Shock

Shock
1 / 34
volgende
Slide 1: Tekstslide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 4

In deze les zitten 34 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Shock

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat weet je (nog) van shock?

Slide 2 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Shock
 Is een situatie waarin je bloeddruk te laag is om je lichaam van bloed en zuurstof te voorzien.

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Soorten shock o.a:
Hypovolemische shock
Distributieve shock
Cardiogene shock
Obstructieve shock

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lesdoelen
  • Student kan de 4 vormen van shock en hun oorzaken benoemen.
  • Student kan de behandeling van shock beschrijven.

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hypovolemische shock komt door?
A
In of uitwendige bloeding
B
Een hartinfarct
C
Een zware infectie
D
Een klaplong

Slide 6 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hypovolemische shock
- Door in of uitwendige bloeding
     - Door brandwonden (grote blaren)
- Vochtverlies
- Uitdroging

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat gebeurt er bij een hypovolemische shock?

Bloed in lichaam

Zuurstof in lichaam 

Slide 8 - Tekstslide

Doordat je minder bloed in je bloedbaan hebt, krijgen je lichaamscellen niet genoeg zuurstof. Dit type shock heeft dus veel te maken met je bloeddruk. 
Aerobe vs anearobe verbranding
Aerobe stofwisseling → stofwisseling met zuurstof bij bloeddruk 120/80 → afval stof CO2
Anaerobe stofwisseling → stofwisseling zonder zuurstof → verzuring (metabole acidose) → tast hart aan → hypotensie verergert
→Vicieuze cirkel van shock

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bij acidose = Kussmaul ademhaling
Diepe zuchtende regelmatige ademhaling
kan lijken op lucht happen
→ compensatie van de metabole acidose

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Gevolgen?
Organen en weefsel beschadigd en/of sterft af -> 
Bloeddruk daalt verder -> vitale organen beschadigen ->
 DOOD

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Symptomen
Een koude, bleke huid, overmatig zweten, verwardheid en onrust, verminderd bewustzijn.
Een snelle ademhaling, snelle HF, lage RR
Rillen, dorst, misselijkheid en minder urineproductie.

Slide 12 - Tekstslide

De symptomen van hypovolemisch, anafylactisch en septische shock komen overeen.
Behandeling
De behandeling van een hypovolemische shock zal bestaan uit het verbeteren van je bloeddruk. En uiteraard het wegnemen van de oorzaak. 
Niet lullen maar vullen!

Slide 13 - Tekstslide

Het bloeden stoppen. Intraveneus vullen, vasopressie toedienen en bloedtransfusies.
Distributieve shock komt door?
A
Grote bloeding
B
Long embolie
C
Allergische reactie
D
Bacteriële infectie

Slide 14 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Distributieve shock
Hieronder vallen o.a: septische shock en anafylactische shock. Het probleem bij deze vormen van shock is de verdeling van je bloed. Je hebt geen verlies van bloed, maar je bloedvaten gaan zo ver open staan dat je te weinig bloed hebt om de druk hoog te houden.

Slide 15 - Tekstslide

Hoe noem je het ook alweer als je bloedvaten open gaan staan??
Wat gebeurt er bij een distributieve shock?

Bloedvatten zetten uit
Bloeddruk
 Zuurstof in lichaam 

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Gevolgen?
Organen en weefsel beschadigd en/of sterft af -> 
Bloeddruk daalt verder -> vitale organen beschadigen ->
 DOOD

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Symptomen
Een koude, bleke huid, overmatig zweten, verwardheid en onrust, verminderd bewustzijn.
Een snelle ademhaling, snelle HF, lage RR
Rillen, dorst, misselijkheid en minder urineproductie.

Slide 18 - Tekstslide

De symptomen van hypovolemisch, anafylactisch en septische shock komen overeen.
Let op!
De symptomen van hypovolemisch, anafylactisch en septische shock komen overeen.

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Behandeling
Niet lullen maar vullen
sepsis = AB IV
 Vasopressie, intraveneus vocht toedienen --> Bloeddruk verbeteren! En vaten nauwer duwen met medicatie.

Slide 20 - Tekstslide

AB iv, vasopressie, intraveneus vocht toedienen --> Bloeddruk verbeteren! En vaten nauwer duwen met medicatie.
Cardiogene shock komt door?
A
Long embolie
B
Grote bloeding
C
Allergische reactie
D
Hartinfarct

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Cardiogene shock
- Hartinfarct (vooral linkerkant)
- Ernstig hartritme stoornis

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Gevolgen?
Organen en weefsel beschadigd en/of sterft af -> 
Bloeddruk daalt verder -> vitale organen beschadigen ->
 DOOD

Slide 23 - Tekstslide

Je hart is niet goed in staat het bloed rond te pompen. Ook hierbij krijgen de vitale organen dus minder aanbod van zuurstof.
Symptomen
Kunnen overeen komen met die van een hartinfarct. Welke klachten krijg iemand dan?

Slide 24 - Tekstslide

POB klachten, drukkend gevoel op de borst, pijn uitstralend naar linker arm, maagzuur, ademen gaat zwaarder, bleek, angstig, licht in het hoofd, snelle onregelmatige hartslag, bloeddruk daling
Behandeling
Het doel is het voorkomen van eind-orgaan schade. De behandeling bestaat uit enerzijds revascularisatie bij het myocardinfarct of chirurgie bij mechanische complicaties en anderzijds ondersteunende maatregelen.
NIET VULLEN

Slide 25 - Tekstslide

Mortaliteit is hoog.

en medische procedure om de bloedtoevoer naar het hart te verbeteren. Kan zijn: stent of chirurgische bypassoperatie van de kransslagader.
Obstructieve shock komt door?
A
Spanningspneumo-thorax
B
Tamponade
C
Long embolie
D
Allergie

Slide 26 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Obstructieve shock
- Longembolie
- Spanningspneumathorax
- Tamponade

Slide 27 - Tekstslide

Zoals de naam eigenlijk al zegt, bij obstructieve shock is er een belemmering van de circulatie door iets dat in de vaten zit, of dat van buiten af op de vaten drukt. Het volume van het bloed en het vaatvolume is ongewijzigd, het bloed kan echter niet meer naar de vitale weefsels en organen getransporteerd worden door dat er een obstructie is.

Open pneumothorax = gat naar buiten.
Spanningspneumothorax = lucht opgesloten onder druk -> shock.


Obstructieve shock

Slide 28 - Tekstslide

pijn op de borst, pijn bij de ademhaling en ernstige benauwdheid en gestuwde halsvenen
Gevolgen?
Organen en weefsel beschadigd en/of sterft af -> 
Bloeddruk daalt verder -> vitale organen beschadigen ->
 DOOD

Slide 29 - Tekstslide

De behandeling is gericht op het voorkomen van erger, zoals altijd. Afhankelijk van de oorzaak wordt de behandeling ingezet.. legen van hartzakje, starten bloedverdunners, inbrengen thorax drain. 

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Verpleegkundige interventies

  • Stel het slachtoffer gerust.​
  •  Vermijd drukte, spanning en grote bewegingen.​
  •  Breng de persoon in liggende toestand.​
  •  Breng de benen omhoog (uitgezonderd bij cardiogene shock)​
  •  Breng bij ernstige ademhalingsmoeilijkheden het bovenlichaam rechtop.​
  •  Voorkom afkoeling met een deken.​
  •  Voorkom oververhitting. Warm het slachtoffer nooit actief op. Door warmte treedt vaatverwijding op, waardoor de bloeddruk verder afneemt.​






Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Verpleegkundige interventies
  • Geef nooit iets te eten of te drinken: ​
  • Het geven van zuurstof met een hoge flow op een non-rebreathing masker om zuurstoftekort te bestrijden.​
  • Inbrengen van een infuus: Bij een lage bloeddruk is het inbrengen van een infuus moeilijker dan bij een normale bloeddruk. Een patiënt moet namelijk 'gevuld' worden, om het circulerend vermogen op gang te houden.​
  • Inbrengen van een blaaskatheter: om de urine-productie nauwkeurig te kunnen bijhouden. Het vasthouden van vocht kan een gevolg zijn van een circulatie stoornis.​
  • Urineproductie volwassenen ongeveer 1 ml per kg. lichaamsgewicht per uur​

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ezelsbruggetje
(Hypovolemisch) Leeg vat = vullen
(Distributieve) Wijd vat = vullen
(Cardiogeen) Slechte pomp = niet vullen
 (Obstructief) Afgeknepen vat = fix de knel

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 34 - Video

Deze slide heeft geen instructies