Les 2 De eerste fabrieken in Nederland

De industriële samenleving 
van Nederland


Les 2
De eerste fabrieken
1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 4

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 70 min

Introductie

Aan het eind van deze presentatie kun je herkennen en uitleggen op welke manier de industrialisatie in Nederland begon.

Onderdelen in deze les

De industriële samenleving 
van Nederland


Les 2
De eerste fabrieken

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Overzicht Periode 1
  • Thema: Industriële Samenleving van NL en Sociale Zekerheid
  • Benodigde lesmaterialen: Themakaternen, schrift/map, laptop, etui
Week 1
Week 2
Week 3
Week 4
Week 5
Week 6
Week 7
Week 8
Intro
Ind.Sm
Ind.Sm



Ind.Sm
Herhaling/SO
Soc.Zek.
Soc.Zek.
Soc.Zek.
Herhaling/SO
SE 1

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat weet jij eigenlijk nog van
de Industriële Revolutie?

Slide 4 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Welk begrip hoort bij deze betekenis:
Veranderingen in de landbouw vanaf 1750, waardoor een kleinere groep boeren meer voedsel ging produceren.
A
demografische revolutie
B
agrarische revolutie
C
Industriële Revolutie
D
mechanisering

Slide 5 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is industrialisatie?
A
Een periode van grote en snelle verandering door de komst van industrie.
B
Het ontstaan van industrie (fabrieken) in een gebied waar eerst vooral landbouw was.
C
Een speciale dans.
D
Mensen die in fabrieken werken.

Slide 6 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een van de belangrijkste uitvindingen van de revolutie?
A
stoommachine
B
ploeg
C
straatverlichting
D
dienstensector

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

In welk land begon de Industriële revolutie?
A
Frankrijk
B
Engeland
C
Nederland
D
Duitsland

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Rond 1800 werkten de meeste mensen in Nederland in de:
A
landbouw
B
handel
C
industrie
D
diensten

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welk begrip hoort bij deze betekenis:
Het proces waarbij de bevolking sterk groeide doordat de sterftecijfers in korte tijd sterk daalden.
A
agrarische revolutie
B
Industriële Revolutie
C
demografische revolutie
D
huisnijverheid

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welk begrip hoort bij deze betekenis:
Het gebruikmaken van machines in de landbouw of bij de productie van goederen.
A
arbeidsomstandigheden
B
huisnijverheid
C
mechanisering
D
demografische revolutie

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welk begrip hoort bij deze betekenis:
het maken van producten door mensen thuis
A
mechanisering
B
huisnijverheid
C
Industriële Revolutie
D
concurrentie

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoel
Aan het eind van deze les...
...ken je de begrippen/personen. (R)
...kun je herkennen en uitleggen op welke manier de industrialisatie in Nederland begon en verliep. (T2)

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Industriële Revolutie
  • De overgang van kleinschalige handmatige productie naar grootschalige machinale productie

  • Tussen 1750-1900 begonnen in Engeland (als gevolg van de bevolkingsgroei)

  • Belangrijke uitvindingen: Spinning Jenny, de schietspoel en de stoommachine

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

van kleinschalige handmatige productie...
... naar grootschalige machinale productie

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Nederland 
industrialiseert laat (1)
  • Boeren waren gespecialiseerd.

     
  • Kleinschalige kwaliteitsproductie
    > Zaans papier
    > Leidse stoffen
    > Goudse pijpen
    > Amsterdams kandijsuiker
    > Delfts aardewerk

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Nederland 
industrialiseert laat (2)
  • Pas vanaf 1870

  • Handel blijft voor veel investeerders belangrijk: weinig vertrouwen in de industrie

  • Geen geschikte grondstoffen voor industrie

  • Op de afbeelding: papier maken rond 1800 en rond 1870

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Nederland industrialiseert laat (3)
  • Slechte infrastructuur

  • Grondstoffen kopen in het buitenland was duur

  • Protectionisme: landen beschermen hun eigen producten door producten uit andere landen (heel) duur te maken

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Nederland industrialiseert...toch
  • Vanaf 1870 steeds meer fabrieken
  • Liberalen aan de macht: meer economische vrijheid

  • Koning Willem I wil van Nederland een modern land maken met goede infrastructuur en industrie

  • Voldoende arbeidskrachten 

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Video
IJzeren eeuw in de klas: Twente op stoom

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Nederland industrialiseert...toch
  • Vanaf 1870 steeds meer fabrieken
  • Liberalen aan de macht: meer economische vrijheid

  • Koning Willem I wil van Nederland een modern land maken met goede infrastructuur en industrie

  • Voldoende arbeidskrachten 

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag
Maak vraag 1 op blz. 28 in je boek. 

Slide 22 - Tekstslide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. De docent start met modelleren en laat leerlingen vervolgens actief inoefenen. Volgens het 'ik-wij-jullie/jij-wij' principe wordt de ondersteuning geleidelijk afgebouwd. Er wordt gevarieerd in oefentypes en het leerproces wordt zichtbaar gemaakt, bijvoorbeeld met hardop denken opdrachten. Effectieve leerstrategieën zoals zelftesten, gespreid leren, schema’s maken, en samenvatten volgens de Cornell-methode worden expliciet aangeleerd. Dit herkneden van de lesstof helpt bij het bewerken van het lange termijn geheugen
Controle
Maak vraag 1 op blz. 28 in je boek. 

Slide 23 - Tekstslide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. De docent start met modelleren en laat leerlingen vervolgens actief inoefenen. Volgens het 'ik-wij-jullie/jij-wij' principe wordt de ondersteuning geleidelijk afgebouwd. Er wordt gevarieerd in oefentypes en het leerproces wordt zichtbaar gemaakt, bijvoorbeeld met hardop denken opdrachten. Effectieve leerstrategieën zoals zelftesten, gespreid leren, schema’s maken, en samenvatten volgens de Cornell-methode worden expliciet aangeleerd. Dit herkneden van de lesstof helpt bij het bewerken van het lange termijn geheugen
Controle
Maak vraag 1 op blz. 28 in je boek. 

Slide 24 - Tekstslide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. De docent start met modelleren en laat leerlingen vervolgens actief inoefenen. Volgens het 'ik-wij-jullie/jij-wij' principe wordt de ondersteuning geleidelijk afgebouwd. Er wordt gevarieerd in oefentypes en het leerproces wordt zichtbaar gemaakt, bijvoorbeeld met hardop denken opdrachten. Effectieve leerstrategieën zoals zelftesten, gespreid leren, schema’s maken, en samenvatten volgens de Cornell-methode worden expliciet aangeleerd. Dit herkneden van de lesstof helpt bij het bewerken van het lange termijn geheugen
    Begrippen 
uit deze les
  • kleinschalig
  • grootschalig
  • concurrentie
  • fusie

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Personen
uit deze les

  • Adolf Hitler
  • Benito Mussolini

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.

Slide 27 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Stel 1 vraag over iets dat je nog niet zo goed hebt begrepen.

Slide 28 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies