GAM1 unit 4 grammar recap Future

First 10 min.
- Telephone in "hotel"
- On your desk: book/ notebook/ pencil case / agenda

- Read in your English book

1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 1

In deze les zitten 19 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

First 10 min.
- Telephone in "hotel"
- On your desk: book/ notebook/ pencil case / agenda

- Read in your English book

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Write down the translation of the following words
- to be fit
- helmet
- to skate
- bal
- knuppel 
- slaan
- verliezen
- wedstrijd
- schoppen
- honkbal
- verliezen

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Answers 
- to be fit - in goede conditie zijn
- helmet - helm
- to skate - schaatsen
- bal - ball
- knuppel - bat 
- slaan -  to hit
- verliezen - to lose
- wedstrijd -  match / game
- schoppen- to kick
- honkbal -  baseball
- vangen - to catch 

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Today!
Welcome
Vocab 15 min
Grammar 15 min
Expressions  and words 15 min 
Homework 5 min

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

learning goals
After this lesson you: 
- Know how to use Future to be going to/ will-shall 
 
- Know more words about sports 

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


- to be going to 

- will 

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

´to be going to´
wordt gebruikt in...
A
de verleden tijd
B
de tegenwoordige tijd
C
de toekomst

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe maak je 'to be going to?
A
going to + het werkwoord
B
een vorm van to be + going to + het werkwoord
C
going to

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

When do we use "'to be going to"

Slide 9 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

To be going to

wanneer? 
Plan dat al gemaakt was
We are visiting the dentist this afternoon. 

voorspelling met bewijs
Look at those clouds. It is going to rain. 
 


l

Hoe? 
+ am/ are/ is + going to + ww
I am going to visit the dentist tomorrow. 

-  O + am/ are/ is + not + going to + ww
He isn't going to see his grandmother next week. 

? am/ are/ is + going to + ww
Are we going to visit the Efteling in a week? 


Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Kies uit will of shall:
... you cook dinner tonight?
A
will
B
shall

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Will or shall?

... we go to the movies?
A
Will
B
Shall

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

When do we use "will"

Slide 13 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Will

wanneer?
- je neemt een beslissing op het moment van spreken
There is no more bread. I will go and buy some. 

- bij een wens, veronderstelling, belofte, aanbod, verzoek, voorspelling
I hope she will give me a present. 
He won't be on time, he is always late. 
We promise we will do our homework. 
I will pick you up tomorrow. 
Will you cook dinner for me tonight? 
You will win the game. 



Hoe?
 +
 will + ww
He will pick me up tomorrow. 

He won't pick me up tomorrow. 

Will he pick me up tomorrow?
Shall I pick you up tomorrow?
Shall we help you with that heavy lifting? 
Shall gebruik je bij vragen met I en WE. Meestal een suggestie of voorstel.

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

When do we use "Shall"

Slide 15 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Future: to be going to/ will/ shall
  1. Look at those dark clouds! It ______ (rain).
  2. I think our team ______ (win) the match.
  3. She ______ (visit) her grandparents this weekend.
  4. “I’m thirsty.” – “I ______ (get) you a drink!”
  5. They ______ (build) a treehouse tomorrow.
  6. He is sure he ______ (be) famous one day.

Slide 16 - Tekstslide

Look at those dark clouds! It is going to rain.
I think our team will win the match.
She is going to visit her grandparents this weekend.
“I’m thirsty.” – “I will get you a drink!”
They are going to build a treehouse tomorrow.
He is sure he will be famous one day.
Tips 
- words: laat je overhoren/ gebruik (digitale) tools / opschrijven / plaatjes erbij zoeken

- grammatica: Oefen met websites in magister / kijk filmpjes van grammatica item / vraag AI opdrachten te maken. 

bijv: Maak een opdracht om te oefenen met to be going to/ will/ shall. Niveau havo 1 met antwoordblad en uitleg. 

- Maak thuis test jezelf en de oefentoets in ALL RIGHT. Je krijgt ook nog een oefentoets opgestuurd om te maken en zelf na te kijken. (deze laatste vooral om te zien hoe het gevraagd wordt. )

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Must do: 
- 1 worksheet grammar(and check) 
- test jezelf tag questions (lesson 2) en future to be going to/ will/ shall (lesson 5)  
Your choice: 
- worksheets
- versterk jezelf 
- woordtrainer


NOTE: work quietly, so EVERYONE can work. 

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Homework
Study words page 166
Study grammar Tag questions and future (to be going to and will/ shall) 
Make a planning to study for the test 

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies