Aan het eind van de les weet je wat je als bedrijf met btw moet doen
1 / 12
volgende
Slide 1: Tekstslide
BedrijfseconomieMBOStudiejaar 1
In deze les zitten 12 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.
Lesduur is: 60 min
Dit is niet oké
Onderdelen in deze les
les 3 - BTW toepassen
Aan het eind van de les weet je wat je als bedrijf met btw moet doen
Slide 1 - Tekstslide
Slide 2 - Video
Als je iets koopt in de winkel betaal je btw aan de verkoper
De verkoper verzamelt al de van zijn klanten ontvangen btw en draagt dit bedrag af aan de fiscus (belastingdienst)
Als de verkoper producten gaat inkopen betaalt hij btw aan de leverancier. Deze betaalde btw krijgt de verkoper weer terug van de fiscus. (voorbelasting)
Slide 3 - Tekstslide
Toegevoegde Waarde: waarde die je toevoegt
Ik koop een fiets in voor excl. € 750,00 te vorderen btw € 157,50
Ik verkoop deze fiets excl. voor - € 900,00te betalen - btw € 189,00
De waarde die is toegevoegd € 150,00 te verrekenen btw € 31,50
BTW berekening: € 150 / 100 x 21 = € 31,50
Slide 4 - Tekstslide
Slide 5 - Tekstslide
Begrippen:
BTW: belasting over de toegevoegde waarde
Consumentenprijs: prijs inclusief btw
Verkoopprijs: prijs exclusief btw
Inkoopfactuurprijs: inkoopprijs inclusief btw
Inkoopprijs: prijs exclusief btw
Slide 6 - Tekstslide
Slide 7 - Tekstslide
Maak uit het werkboek
opdracht 12 t/m 17
Slide 8 - Tekstslide
Kies het juiste antwoord. De btw die je aan je leverancier betaald hebt, noem je:
A
te verrekenen btw
B
voorbelasting
C
te betalen btw
Slide 9 - Quizvraag
Het verschil tussen te betalen btw en te vorderen btw is:
A
te verrekenen btw
B
voorbelasting
C
te betalen btw
Slide 10 - Quizvraag
De btw die de onderneming ontvangen heeft over de verkopen van zijn afnemers, heet: