Vaccm Hoofdstuk 2 Criminaliteit en derving

Hoe noem je deze soort derving?
1 / 40
volgende
Slide 1: Open vraag
detailhandelMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 40 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Hoe noem je deze soort derving?

Slide 1 - Open vraag

Hoofdstuk 2
Criminaliteit en derving

Slide 2 - Tekstslide

soorten derving
1. crimininele derving en niet criminele derving
2. bekende derving en niet bekende derving

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Link

Noem voorbeelden van niet-criminele derving

Slide 5 - Woordweb

Niet-criminele derving voorkomen
 Beschadigingen aan artikelen melden, defecte artikelen terugsturen aan de fabrikant, voedsel op de houdbaarheidsdatum afprijzen zodat de klanten het nog kunnen kopen.

Slide 6 - Tekstslide

Sander heeft een vaas laten vallen op stage. Hij heeft dit netjes doorgegeven aan zijn stagebegeleider. Dit noem je.....
A
bekende derving
B
onbekende derving

Slide 7 - Quizvraag

Diefstal kun je niet altijd voorkomen, maar je kunt het aantal diefstallen in een winkel wel zoveel mogelijk beperken
  • Kijken
  •  Groeten
  • Beveiliging van producten
  • Winkelinrichting

Slide 8 - Tekstslide

Waaraan herken je verdacht gedrag?

Slide 9 - Woordweb

Opvallend gedrag
zenuwachtig gedrag vertoont
zich vreemd gedraagt, zoals opvallend vaak z’n neus snuiten, met als doel producten in of achter die zakdoek te verbergen
door de winkel loopt, maar steeds teruggaat naar dezelfde plek
moeilijk’ staat te doen met kleding, tassen, dozen enzovoort
te dicht op een rek staat
 medewerkers ontwijkt
in de winkel ‘ineens kilo’s zwaarder’ is geworden
 in de winkel z’n jas over z’n arm hangt

Slide 10 - Tekstslide

1. groeten
Dit is de belangrijkste maatregel: ‘een geziene klant kan niet ongezien iets wegnemen’.Begroet altijd de klant als hij binnenkomt, maak daarbij ook oogcontact. De klant weet dan dat hij gezien is. Dat zal hem er misschien van weerhouden iets te stelen.

Slide 11 - Tekstslide

Hoe noem je dit?

Slide 12 - Open vraag

Hoe een dief een tag omzeilt
De dief kan hulpmiddelen bij zich hebben om de beveiliging te omzeilen. Denk bijvoorbeeld aan:
een stuk daklood dat hij om de tag van een product heen vouwt
een brander om de tag kapot te smelten (dit stinkt wel)
een geprepareerde tas (of ouderwetse vriestas)

Slide 13 - Tekstslide

2. Winkelinrichting
- Richt de winkel overzichtelijk in, zodat er overzicht is
Zorg voor goede verlichting, spiegels en camera’s.
Plak bij de entree van de winkel en in de pashokjes stickers waarop staat dat de producten zijn beveiligd en dat de politie wordt ingeschakeld bij diefstal

Slide 14 - Tekstslide

Nog meer fraude
vooraf prijsetiketten te verwisselen
 eerst te wegen en het etiket te printen, daarna extra producten toe te voegen
Er zijn ook klanten die expres staan te klungelen met geld, zodat de kassamedewerker niet meer weet welk bedrag de klant hem precies gegeven heeft. -- > stop het geld pas in de geldlade doet als je het wisselgeld hebt teruggegeven. 

Slide 15 - Tekstslide

Wat moet je doen als je iemand ziet stelen in de winkel?

Slide 16 - Woordweb

richtlijnen
  • Blijf kalm
  • Schakel de hulp van een collega in
  •  Spreek de verdachte aan op een beleefde toon
  •  Houd de verdachte aan en zeg daarbij letterlijk: ‘Ik houd u aan op verdenking van diefstal.’
  • Breng de verdachte naar een ruimte die geschikt is om met z’n drieën te wachten op de politie. Blijf voortdurend bij de verdachte. Laat hem ook niet naar het toilet gaan.
  •  Neem geen producten in beslag en ga niet fouilleren.
  •  Bel de politie.Voorkom geweld. Moet je toch geweld toepassen om jezelf, collega’s of omstanders te beschermen, zorg dan dat dit in verhouding staat tot wat jou overkomt.

Slide 17 - Tekstslide

Regels voor personeel om diefstal te voorkomen

Slide 18 - Woordweb

Maatregelen om diefstal onder personeel te voorkomen
Duidelijke regels hanteren voor het kopen van producten voor eigen gebruik
Regelmatig tassen en/of de jassen van medewerkers controleren .
Personeel erop te wijzen dat hij actie moet ondernemen als hij weet dat een collega steelt. 
De medewerker moet dit direct doorgeven aan de leidinggevende
Medewerkers nooit laten afrekenen met familieleden of bekenden
 Medewerkers nooit onderling met korting laten afrekenen, zonder goedkeuring van een leidinggevende

Slide 19 - Tekstslide

vragen 
Maak vraag 1 t/m 12
bladzijde 55

Slide 20 - Tekstslide

Diefstal door derden voorkomen
  • Zorg ervoor dat de achterdeur dicht is als er geen medewerker in de buurt is.
  • Zorg ervoor dat het magazijn in kleinere afdelingen is ingedeeld, zodat de bezorger of chauffeur alleen toegang heeft tot zijn eigen deel daarvan. Het opdelen van het magazijn noem je compartimentering.
  • Begeleid anderen naar de plek waar ze moeten zijn, en ook weer terug naar buiten.
  • Schrijf op wie er binnenkomt en wanneer hij de winkel weer verlaat

Slide 21 - Tekstslide

Wat is compartimentering?

Slide 22 - Open vraag

Een overval voorkomen
Het gaat daarbij om maatregelen op het gebied van:
  • Sleutelbeheer, open- en afsluitprocedures
  • Personeelsinstructie
  • Geldbeheer en geldtransport
  • Kluis met tijdvertraging
  • Winkelinrichting
  • Communiceren met deurstickers
  • SDNA

Slide 23 - Tekstslide

Het openen en sluiten van de winkel moet:
A
met 1 persoon
B
met 2 personen

Slide 24 - Quizvraag

Regels openen en sluiten winkel
  • 2 medewerkers, medewerker één staat bij het slot om de deur te openen. Medewerker twee staat op o afstand en observeert de omgeving. Hij zijn de telefoon bij zich.
  • Bij de opening schakel je meteen na binnenkomst het alarm uit en doe het licht in de winkel aan. 
  • Loop een controleronde. 
  • Stel strikte regels op voor het beheer van de sleutels van het winkelpand. 
  • Zorg voor een kijkgat in de deur zodat je ziet of er iemand voor de deur staat.
  • Verlicht de deur buiten.

Slide 25 - Tekstslide

Geldbeheer en transport
  •  Zo min mogelijk geld in de kassalade. Stimuleer pinbetalingen, geld afromen
  •  Kassa’s die niet in gebruik zijn moeten op slot zitten en ee kassalade hebben. 
  • De inhoud van de kassalades moet dagelijks worden geteld en afgeroomd door 2 medewerkers op wisselende tijdstippen
  •  Tel altijd in een aparte ruimte 

Slide 26 - Tekstslide

Wat waren ook alweer de richtlijnen voor geldtransport?

Slide 27 - Woordweb

Richtlijnen geldtransport
  • Ga met z’n tweeën, niet alleen.
  • Gebruik geen herkenbare tassen.
  • Breng het geld op wisselende tijdstippen en wisselende dagen weg.
  • Neem verschillende routes naar de bank.
  • Stort binnen in de bank en niet buiten in de muur

Slide 28 - Tekstslide

Kluis met tijdsslot
Dit betekent dat het slot niet meteen open gaat, dit geeft tijd om de politie in te schakelen en vertraagt de dieven.

Slide 29 - Tekstslide

SDNA
SDNA staat voor SelectaDNA = onzichtbare spray.
 Een overvaller die bijvoor-beeld een ramkraak pleegt, kan een SDNA-douche over zich heen krijgen waardoor de politie achteraf makkelijk kan vaststellen dat de overvaller op de plaats delict aanwezig was. SDNA kun je ook gebruiken om kostbare eigendommen te markeren.  De markering is zeer moeilijk te verwijderen en kun je aantonen met uv-licht.

Slide 30 - Tekstslide

Hoe je moet handelen bij een overval wordt de RAAK formule genoemd. Waar staan de letters RAAK voor?

Slide 31 - Open vraag

Hoe om te gaan met een agressieve klant?
STOP methode:
◆S= Stoom afblazen. Laat de klant even uitrazen.
◆T=  Tot de orde roepen. Roep de klant tot de orde.
◆O=  Opnieuw beginnen. Begin het gesprek opnieuw.
◆P=  Passen bij herhaling. Stop het gesprek.

Slide 32 - Tekstslide

Er is een manier om met agressieve klanten om te gaan, genaamd STOP. Waar staan de letters voor?

Slide 33 - Open vraag

Dit is een voorbeeld van materiële schade.
A
juist
B
onjuist

Slide 34 - Quizvraag

Een medewerker die angsten overhoudt aan een overval. Deze schade noem je....
A
materiële schade
B
immateriële schade

Slide 35 - Quizvraag

Andere vormen van fraude
Zakkenrollen
Skimming
 Cybercrimw

Slide 36 - Tekstslide

Wat is skimmen?

Slide 37 - Open vraag

Cybercrime
 Cyber-crime is criminaliteit die gepleegd wordt met ict-middelen. Voorbeelden van cybercrime zijn:
  • phishing: met valse e-mails persoonlijke gegevens proberen los te krijgen van internetgebruikers 
  • misbruik van persoonlijke gegevens (identiteitsfraude)
  • hacken: platleggen of misbruiken van websites of computernetwerken

Slide 38 - Tekstslide

Je ziet hier logo's wat betekenen deze?

Slide 39 - Open vraag

Vragen
Maak vraag 13 t/m 19

Slide 40 - Tekstslide