Werken voor de winst

De computershop: prijs bepalen

1 / 24
volgende
Slide 1: Slide
newEditorBedrijfseconomieVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 6

In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

De computershop: prijs bepalen

Open met het herkenbare idee: een winkel koopt iets in en verkoopt het duurder. Dat verschil is nodig om winst te maken en kosten te betalen.

Lesdoel

Ik kan brutowinstopslag en brutowinstmarge uitrekenen en uitleggen bij de verkoopprijs van een product.

Deze slide heeft geen instructies

Van inkoop naar verkoop

Een winkelier koopt producten in.

Daarna zet de winkelier er een verkoopprijs op.


Het verschil tussen inkoopprijs en verkoopprijs heet brutowinst.

Bij prijsstickers in een winkel is dit verschil belangrijk.

Houd het eenvoudig: inkoopprijs = wat de winkel betaalt, verkoopprijs = wat de klant betaalt.

Waarom is de verkoopprijs hoger?

De winkel wil geld overhouden voor:

  • winst

  • huur van de winkel

  • lonen van personeel

  • elektriciteit en internet

  • andere kosten


Daarom is de verkoopprijs meestal hoger dan de inkoopprijs.

Benadruk dat brutowinst niet hetzelfde is als echte nettowinst. Van brutowinst moeten vaak nog andere kosten betaald worden.

Wat is brutowinst?

Brutowinst = verkoopprijs - inkoopprijs


Voorbeeld:

  • inkoopprijs computeronderdeel: €80

  • verkoopprijs: €100

  • brutowinst: €20


De winkel verdient dus €20 brutowinst op dit product.

Gebruik hier een eenvoudig getal zodat leerlingen eerst het basisidee goed zien.

De prijssticker

Op een prijssticker staat de verkoopprijs.

Die prijs komt vaak zo tot stand:


inkoopprijs → brutowinst erbij → verkoopprijs


De winkelier rekent dus eerst uit hoeveel erbij moet.

Deze slide verbindt het hoofdstuk direct aan de praktijk in de computershop.

Wat is brutowinst?

A

verkoopprijs min inkoopprijs

B

inkoopprijs min verkoopprijs

C

verkoopprijs plus inkoopprijs

D

huur plus lonen

Checkt het basisbegrip uit slides 2-5.

Van prijs naar winst

Een winkel koopt een product voor de inkoopprijs. De klant betaalt de verkoopprijs. Het verschil heet brutowinst. Op de prijssticker staat de verkoopprijs.

inkoopprijs
verkoopprijs
brutowinst
verkoopprijs
winst
inkopen
prijssticker
kosten

Herhaalt de kernwoorden uit de eerste subtopic. Elke blank heeft één logische plek.

Brutowinstopslag

Brutowinstopslag is het percentage brutowinst boven op de inkoopprijs.


Je rekent met de inkoopprijs als basis.


Formule:

brutowinstopslag = (brutowinst / inkoopprijs) × 100%

Leg nadruk op het woord 'opslag': het komt boven op de inkoopprijs.

Brutowinstopslag berekenen

Voorbeeld:

  • inkoopprijs muis: €20

  • verkoopprijs: €25

  • brutowinst: €25 - €20 = €5


Dan:

brutowinstopslag = (€5 / €20) × 100% = 25%

Laat stap voor stap zien: eerst brutowinst uitrekenen, daarna delen door de inkoopprijs.

Van opslag naar verkoopprijs

Soms weet je de inkoopprijs en de opslag al.

Dan kun je de verkoopprijs uitrekenen.


Voorbeeld:

  • inkoopprijs toetsenbord: €40

  • brutowinstopslag: 50%

  • brutowinst: 50% van €40 = €20

  • verkoopprijs: €40 + €20 = €60

Als leerlingen moeite hebben met procenten, schrijf 50% ook als 0,50.

Let op bij brutowinstopslag

Bij brutowinstopslag kijk je naar de inkoopprijs.


Dus niet:

  • delen door de verkoopprijs


Maar wel:

  • delen door de inkoopprijs


Dat is een veelgemaakte fout.

Noem expliciet het verschil met brutowinstmarge, die juist wél met verkoopprijs rekent.

Bij brutowinstopslag deel je door de...

A

brutowinst

B

verkoopprijs

C

inkoopprijs

D

prijssticker

Denkfout als afleider: leerlingen kiezen vaak verkoopprijs.

Opslag uitrekenen

Bij brutowinstopslag reken je met de inkoopprijs als basis. Eerst reken je de brutowinst uit. Daarna deel je die door de inkoopprijs en keer je het met 100%. Zo krijg je de opslag.

inkoopprijs
brutowinst
100%
opslag
verkoopprijs
marge
50%
kosten

Sluit aan op slides 6-9 en benadrukt de volgorde van rekenen.

Brutowinstmarge

Brutowinstmarge is het percentage brutowinst van de inkoopwaarde.


Je rekent met de inkoopwaarde als basis.


Formule:

brutowinstmarge = (brutowinst / inkoopwaarde) × 100%

Leg nadruk op het woord 'marge': het is een deel van de verkoopprijs.

Brutowinstmarge berekenen

Voorbeeld:

  • inkoopwaarde usb-stick: €12

  • verkoopprijs: €15

  • brutowinst: €15 - €12 = €3


Dan:

brutowinstmarge = (€3 / €15) × 100% = 20%

Laat leerlingen zien dat dezelfde brutowinst een ander percentage geeft dan bij opslag, omdat de basis anders is.

Opslag en marge zijn niet gelijk

Voor hetzelfde product kunnen de percentages verschillen.


Voorbeeld:

  • inkoopprijs: €20

  • verkoopprijs: €25

  • brutowinst: €5

  • brutowinstopslag: 25%

  • brutowinstmarge: 20%


Dat komt door een andere basis.


Dit is de kernvergelijking van de les. Neem tijd voor het verschil tussen delen door 20 of delen door 25.

Wanneer gebruik je welke?

  • Brutowinstopslag: als je rekent vanaf de inkoopprijs

  • Brutowinstmarge: als je rekent vanaf de verkoopwaarde


Beide gaan over brutowinst,

maar de basis is anders.

Houd de taal hier kort en herhalend. Dat helpt deze doelgroep.

Rekenvoorbeeld computershop

Een scherm wordt ingekocht voor €120.

De winkel verkoopt het scherm voor €150.


Stap 1: brutowinst = €150 - €120 = €30

Stap 2: opslag = €30 / €120 × 100% = 25%

Stap 3: marge = €30 / €150 × 100% = 20%

Dit voorbeeld brengt de hele les samen in één context uit de computershop.

Stappenplan bij sommen

  1. Zoek de inkoopprijs.

  2. Zoek de verkoopwaarde.

  3. Reken de brutowinst uit.

  4. Kijk wat je moet berekenen:

- opslag → delen door inkoopprijs

- marge → delen door verkoopprijs

  1. Vermenigvuldig met 100%.

Moedig leerlingen aan om altijd eerst de brutowinst op te schrijven voordat ze aan het percentage beginnen.

Wat is de brutowinstmarge bij €12 inkoop en €15 verkoop?

A

15%

B

20%

C

25%

D

30%

Brutowinst is €3. Voor marge deel je €3 door €15.

Waar let jij eerst op bij een som?

1

inkoopprijs

2

verkoopprijs

3

brutowinst

4

percentage

Deze slide heeft geen instructies

Opslag en marge

Brutowinstopslag is brutowinst als percentage van de inkoopprijs. Brutowinstmarge is brutowinst als percentage van de verkoopprijs. Bij een scherm van €120 inkoop en €150 verkoop is de brutowinst €30. Dan is de opslag 25% en de marge 20%.

inkoopprijs
verkoopprijs
€30
20%
€20
25%
brutowinst
basis

Vat slides 10-15 samen met de kernvergelijking tussen opslag en marge.

Begrippen

inkoopprijs - de prijs die de winkel voor een product betaalt

verkoopprijs - de prijs die de klant betaalt

brutowinst - verkoopprijs min inkoopprijs

brutowinstopslag - brutowinst als percentage van de inkoopprijs

brutowinstmarge - brutowinst als percentage van de verkoopprijs

prijssticker - kaartje of sticker met de verkoopprijs

basis - het bedrag waarmee je rekent

Deze slide heeft geen instructies