Atoombouw

Welkom bij scheikunde
Doe je jas uit en mobiel weg

Ga op je plek zitten

Pak je leesboek erbij


1 / 12
volgende
Slide 1: Tekstslide
ScheikundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

In deze les zitten 12 slides, met tekstslides.

Onderdelen in deze les

Welkom bij scheikunde
Doe je jas uit en mobiel weg

Ga op je plek zitten

Pak je leesboek erbij


Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

In stilte 5 minuten lezen
timer
5:00

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lesplanning
Pak je scheikundeboek, schrift en etui
Leerdoelen (2 min)
Uitleg (6 min)
Samen oefenen (4 min)
Zelfstandig werken (10 min)
Opgave bespreken (5 min)
Afsluiten (2 min)

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen
Na de les kan je...
  • vertellen over de ontwikkeling van het atoommodel.
  • benoemen hoe een atoom is opgebouwd.
  • verschillen tussen atoomsoorten benoemen.

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Atoombouw
Dalton

Slide 5 - Tekstslide

Het atoommodel van Dalton:
Een atoom is een solide bol.

Het atoommodel van Thomson:
Het atoom is een positieve solide bol, met negatieve lading aan de buitenkant.

Het atoommodel van Rutherford:
Het atoom heeft een positieve kern, en daarom heen zitten kleinere negatieve deeltjes, deze werden elektronen genoemd. (Krentenbol model)

Het atoommodel van Bohr:
Het atoommodel heeft een positieve kern, daarom heen in bepaalde banen zitten de elektronen. Deze elektronen hebben hun eigen baan, schillen genoemd.
Atoombouw
Dalton

Slide 6 - Tekstslide

Het atoommodel van Dalton:
Een atoom is een solide bol.

Het atoommodel van Thomson:
Het atoom is een positieve solide bol, met negatieve lading aan de buitenkant.

Het atoommodel van Rutherford:
Het atoom heeft een positieve kern, en daarom heen zitten kleinere negatieve deeltjes, deze werden elektronen genoemd. (Krentenbol model)

Het atoommodel van Bohr:
Het atoommodel heeft een positieve kern, daarom heen in bepaalde banen zitten de elektronen. Deze elektronen hebben hun eigen baan, schillen genoemd.
Atoommodel van Rutherford
Deeltje
lading
symbool
proton
1+
p
neutron
o
n
elektron
1-
e-

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Atoomnummer
- Atoomnummer = aantal protonen in de kern.

Voorbeeld 
Atoomnummer Natrium: 11 
> 11 protonen

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Het periodiek systeem (p. 210)
Geef atoomnummer van en schrijf op in je schrift:
  • argon
  • calcium
  • ijzer

Hulp p. 47  tabel met atoomsoorten die je moet kennen! Leren dus!
timer
3:00

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Atoombouw
Dalton

Slide 10 - Tekstslide

Het atoommodel van Dalton:
Een atoom is een solide bol.

Het atoommodel van Thomson:
Het atoom is een positieve solide bol, met negatieve lading aan de buitenkant.

Het atoommodel van Rutherford:
Het atoom heeft een positieve kern, en daarom heen zitten kleinere negatieve deeltjes, deze werden elektronen genoemd. (Krentenbol model)

Het atoommodel van Bohr:
Het atoommodel heeft een positieve kern, daarom heen in bepaalde banen zitten de elektronen. Deze elektronen hebben hun eigen baan, schillen genoemd.
Lezen H2.4 tot isotopen, maken 56 t/m 58. p. 58
  • Hoe? Lezen in stilte, maken in schrift en fluisteren met persoon aan aangesloten tafel. 
  • Hulp? Kijk naar de kernwoorden, zoek deze op in H2.4 en lees de tekst. Als vraag niet lukt, door naar volgende vraag.
  • Resultaat? bespreken van 56 t/m 58
  • Klaar? 52, 53 daarna leren voor de toets
timer
3:00
timer
7:00

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Uit welke drie deeltjes bestaat een atoom?

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies