Eindwerk onderzoeksvraag september 2025

Atelier-VVV week 1
1 / 42
volgende
Slide 1: Tekstslide
AlgemeenSecundair onderwijs

In deze les zitten 42 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Atelier-VVV week 1

Slide 1 - Tekstslide

Opstart eindwerk

Slide 2 - Tekstslide

eindwerk: waar denk je aan?

Slide 3 - Woordweb

opstart eindwerk
1. Je ideale partner
2. Het ideale onderzoek
3. De verschillende thema's
4. De onderzoeksvraag

Slide 4 - Tekstslide

Jullie onderzoek is gelinkt aan specifieke vakken:

6 GZ: toegepaste psychologie
6 OPB: pedagogiek / psychologie
6H: praktijk hotel keuken / TV hotel keukentechnieken
6 BCW: project STEM
6 WW: sociale en gedragswetenschappen 




Slide 5 - Tekstslide

In je eindwerk ga je een diepgaand onderzoek uitvoeren en nieuwe inzichten te verwerven over een onderwerp gerelateerd aan je studierichting.
Je gaat niet alleen aan de slag. Je werkt samen met één (=1) partner. 

Slide 6 - Tekstslide

1) Je ideale partner
Een eindwerk vraagt samenwerking, planning en afspraken nakomen. Daarom denken we eerst even na over hoe we zelf werken en wat we van een partner verwachten.
timer
45:00

Slide 7 - Tekstslide

Wat zoek jij in een partner? 
Ga naar de vakmap 



Vul je vragenlijst INDIVIDUEEL, eerlijk en ernstig in. 

Slide 8 - Tekstslide

       Partnerkeuze en motivatie
         Je mag nu 'op date' met je potentiële partner. Bekijk samen wat jullie geantwoord hebben op de reflectiefiche. 

Vul daarna samen de "motivatiefiche partnerkeuze" in. Eén persoon dient de opdracht in. 
 



Slide 9 - Tekstslide

2. Het ideale onderzoek
timer
45:00

Slide 10 - Tekstslide

?
wat stelt dit schema voor?

Slide 11 - Tekstslide

de onderzoekscyclus

Slide 12 - Tekstslide

Jullie gaan stapsgewijs te werk: 
Vandaag overlopen we de verschillende thema's en kies je, samen met je partner, drie thema's die jullie aanspreken.
Jullie gaan proberen om voor elk van deze drie thema's een passende onderzoeksvraag te formuleren.





Slide 13 - Tekstslide

Volgende week krijgen jullie één van de door jullie gekozen thema's toegewezen en zijn jullie klaar om de stappen van de onderzoekscyclus te overlopen. 


Stap 1: Verwonderen
Stap 2: Verkennen
Stap 3: Onderzoek opzetten
Stap 4: Onderzoek uitvoeren
Stap 5: Concluderen
Stap 6: Presenteren 





Slide 14 - Tekstslide

Fase 1: verwonderen
Deadline 1 : 

Samen met je partner zorg je ervoor dat je onderzoeksvraag volledig op punt staat en beantwoordt aan de SMART-analyse tegen XXXX september. 

Jullie kunnen jullie onderzoeksvraag pitchen in een gesprek met jullie leerkracht tijdens atelier. Jullie worden beoordeeld volgens de evaluatiecriteria uit de GIP-bundel die je volgende week krijgt. 

Slide 15 - Tekstslide

Het opstellen van een onderzoeksvraag: 



Elk onderzoek begint met een vraag waarop je een antwoord wilt vinden. Denk na over je interesses en mogelijk ook over verdere studies. De onderzoeksvraag vormt de kern van je onderzoek.
Voor het bedenken van een onderzoeksvraag, is er een “brainstorm” nodig. 
Eens je enkele ideeën hebt, ga je een onderzoeksvraag formuleren

Slide 16 - Tekstslide

Aan welke criteria moet een goede onderzoeksvraag voldoen?

Slide 17 - Woordweb

Je formuleert je vraag door middel van de SMART-methode.
Waarvoor staan die letters, denk je?

Slide 18 - Tekstslide

SMART staat voor ...

Slide 19 - Woordweb

SPECIFIEK
Zie dat je doel duidelijk, concreet is en beschrijf:
  • de populatie van het onderzoek
  • een waarneembare actie, resultaat of gedrag
Wees specifiek door eerst te bepalen wat je doel is. 
Geef een antwoord op de volgende vragen:
  • Wat wil je bereiken?
  • Wie zijn erbij betrokken?
  • Waar vindt het plaats?
  • Wanneer vindt het plaats?
  • Waarom wil je dit bereiken? 









Slide 20 - Tekstslide

MEETBAAR

Zie dat je een doel hebt dat meetbaar is via:
  • een enquête 
  • een experiment
  • een casestudy
  • een observatie
Wees meetbaar door je doelgroep te bepalen.
Geef een antwoord op volgende vragen: 
Vind ik 40 personen die mijn enquête kunnen invullen?
OF: vind ik 20 personen die aan mijn experiment willen deelnemen?
OF: kan ik minstens 6 keer een zeer specifieke situatie observeren?
Welk resultaat (data / statistische variabelen) levert dat op? Kan je effectief meten wat je te weten wilt komen? 











Slide 21 - Tekstslide

ACCEPTABEL

Zorg dat je doel acceptabel is om te onderzoeken
Bv. onderzoek over: seksueel misbruik (deelnemers experiment of enquête) of discriminatie (Hoe ga je dit vaststellen?) of angststoornissen/ziektes (deelnemers experiment of enquête)
Let op met bepaalde thema’s: vraag steeds raad aan je de begeleidende leerkracht. 


Slide 22 - Tekstslide

REALISTISCH

Zie dat je doel haalbaar is om te onderzoeken.
Denk na:
  • Heb je voldoende kennis om het onderzoek te voltooien?
  • Is er voldoende draagvlak om je doel te bereiken? 



Slide 23 - Tekstslide

TIJDGEBONDEN

Is het mogelijk om het onderzoek af te ronden binnen de vooropgestelde datum.
Kan je de nodige achtergrondkennis (inleiding) onderzoeken binnen de beperkte tijd?
Kan je op tijd je enquête/experiment uitvoeren (gemiddelde tijd tussen december – eind januari – let op: examenperiode!)
Heb je voldoende tijd om de data te analyseren?
 




Slide 24 - Tekstslide

Kijk naar de volgende onderzoeksvragen. Zijn ze goed of slecht? Of welke van de twee is de beste?

Slide 25 - Tekstslide

Goede of slechte onderzoeksvraag?
Is de populatie ijsberen de laatste tijd toegenomen?
A
goed
B
slecht

Slide 26 - Quizvraag

Een goede vraag is een open vraag. De vraag is niet goed als het antwoord simpelweg ‘ja’ of ‘nee’ is.
Een goede vraag vereist (een kort) onderzoek.
Beter: Welke factoren hebben de populatiegroei van ijsberen bevorderd?
Deze vraag vereist meer verdieping in het onderwerp om het antwoord te vinden.
 

Slide 27 - Tekstslide

Goede of slechte onderzoeksvraag?
Helpt medicatie om leerlingen met ADHD-symptomen te genezen en hebben ze extra oefeningen nodig?
A
goed
B
slecht

Slide 28 - Quizvraag

Een goede vraag bestaat uit één vraag. De vraag is niet goed als die is samengesteld uit meerdere vragen.

Slide 29 - Tekstslide

Goede of slechte onderzoeksvraag? Welke universiteit is de beste?
A
goed
B
slecht

Slide 30 - Quizvraag

Je hoeft niet om meningen te vragen.
Wanneer je vragen opstelt, moet je nadenken over de antwoorden die je wilt krijgen. Vergeet niet dat een mening niet goed is om in uw onderzoeksproject op te nemen . Je hebt alleen objectief bewijs nodig. 

Slide 31 - Tekstslide

Hoe zou je die vraag beter kunnen formuleren?

Slide 32 - Open vraag

Goede of slechte onderzoeksvraag? Wat zijn de nadelen van het gebruik van een telefoon op de universiteit?
A
goed
B
slecht

Slide 33 - Quizvraag

Wat zijn de nadelen van het gebruik van een telefoon op de universiteit? = niet echt origineel
Beter: Welke invloed heeft de beperking van mobiele telefoons op de universiteit op de cijfers van studenten?
Natuurlijk wordt het eerste onderwerp door veel mensen bestudeerd, dus daar zul je niets nieuws vinden. Maar als je vraagt ​​hoe de beperking de cijfers van de studenten beïnvloedt, is dat een heel andere vraag.

Slide 34 - Tekstslide

Welke onderzoeksvraag is de beste?
A
Welk effect heeft aspirine op mensen die last hebben van een lage hartdruk?
B
Welk effect hebben medicijnen op mensen?

Slide 35 - Quizvraag

Zorg ervoor dat je onderzoeksvraag specifiek is. Zo krijg je meer gedetailleerde antwoorden.

Slide 36 - Tekstslide

Welke onderzoeksvraag is de beste?
A
Hoe voorkomen overheidsregels dat bedrijven de lucht vervuilen?
B
Waarom vervuilen sommige bedrijven de lucht? 

Slide 37 - Quizvraag

Stel geen 'waarom'-vragen.
Wanneer je aan een onderzoekspaper werkt , moet je echter vragen stellen met specifieke en duidelijke antwoorden.


Bron: https://pro-academic-writers.com 

Slide 38 - Tekstslide

3. De verschillende thema's
Jullie onderzoek zal gelinkt zijn aan specifieke vakken. We sommen de mogelijke thema's voor jullie op: 

Slide 39 - Tekstslide

Thema's psychologie
Thema's indirecte zorg

Slide 40 - Tekstslide

Opdracht
Stap 1: 
Welke thema's spreken jullie aan? 
-> duid deze thema's aan: GOOGLE FORMS

Stap 2: 
Probeer nu om voor elk van deze drie thema's een passende onderzoeksvraag te schrijven. 
Houd hierbij steeds rekening met de vraag of je onderzoeksvraag wel SMART genoeg is! Vul de Forms aan met jullie onderzoeksvragen. 



timer
45:00

Slide 41 - Tekstslide

Zelfreflectie
Vul tot slot de zelfreflectie in bij de opdrachten van dit atelier. 
Je leerkracht zal deze rubriek gebruiken bij het evalueren van je werk tijdens dit atelier. 

Slide 42 - Tekstslide