grammatica opdr 1 (SLR)

grammatica
1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo k, g, tLeerjaar 2

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

grammatica

Slide 1 - Tekstslide

lesdoelen

HERHALING:     Je kunt de volgende zinsdelen in een zin benoemen:
-persoonsvorm
-werkwoordelijk gezegde
-onderwerp
-lijdend voorwerp
-meewerkend voorwerp


Slide 2 - Tekstslide

Dit moet je nu echt weten:
1. zoek de PV
2. Zoek het wwg
3. Zoek het onderwerp

Slide 3 - Tekstslide

De voetballers scoren het eerste doelpunt.

pv =

Slide 4 - Open vraag

Arme zwervers liggen te slapen onder de brug

pv =

Slide 5 - Open vraag

Kevin haalt Pieter bij het sportveld op.

pv =

Slide 6 - Open vraag

Ik heb nog nooit een vliegreis gemaakt.

wwg =

Slide 7 - Open vraag

Moniek kan woordjes maar moeilijk onthouden.

wwg=

Slide 8 - Open vraag

Jasper moet zijn band oppompen

ond =

Slide 9 - Open vraag

Imke kan heel goed turnen en paardrijden.

ond =

Slide 10 - Open vraag

De supporters zongen liederen voor hun club

ond =

Slide 11 - Open vraag

Ik heb nog nooit een beroemdheid gezien in het echt.
ond =

Slide 12 - Open vraag

Lijdend voorwerp
stel de vraag:
'wie/wat + wwg + ond'

Let op: hoeveelheden, (maten, gewichten, afstanden etc) zijn NOOIT een lijdend voorwerp. 
Let op: lijdend voorwerp is altijd een wie of een wat. 

Slide 13 - Tekstslide

Meewerkend voorwerp
stel de vraag:
'aan wie/wat of vóór wie/wat + wwg + ond + lv'

Let op: als er géén lv in de zin staat, staat er  NOOIT een meewerkend voorwerp in.

Slide 14 - Tekstslide

Ik geef onze kat zijn eten.
Het meewerkend voorwerp =
A
ik
B
geef
C
onze kat
D
zijn eten

Slide 15 - Quizvraag

Lisa gaf haar vriendje een cadeau.
Het meewerkend voorwerp =
A
haar vriendje
B
Lisa
C
gaf
D
een cadeau

Slide 16 - Quizvraag

Mijn mentor heeft ons vaak een compliment

Het meewerkend voorwerp =
A
een compliment
B
mijn mentor
C
ons
D
vaak

Slide 17 - Quizvraag

Leer mij die goocheltruck eens.... !

Het meewerkend voorwerp =
A
leer
B
mij
C
die goocheltruck
D
geen meewerkend voorwerp in deze zin

Slide 18 - Quizvraag

De directeur gaf de scholieren huiswerkvrij.

Het meewerkend voorwerp =
A
geen meewerkend voorwerp in deze zin.
B
de scholieren
C
de directeur
D
huiswerkvrij

Slide 19 - Quizvraag

Ik krijg van mijn ouders een cadeau.

Het meewerkend voorwerp =
A
geen meewerkend voorwerp in deze zin.
B
ik
C
een cadeau
D
van mijn ouders

Slide 20 - Quizvraag

SO ALERT!!
SO grammatica 
ONTLEDEN tm meewerkend voorwerp
WOORDSOORDBENOEMING: ww/znw/lw/bnw/
vz/pers.vnw /bez.vnw/wederkerend vnw/
wederkerig vnw/

Huiswerk voor de volgende les op volgende slide!

Slide 21 - Tekstslide

Huiswerk
Het is niet veel, maar doe het wel netjes en nauwkeurig:

opdracht 1 blz 217.
Schrijf PRECIES de kolommen over en vul elke zin in in het schema. 

Slide 22 - Tekstslide