3AG - unit 3/4

(Part 1)Recap unit 3 & 4
1. direct & indirect speech
2. Future
3. adjectives & adverbs
4. Plurals
1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

(Part 1)Recap unit 3 & 4
1. direct & indirect speech
2. Future
3. adjectives & adverbs
4. Plurals

Slide 1 - Tekstslide

Direct / indirect speech

Slide 2 - Tekstslide

Direct / indirect speech

Slide 3 - Tekstslide

Use indirect speech. Adele said...

Slide 4 - Open vraag

use indirect speech. Brad Pitt said...

Slide 5 - Open vraag

Rewrite in indirect speech:
Trish: 'We don't like shopping.'

Slide 6 - Open vraag

Rewrite in indirect speech:
"I will help you"
- Amy said ...

Slide 7 - Open vraag

Direct -> indirect speech

She said: 'We are afraid.'

Slide 8 - Open vraag

Waarvoor gebruik je de:
'indirect speech'?

Slide 9 - Open vraag

Change back to direct speech
Babice said they were getting hungry.

Slide 10 - Open vraag

Change back to direct speech
Tim said that she had worked in an office.

Slide 11 - Open vraag

FUTURE
What is the future?

Slide 12 - Tekstslide

Future
Future

Slide 13 - Tekstslide

gebeurtenis volgens rooster
afspraak met vaststaande details
iets van plan zijn
iets aanbieden
voorspelling zonder bewijs
iets beloven
voorspelling met bewijs
beslissing
Present Simple
Present Continuous
to be + going to + hele ww
will + 
hele ww

Slide 14 - Sleepvraag

Mike ...... his friends at the restaurant tonight.
A
will meet
B
is going to meet
C
is meeting
D
meets

Slide 15 - Quizvraag

The first hour ... at 8.30.
A
will start
B
is going to start
C
is starting
D
starts

Slide 16 - Quizvraag

You look very tired, I ..... you.
A
will help
B
am going to help
C
am helping
D
help

Slide 17 - Quizvraag

I promise I.....on time!
A
will be
B
am going to be

Slide 18 - Quizvraag

5. My parents have decided to take up a common hobby. They ....................(take up) bridge.

Slide 19 - Open vraag

4. Where ................... (you take) photographs for your project?

Slide 20 - Open vraag

2. If you let me know what it is you want, I ...............(send) you the stamps you asked for.

Slide 21 - Open vraag

6. The train to Paris ........(leave) at 11.09 from platform 5b.

Slide 22 - Open vraag

1. My teacher has just called me. I ............... (play) guitar in the school musical next month.

Slide 23 - Open vraag

Tweedelige voorwerpen:
Dingen die uit twee delen bestaan functioneren in het Engels als een meervoud: 

trousers (broek), glasses (bril), scissors (schaar)

Je zegt dus ook "These trousers are ..." ondanks dat het in het Nederlands maar 1 broek is. 

Slide 24 - Tekstslide

Enkelvoudige woorden:
Soms lijkt een woord meervoud, maar is het een enkelvoud: 

- Woorden die eindigen op -ics (athletics, econmics)
   "Gymnastics is my favourite sport" (is = geeft enkelv. aan)
- "News" is altijd enkelvoud: "What time is the news on TV?"
- Sommige woorden op -s kunnen enkelv. en meerv. zijn: 
   One television series    &    Two television series

Slide 25 - Tekstslide

Plural - Singular Verb
- Sommige woorden hebben een meervoudig werkwoord: 
           "The police are investigating ..." (niet is)
- Bij een hoeveelheid geld, periode van tijd, of een afstand 
   krijg je juist een enkelvoudig werkwoord: 
           "Two thousand pounds was stolen yesterday."
           "Three years is a long time."
           "Five miles is a long way to walk."

Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Tekstslide