Praatjes over het weer (alfa B)

Praatjes over het weer (alfa B)

1 / 9
volgende
Slide 1: Slide
newEditorAlfabetisering NT2Voortgezet speciaal onderwijsLeerroute 2

In deze les zitten 9 slides, met interactieve quiz en tekstslides.

time-iconLesduur is: 11 min

Onderdelen in deze les

Praatjes over het weer (alfa B)

Wat weet je al over het weer?

Leerdoel van deze les

Aan het einde van de les kun je een kort praatje maken over het weer.

De zon schijnt

Bij mooi weer schijnt de zon. Je ziet veel licht en het is warm.

Het regent

Soms regent het. Je ziet druppels en het is nat.

Het is bewolkt

Er zijn wolken in de lucht. Je ziet weinig zon.

Vragen over het weer

Het is koud. Het regent. De zon schijnt.


Het is warm/koud.


Het waait buiten.


Wat zeg je?

Hoe is het weer?

Wat voor weer is het?

Wat voor weer wordt het morgen?

Is het koud?

Is het warm?

Schijnt de zon?

Waait het buiten?

Hoe warm is het?

Wat vraag je?

Een praatje maken

Begin: 'Wat een weer hè!' Antwoord: 'Ja, het regent hard.'

Wat vertel jij over het weer?

Vertel in de klas: Hoe is het weer vandaag? Gebruik: zon, regen, wolken, koud.