Theorieles 1.8.1 Levensfase van de mens

1 / 24
volgende
Slide 1: Tekstslide

In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Wat is geen levensfase
A
Baby
B
Schoolkind
C
Tiener
D
Adolescent

Slide 6 - Quizvraag

Vraag 4: De eerste 10 dagen van de zuigelingfase wordt de neonatale fase genoemd
A
WAAR
B
NIET WAAR

Slide 7 - Quizvraag

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Tijdens de peuter -en kleuterfase is het gewicht tov van de babyfase...
A
verdubbeld
B
verdrievoudigd
C
verviervoudigd
D
met 20% toegenomen

Slide 10 - Quizvraag

De peuterfase kenmerkt zich door:
A
Koppigheid en ik-besef
B
Lengtegroei
C
Kleuren binnen de lijntjes
D
Samen delen en spelen

Slide 11 - Quizvraag

kleuterfase:
We spreken van een kleuterfase als de leeftijd tussen..
A
4 en 6 jaar zit
B
2 en 3 jaar zit
C
5 en 6 jaar zit
D
6 en 8 jaar zit

Slide 12 - Quizvraag

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Jongerenfase 12-21 jaar:
Noem voorbeelden van
secundaire geslachtskenmerken
bij jongens en/of meisjes

Slide 15 - Woordweb

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Tekstslide

Welke stelling is WAAR?
A
De man komt eerder in de overgang dan de vrouw
B
De overgang bij de man noemen we de penopauze
C
De menopauze is een ander woord voor de overgang bij zowel de vrouw als bij de man
D
Klachten van de overgang zijn hetzelfde bij zowel de man als de vrouw

Slide 19 - Quizvraag

Vanaf welke leeftijd start de beginnende ouderdom?
A
50 jaar
B
55 jaar
C
60 jaar
D
67 jaar

Slide 20 - Quizvraag

Slide 21 - Tekstslide

Voor welke doelgroep is geriatrie bedoeld?
A
baby's
B
kinderen
C
volwassenen
D
ouderen

Slide 22 - Quizvraag

Gerontologie doet onderzoek naar dit proces...
A
Chronisch ziekten
B
Verouderen
C
Dementie
D
Erfelijke eigenschappen

Slide 23 - Quizvraag

Slide 24 - Tekstslide