Les 3 vrijdag 23 jan.

BONJOUR       23-01-2026
Bonjour
et 
bienvenue!!
1 / 30
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolvmbo, mavo, havo, vwoLeerjaar 1-3

In deze les zitten 30 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 15 min

Onderdelen in deze les

BONJOUR       23-01-2026
Bonjour
et 
bienvenue!!

Slide 1 - Tekstslide

Le programme d'aujourd'hui

Les pronoms possesifs

Slide 2 - Tekstslide

Wat is een bezittelijk voornaamwoord in het Nederlands? Geef voorbeelden

Slide 3 - Woordweb

Slide 4 - Tekstslide

In het Nederlands
Mijn fiets
Jouw fiets
Zijn / haar fiets


Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Video

Le pronom possesif
                             mannelijk                 vrouwelijk            meervoud
Mijn                       mon                               ma                       mes
Jouw                     ton                                 ta                          tes
Zijn/haar             son                                 sa                         ses               

Slide 7 - Tekstslide

Le copain - La copine
mon copain       mijn vriend         ma copine     mijn vriendin
ton copain           jouw vriend        ta copine      jouw vriendin
son copain   zijn/haar vriend       sa copine    zijn/haar vriendin

Slide 8 - Tekstslide

Stappenplan!
1. Zoek uit welk bezittelijk voornaamwoord je moet weten (mijn, jouw, zijn, haar, )
2. Kijk in welk rijtje deze voorkomt
3. Is het woord achter  het bezittelijk voornaamwoord mannelijk, vrouwelijk of meervoud?
4. Pas het juiste bezittelijke voornaamwoord toe

Slide 9 - Tekstslide

Klinkerbotsing en stomme h
Is er sprake van klinkerbotsing of een stomme h?
Dan gebruiken we de mannelijke vorm ( mon, ton, son )
Mijn vriendin is aardig - Ma amie (v) est sympa
Klinkerbotsing!  Dus -> Mon amie est sympa

Slide 10 - Tekstslide

Het bezittelijk voornaamwoord

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Welke drie vormen kun je gebruiken in het Frans voor de vertaling van het woordje jouw?
A
ma, mon, mes
B
ta, ton, tes
C
ma, ta, sa
D
sa, son, ses

Slide 13 - Quizvraag

Welke drie vormen kun je gebruiken in het Frans voor de vertaling van het woordje mijn?
A
ma, mon, mes
B
ta, ton, tes
C
sa, son, ses

Slide 14 - Quizvraag

Welke drie vormen kun je gebruiken in het Frans voor de vertaling van het woordje zijn/ haar?
A
ta, ton, tes
B
ma, mon, mes
C
sa, son , ses
D
mes, tes, ses

Slide 15 - Quizvraag

Wat is "Mon" .... als in "mon livre"
A
een bijvoeglijk naamwoord
B
een lidwoord
C
een bezittelijk voornaamwoord
D
een werkwoord

Slide 16 - Quizvraag

Aurélie est ......copine
A
ma
B
mon
C
mes
D
ses

Slide 17 - Quizvraag

Wat betekent 'Mon'
A
mijn
B
jouw
C
zijn
D
haar

Slide 18 - Quizvraag

Mon père
A
goed
B
fout

Slide 19 - Quizvraag

(Hij is) mon ami.
A
Il a
B
Ils sont
C
Elle est
D
Il est

Slide 20 - Quizvraag

a. mon père
b. mon mère
A
a. correct b. pas correct
B
a. correct b. correct
C
a. pas correct b. pas correct
D
a. pas correct b. correct

Slide 21 - Quizvraag

mon hamster
A
mijn hamster
B
jouw hamster

Slide 22 - Quizvraag

In het Frans werkt dat ook zo:
mijn = mon
mon père, mon mère, mon parents.
klopt dat?
A
ja
B
nee
C
dat ligt eraan

Slide 23 - Quizvraag

Le père de mon père est mon ......
A
père
B
frère
C
grand-père
D
fils

Slide 24 - Quizvraag

Mon père
A
Mijn moeder
B
mijn vader
C
mijn broer
D
mijn zus

Slide 25 - Quizvraag

C'est ...... chien?
A
Mes
B
Ton
C
Ta
D
Sa

Slide 26 - Quizvraag

Marc est au collège avec ...... copains.
A
Ses
B
ton
C
ma
D
mon

Slide 27 - Quizvraag

Jouw vriendinnen hebben blond haar
.... amies ont les cheveux blonds
A
Ton
B
ta
C
Tes
D
ma

Slide 28 - Quizvraag


.... amie est sympa
A
Mon
B
Sa
C
Ma
D
Mes

Slide 29 - Quizvraag


Vous avez fini!
Hoe ging het????



Slide 30 - Tekstslide