Les 3 taalverzorging H2

Nederlands

1 / 18
volgende
Slide 1: Slide
newEditorNederlandsMiddelbare schoolmavoLeerjaar 1

In deze les zitten 18 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Nederlands

Deze slide heeft geen instructies

Deze slide heeft geen instructies

Geen boek mee?


Schrijf een kort verhaal (minimaal 3 alinea's, minimaal 100 woorden per alinea) over een jongen/meisje die zijn/haar boek vergeet mee te nemen en daardoor volledig mislukt in het leven.

Deze slide heeft geen instructies

Taalverzorging


Grammatica


Zinsdelen


Woordsoorten





Deze slide heeft geen instructies

Zinsdelen


Persoonsvorm

Onderwerp

Werkwoordelijk gezegde

Zin in zinsdelen verdelen

Lijdend voorwerp

Meewerkend voorwerp

Bijwoordelijke bepaling

Deze slide heeft geen instructies

Woordsoorten


Werkwoord

Lidwoord

Zelfstandig naamwoord

Bijvoeglijk naamwoord

Voorzetsel

Persoonlijk voornaamwoord

Bezittelijk voornaamwoord

Wederkerend en wederkerig voornaamwoord

Vragend voornaamwoord


Deze slide heeft geen instructies

Taalverzorging

Bespreken werkblad en opdracht 2a + 2b




Daarna opdracht 3 samen

Woordsoorten



Wat weet je nog?


werkwoord

zelfstandig naamwoord

bijvoeglijk naamwoord

lidwoord

voorzetsel

opdracht 4

Ik heb een chocoladereep gegeten.

opdracht 4

Opdracht 4 (blz. 35-36)

opdracht 4

Benoem de werkwoorden, lidwoorden, zelfstandig naamwoorden en bijvoeglijk naamwoorden. Mijn opa schrijft altijd met een zwarte vulpen.

Deze slide heeft geen instructies

Voorzetsels 

Waarin, waardoor, waarmee, waaronder?


... de kast 


Maar ook richtingen, 'met', 'van' en 'na'

Deze slide heeft geen instructies

Vul een voorzetsel in. Je maakt je toets ... een pen en ... papier.

Deze slide heeft geen instructies

Maak een zin in deze volgorde: lidwoord - bnw - znw - ww - vz - lidwoord - znw.

Deze slide heeft geen instructies

Persoonlijk voornaamwoord

Verwijst naar een persoon of een groep mensen zonder een naam te noemen. 

Deze slide heeft geen instructies

Ontleed onderstaande zin en benoem de werkwoorden, lidwoorden, zelfstandig naamwoorden, bijvoeglijk naamwoorden, voorzetsels en persoonlijk voornaamwoorden. Heb jij in je kamer de spellingregels aan de muur hangen?

Deze slide heeft geen instructies

Bezittelijk voornaamwoord

                 Geeft een bezit aan. 


                                  Heb je jouw fiets op slot gezet?

Deze slide heeft geen instructies

Huiswerk



  1. Maak opdracht 5 en 6  in je werkboek (blz. 36-38).


2. Maak opdracht 7 in je werkboek of via Op Niveau online:

SOM > Leermiddelen > Op Niveau > Blok 2 Taalverzorging > Opdrachten > opdracht 7.


Had je geen leesboek mee? Dan schrijf je je verhaal af en lever je dat de volgende les in.




Deze slide heeft geen instructies