Les 2 Biomoleculen 2

Biomoleculen
1 / 30
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 30 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Biomoleculen

Slide 1 - Tekstslide

Vandaag
Introductie
Planning
opdracht
Biomoleculen
  • Koolhydraten
  • Eiwitten
  • Aminozuren
  • Denaturatie

Slide 2 - Tekstslide

Deze periode
Boek: Biologie voor het MLO

H5 en deel H6

Afsluiting:
- Toets --> zie planning vakkanschema periode 2

Slide 3 - Tekstslide

opdracht (15 minuten)
Maken vragen
1, 2, 3, 4 

Slide 4 - Tekstslide

Wat is de algemene naam van een bouwsteen van een biomolecuul

Slide 5 - Open vraag

Hoe heet de monomeer van een koolhydraat
A
glucose
B
fructose
C
aminozuur
D
monosacharide

Slide 6 - Quizvraag

Wat is de grootste functie van koolhydraten?
A
transport
B
brandstof
C
regulatie
D
genetisch materiaal

Slide 7 - Quizvraag

Uit welke 3 elementen bestaan koolhydraten

Slide 8 - Open vraag

Eiwitten

Slide 9 - Woordweb

Hoe heet het proces dat de ruimtelijke structuur van een eiwit kapot gaat?

Slide 10 - Open vraag

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Aminozuren
Er zijn 28 verschillende aminozuren (dus 28 restgroepen)
  • 22 aminozuren worden gebruikt door de mens
  • 12 aminozuren kunnen door de mens worden gemaakt
  • 10 aminozuren moeten via voedsel worden opgenomen.
           Deze aminozuren worden essentiele aminozuren genoemd

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide

invloed pH op aminozuur
pH <7
pH 7
pH >7

Slide 17 - Tekstslide

Eiwitten proteïnen
Vorming van dipeptide
  • Koppeling van twee aminozuren
  • Afsplitsen van H2O (=condensatie) → (OH van carboxylgroep en H van aminogroep)

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Tekstslide

H2O

Slide 20 - Tekstslide

In het kort
Aminozuur: monomeer van een eiwit
Eiwit is een polymeer
Binding tussen aminozuren: peptidebindingen

Slide 21 - Tekstslide

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Tekstslide

Denaturatie
Structuur van een eiwit is belangrijk; gaat deze kapot werkt eiwit niet meer. (denaturatie)
  • Ruimtelijke structuur gaat stuk
  • Dit is irreversibel/ onomkeerbaar
  • Functie gaat verloren
  • Temperatuur
  • pH
  • Zoutconcentratie

Slide 24 - Tekstslide

Welke stof is verantwoordelijk voor de tertiaire structuur van een eiwit?
A
waterstof
B
koolstof
C
fosfaat
D
zwavel

Slide 25 - Quizvraag

Welke type eiwitstructuur zie je hiernaast?
A
Primaire structuur
B
Secundaire structuur
C
Tertiaire structuur
D
Quarternaire structuur

Slide 26 - Quizvraag

Eiwitten zijn...
A
Organisch
B
Anorganisch

Slide 27 - Quizvraag

De bouwstenen van eiwitten zijn...
A
nucleotiden
B
stikstofbasen
C
aminozuren
D
ribosomen

Slide 28 - Quizvraag

Maak de juiste combinaties door te slepen
Een verbinding tussen 2 aminozuren
eiwit opgebouwd uit aminozuren
Bouwsteen van een DNA of RNA molecuul
Disacharide
Peptide-binding
Nucleotide
Lactose
Enzym

Slide 29 - Sleepvraag

Welke aminozuren kun je niet zelf maken uit andere aminozuren
A
Essentiële aminozuren
B
niet- essentiële aminozuren

Slide 30 - Quizvraag