuw
Grondwater

Slide 13 - Sleepvraag

Soorten regen
Drie verschillende vormen van regen:
- stijgingsregen
- stuwingsregen
- frontale regen

Slide 14 - Tekstslide

stijgingsregen

Warme lucht stijgt op, koelt af en condenseert.

Slide 15 - Tekstslide

stuwingsregen
De lucht waait tegen een berg stijgt op, koelt af, verandert in regen.

Welke verschillen in neerslag zijn er tussen de loefzijde en de lijzijde van een gebergte?
Bij de loefzijde stijgt de lucht op en valt er neerslag. Bij de lijzijde daalt de lucht en is het droog.


Slide 16 - Tekstslide

frontale regen

Warme lucht van lage breedte en koude lucht vanuit de poolgebieden botsen. Warme lucht wordt gedwongen te stijgen, waarna het gaat regenen.

Slide 17 - Tekstslide

Gletsjers
Als waterdamp hoger in de koude atmosfeer komt verandert het in kleine druppels die wolken vormen.
Hoog in de bergen komt een deel van de neerslag naar beneden als sneeuw. Het komt hier terecht in gletsjers, gletsjers zijn grote ijspakketten hoog in de bergen.
Maar het grootste gedeelte van de neerslag valt gewoon op het land, meestal als regen.



Slide 18 - Tekstslide

Wat voor soort regen zien we hier?
A
Stijgingsregen
B
Frontale regen
C
Stuwingsregen
D
IJsel regen

Slide 19 - Quizvraag

Wat voor soort regen zien we hier?
A
Stijgingsregen
B
Frontale regen
C
Stuwingsregen
D
IJsel regen

Slide 20 - Quizvraag

Wat voor soort regen zien we hier?
A
Stijgingsregen
B
Frontale regen
C
Stuwingsregen
D
IJsel regen

Slide 21 - Quizvraag

Waterkringloop tekenen
Minimaal in de tekening:
-Korte kringloop
-Lange kringloop
-Wolken
-Verdamping
-Condensatie
-Neerslag (regen en sneeuw)
-Gletsjer

Slide 22 - Tekstslide

Maken 3.4
Waterkringloop tekening af voordat je weg mag

Slide 23 - Tekstslide