Internationale handel: hoe landen samenwerken

Internationale handel: hoe landen samenwerken

1 / 15
volgende
Slide 1: Slide
newEditorBedrijfseconomieVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 6

In deze les zitten 15 slides, met interactieve quiz en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Internationale handel: hoe landen samenwerken

Wat weet jij al over handel tussen landen?

Leerdoel

Aan het einde van deze les kun je uitleggen wat internationale handel is en kun je de begrippen internationale arbeidsverdeling, betalingsbalans, dekkingsgraad, open economie en gesloten economie toepassen.

Waarom handeldrijven tussen landen?

Niet elk land heeft alles. Door handel kopen landen producten die ze zelf niet of lastig kunnen maken.

Wat is internationale arbeidsverdeling?

Ieder land doet waar het goed in is. Landen verdelen het werk, zo kan iedereen profiteren van elkaars specialisatie.

Voorbeeld van internationale arbeidsverdeling

Nederland exporteert bijvoorbeeld kaas, maar importeert computers uit China.

Specialisatie en ruil

Door specialisatie maken landen producten efficiënter. Ruimen gebeurt door export en import.

De betalingsbalans

De betalingsbalans is een overzicht van alle geldstromen die een land met het buitenland heeft. Denk aan export en import.

Wat staat er op de betalingsbalans?

Export (geld komt binnen) en import (geld gaat eruit). Alles samen toont of je meer verkoopt of koopt bij het buitenland.

Wat is de dekkingsgraad?

De dekkingsgraad laat zien hoeveel procent van de import wordt betaald door de export. De formule is: (Export / Import) x 100%.

Voorbeeld dekkingsgraad

Stel: export = €200, import = €250. Dekkingsgraad = (200/250) x 100% = 80%. Je betaalt 80% van je import met export.

Open economie

Een open economie handelt veel met het buitenland: export en import zijn belangrijk. Nederland is een open economie.

Gesloten economie

Bij een gesloten economie is er weinig tot geen handel met het buitenland. Dit komt weinig voor in de echte wereld.

Verschillen: open en gesloten economie

Veel handel, afhankelijk van buitenland. Voorbeeld: Nederland.

Bijna geen handel, alles zelf doen. Komt in de praktijk zelden voor.

Gesloten economie

Open economie

Samenvatting

Je weet nu wat internationale handel is en kent de begrippen internationale arbeidsverdeling, betalingsbalans, dekkingsgraad, open en gesloten economie.