Pegasus 2 Hoofdstuk 1 Oraculum

Pegasus 2 Hoofdstuk 1 Oraculum
1 / 47
volgende
Slide 1: Tekstslide
LatijnMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

In deze les zitten 47 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 300 min

Onderdelen in deze les

Pegasus 2 Hoofdstuk 1 Oraculum

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Planning 
1. Toetsing
2. Inventarisatie behandelde stof 
3. Start in Pegasus 2 

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen 1.1 
Je kunt 
☐de verschillende voorspellingen, voortekens, priesters en waarzeggers bij de Romeinen beschrijven en verklaren.
☐de orakels die de Romeinen gebruikten beschrijven en situeren.

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vooraf 
  • Als jij iets kon laten voorspellen, wat zou dat dan zijn? 

  • Welke huidige manieren om te voorspellen ken je? 

  • Hoe deden de Romeinen dat? En waarom? 

  • Is het typisch Romeins?

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 5 - Tekstslide

aureus, 25 denarii (dagloon arbeider) 
Video Hannibal

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Omen, omina 

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Belangrijke begrippen
haruspex en auspex 
ira deorum
lustratio 

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen 1.1 
Je kunt 
☐de verschillende voorspellingen, voortekens, priesters en waarzeggers bij de Romeinen beschrijven en verklaren.
☐de orakels die de Romeinen gebruikten beschrijven en situeren.

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Startopdracht: koppel term aan afbeelding 


1. Haruspex
2. Auspex/augur 
3. Sybille 
4. Pythia 
 

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lezen en oefeningen maken 
Cultuurboekje p. 2 tm 5 
Leerwerkboek p10-11 (alles behalve oefening 10)

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen 1.1 
Je kunt 
☐de verschillende voorspellingen, voortekens, priesters en waarzeggers bij de Romeinen beschrijven en verklaren.
☐de orakels die de Romeinen gebruikten beschrijven en situeren.

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen 1.2
Je kunt 
☐aantonen dat je de leestekst Dē Paride begrijpt 
☐verbanden leggen tussen de inhoud van de leestekst  Dē Paride en de cultuurles

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Werkvorm 1.2 
Gatentekst: links het Latijn en rechts de vertaling met 'gaten'
  • het is de bedoeling dat je op de lege plekken de juiste vertaling invult
  • kijk goed naar het Latijn: welk(e) woord(en) is/zijn onvertaald gebleven?
  • maak gebruik van de aantekeningen bij de tekst en de woordenlijst 
  • beantwoord meteen de vragen bij de stukken waar je de oplossingen bij hebt gevonden 
  • je mag zachtjes overleggen met degene die naast je zit 
  • kom je er niet uit? vraag de docent om hulp 
  • let op: het blad heeft ook een achterkant!

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vandaag
Gatentekst:
-2e pagina bespreken, incl. de vragen 
-reflectie op leerdoelen

Oefenen met grammatica: 1.3
-eerst oefening 1 
-afhankelijk daarvan 2, 4 of 6 
klaar? Ga verder met 1.4, oefening 2 

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hecuba sollicita erat, nam per plūrēs noctēs ante partum mīrum somnium habēbat. Māne Priamō omnia narrābat: ‘Facem ārdentem pariam, quā tōta urbs dēlēbitur.’ Et dum omnēs in rēgiā prīmum Hecubae clāmōrem et posteā vāgītum īnfantis audiunt, Cassandra trīstia parentibus praedīcit: ‘Sī hic īnfāns vīvet, flammīs Troia cōnsūmētur.’
  • Hecuba was ongerust, want gedurende
  • meerdere nachten vóór de bevalling  had zij een
  • wonderlijke droom. ’s Morgens vertelde ze aan Priamus alles: ‘Ik zal een brandende fakkel voortbrengen, waardoor de hele stad
  • zal worden vernield.’ En terwijl allen in het
  • paleis eerst het geroep  van Hecuba en
  • daarna het geschrei van de baby horen,
  • voorspelt Cassandra verdrietige dingen  aan haar
  • ouders: ‘Als dit kind zal leven, zal door vlammen Troje
  • vernietigd worden. 

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Rēx vātem statim cōnsulit. Quia vātēs hoc praedictum affirmat, Priamus Agelaum, fidēlem pāstōrem, īnfantem occīdere iubet. ‘In Īdam montem properā,’ inquit, ‘fīliumque meum dē summā rūpe dēice. Melius est hunc ūnum fīlium sacrificāre quam tōtam urbem nostram flammīs obicere.’ Hecuba rēgīna trīstis exclāmat: ‘Adspice saltem fīlium tuum.’ Sed Priamus inexōrābilis est. Tandem Hecuba invīta īnfantem mollibus linteīs involvit, in fiscellam impōnit et Agelaō pāstōrī trādit.
  • De koning raadpleegt een waarzegger.
  • Omdat de waarzegger deze voorspelling bevestigt, beveelt Priamus Agelaus, een
  • trouwe herder, de baby te doden. ‘Haast je
  • naar de Idaberg’, zegt hij, ‘en werp mijn zoon van de hoogste rots naar beneden.
  • Het is beter deze ene zoon op te offeren
  • dan geheel onze stad aan de vlammen bloot te stellen.’ Koningin Hecuba roept
  • droevig uit: ‘Kijk tenminste naar jouw zoon.’
  • Maar Priamus is onvermurwbaar.
  • Uiteindelijk wikkelt Hecuba tegen haar zin
  • haar baby in zachte doeken, legt hem in
  • een mandje en overhandigt hem aan de herder Agelaus. 

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Agelaus, quamquam fidēlis pāstor est, nōn omnia rēgis iussa exsequitur: ad summum montem quidem it, sed īnfantem dē summā rūpe dēicere nōn audet. Ideō eum in loco remōtō expōnit. Cōgitat enim sēcum: ‘Īnfāns aut lacerābitur ā ferīs aut fame perībit. Sed fortasse fortūna eius faustior erit.’
  • Hoewel Agelaus een trouwe herder is, voert
  • hij niet alle bevelen van de koning uit: hij
  • gaat wel naar de top van de berg, maar
  • durft de baby niet van de hoogste rots naar
  • beneden te werpen. Daarom legt hij hem op een afgelegen plaats te vondeling. 
  • Want hij denkt bij zichzelf:
  • ‘De baby zal of verscheurd worden
  • door wilde deuren of van honger ontkomen.
  • Maar misschien zal zijn lot gunstiger zijn.’

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Agelaus uxorque autem misericordiā commoventur: itaque quīnque diēbus post pāstor ad montem redit et invenit īnfantem incolumem. Ursa enim cottīdiē eum alēbat! Deinde Agelaus infantem tollit et domum sēcum portat, ubi magnō amōre ā novīs parentibus ēdūcitur. Eī nōmen Paris datur. Postquam adolēvit, in Īdae montis saltibus gregēs Priamī, patris suī, pāscit

  • Toch worden Agelaus en zijn vrouw door medelijden bewogen
  • daarom keert de herder vijf dagen later terug naar de berg en vindt de baby
  • ongedeerd.
  • Want een berin voedde hem dagelijks
  • Daarna tilt Agelaus de baby op 
  • en draagt hem met zich mee naar huis,
  • waar hij met veel liefde door zijn nieuwe
  • ouders wordt opgevoed. 
  • Hij krijgt de naam Paris. Nadat hij opgegroeid is, laat hij op 
  • de weiden van de berg Ida de kudden van
  • koning Priamus, zijn vader, grazen. 

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen 1.2
Je kunt 
☐aantonen dat je de leestekst Dē Paride begrijpt 
☐verbanden leggen tussen de inhoud van de leestekst  Dē Paride en de cultuurles

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen 1.3
Je kunt 
☐van een verbogen naamwoord het grondwoord, het genus, het getal, de klasse en het model geven avus, rosa, dōnum, bonus, dux, māter, corpus, fortis, fructus en rēs
☐een zelfstandig gebruikt adjectief herkennen en vertalen
☐een adjectief verbinden met zijn kern en de naamwoordgroep in de juiste naamval vertalen.

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen 1.4
Je kunt 
☐de naamvallen verklaren door de functie en de rol te geven
☐een BVB in de genitief verbinden met de kern en de naamwoordgroep vertalen

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen 1.5
Je kunt 
☐een voorzetselgroep aanduiden en vertalen.

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen 1.6 
Je kunt
☐aantonen dat je de leestekst Dē Paridis iudicio begrijpt
☐verbanden leggen tussen de inhoud van de leestekst Dē Paridis iudicio en de cultuurles

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen 1.7
Je kunt 
☐van de vervoegde vormen van werkwoorden het grondwoord geven, de kenletters herkennen, de vormen splitsen, determineren en vertalen amāre, monēre, tegere, audīre, capere, esse, posse en de onregelmatige werkwoorden in de actieve en passieve infinitief praesens, indicatief praesens, imperfectum en futurum simplex, en de imperatief.

Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Behandelde grammatica 
Naamwoorden: 1e, 2e, 3e klasse 

Naamvallen: alle vijf, inclusief de functies 

Werkwoorden: praesens, imperfectum, futurum (actief en passief

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vandaag 
Herhaling grammatica in vogelvlucht 
Beginnen met nieuwe vertaaltekst 

Toetsweek LAT = proefvertaling 

Lesdoel: je kunt de opgedane grammaticale vaardigheden gebruiken om een Latijnse tekst te vertalen 

Slide 36 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Zet de juiste naamval achter de vetgedrukte zinsdelen 

-nominatief 
-accusatief 
-genitief
-datief
-ablatief
-vocatief 
1. Ik ga naar huis met mijn fatbike 

2. Mijn moeder geeft een geschenk aan haar dochter 

3. Waarom doet u zo raar, juf

4. Die pen is van mij, blijf af! 

5. Heb je de Olympische Spelen bekeken? 

Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Sorteer onderstaande woorden in de juiste klasse 

currus
onus 
servus
tempus

Slide 38 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vul het schema in voor de vorming van de werkwoordstijden 
  • praesens actief = stam+ uitgangen o, s, ....
  • praesens actief= stam
  • imperfectum actief= stam + .....+ uitgangen m, s, .....
  • imperfectum passief= stam+ .... + uitgangen ....
  • futurum act+pas a/e- stam= stam+ .....+ ....+ uitgangen 
  • futurum act+pastegere/audire/capere=stam+....+uitgangen 

Slide 39 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vul het schema in voor de vorming van de werkwoordstijden 
  • praesens actief = stam+ uitgangen o, s, t, mus, tis, nt
  • praesens actief= stam+ uitgangen or, ris, tur, mur, mini, ntur
  • imperfectum actief= stam + (e)ba+ uitgangen m, s,t,...
  • imperfectum passief= stam+ (e)ba + uitgangen or, ris, tur...
  • futurum act+pas amare/monere= stam+ b+ bindklinker+ uitgangen 
  • futurum act+pas tegere/audire/capere=stam+kenletter a of e +uitgangen 
  • infinitief actief: -re
  • infinitief passief: -i (capi, tegi) of -ri (amari, audiri, moneri)

Slide 40 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag met 1.10 
Ga na bij jezelf: 
-kan ik zelfstandig aan de slag? --> vertalen 1.10 
-heb ik nog uitleg nodig na deze herhaling? --> verlengde instructie 

Slide 41 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Reflectie 
Lesdoel: je kunt de opgedane grammaticale vaardigheden gebruiken om een Latijnse tekst te vertalen 

Slide 42 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vandaag: 
Verder met vertaaltekst 1.10 
-zelfstandig
-klassikaal indien behoefte 

Slide 43 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vandaag: 1.10 afmaken, incl. vraag
Ben je klaar met paragraaf 1.10? Lees dan cultuurboekje p. 6-9 en maak de oefeningen op p. 50-51 van je leerwerkboek. 



Lesdoel: Je kunt een Latijnse zin in zinsdelen splitsen en dan correct vertalen. 


 


Slide 44 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Philoctētēs cum cēterīs ducibus Graecīs Troiam nāvigābat.
Dīvīnās sagittās, quae Herculēs eī dederat, semper sēcum ferēbat.
In itinere in īnsulā Lēmnō sacrificium faciēbat.
Subitō serpēns pedem eius mordet.
Quia Graecī taetrum odōrem ē vulnere ferre nōn possunt,
Philoctētēs iussū Agamemnonis rēgis in īnsulā Lēmnō relinquitur.

  • Philoctetes voer met de overige Griekse leiders naar Troje.
  • De goddelijke pijlen die Hercules hem gegeven had, 
  • droeg hij altijd met zich mee. 
  • Onderweg op het eiland Lemnos bracht hij een offer.
  • Plots bijt een slang (in) zijn voet.
  • Omdat de Grieken de walgelijke geur uit de wonde niet kunnen verdragen, 
  • wordt Philoctetes op bevel van koning Agamemnon op het eiland Lemnos achtergelaten.

Slide 45 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ibi per decem annōs vīvēbat.
Sed sine sagittīs Philoctētae Troia ā Graecīs capī nōn poterat.
Itaque Ulixēs cum Neoptolemō, Achillis fīliō,
ad Philoctētam nāvigāre statuit.
Invītum eum Troiam dūcunt.
In pugnā Paris Philoctētae sagittā tangitur
et paulō post interit.


  • Daar leefde hij gedurende tien jaar. 
  • Maar zonder de pijlen van Philoctetes kon Troje door de Grieken niet ingenomen worden. 
  • Daarom besloot Odysseus samen met Neoptolemos, zoon van Achilles,
  • naar Philoctetes te varen.
  • Tegen zijn zin leiden ze hem naar Troje.
  • In een gevecht wordt Paris door een pijl van Philoctetes geraakt
  • en een beetje later sterft hij.

Slide 46 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vandaag: 1.10 afmaken, incl. vraag
Lesdoel: Je kunt een Latijnse zin in zinsdelen splitsen en dan correct vertalen. 



Toetsweek: Proefvertaling 
Leerstof: Vocabulaire en grammatica, zie leerwoordenlijst 


Slide 47 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies