Een dameskapsalon aan huis in Den Haag
EXAMENSTOF · FINANCIEEL · KOSTEN EN BTW
Examentraining
Kosten, btw en verkoopprijs: zo pak je examenvragen aan
Een dameskapsalon aan huis in Den Haag
EXAMENSTOF · FINANCIEEL · KOSTEN EN BTW
Examentraining
Kosten, btw en verkoopprijs: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: P. van Tol / Wikimedia Commons, publiek domein
EXAMENSTOF · FINANCIEEL · KOSTEN EN BTW
Wat ga je kunnen?
Ik kan omzet en kosten berekenen en rekenen met btw in een casus van een dienstenonderneming.
Deze slide heeft geen instructies
EXAMENSTOF · FINANCIEEL · KOSTEN EN BTW
Zo pak je een examenvraag aan
1. Lees: wat verkoopt het bedrijf en welke bedragen zijn gegeven?
2. Sorteer: is een bedrag exclusief of inclusief btw, constant of variabel?
3. Reken: werk stap voor stap en schrijf tussenuitkomsten op.
4. Controleer: klopt de uitkomst met een snelle schatting?
Deze slide heeft geen instructies
Een dameskapsalon aan huis in Den Haag
EXAMENSTOF · FINANCIEEL · KOSTEN EN BTW
Vraagtype 1: omzet berekenen
Je vermenigvuldigt afzet met verkoopprijs, per soort.
Tel daarna de omzetten van de soorten op.
Is de omzet gegeven, dan deel je door de verkoopprijs voor de afzet.
Image credit: P. van Tol / Wikimedia Commons, publiek domein
Coach Sanne verkoopt in maart 36 sessies à € 85 en 12 werkboeken à € 24, beide exclusief btw. Wat is haar omzet?
€ 3.060
€ 3.348
€ 5.232
€ 3.924
Syllabus 25.1. Uitwerking: 36 x 85 = 3.060; 12 x 24 = 288; omzet = 3.060 + 288 = 3.348. Controle: 36 x 80 = 2.880, plus 36 x 5 = 180 geeft 3.060 (klopt). Verwachte fouten: de werkboeken vergeten (€ 3.060), (36 + 12) x (85 + 24) (€ 5.232) of alle sessies met een boek rekenen (€ 3.924).
Een kapsalon haalt € 5.040 omzet uit knipbeurten van € 28 per stuk, exclusief btw. Hoeveel knipbeurten is dat?
141.120
5.068
5.012
180
Syllabus 25.1. Uitwerking: afzet = 5.040 : 28 = 180. Controle: 180 x 28 = 180 x 30 min 180 x 2 = 5.400 min 360 = 5.040. Verwachte fouten: vermenigvuldigen (141.120), optellen (5.068) of aftrekken (5.012).
Een fietsenmaker repareert een fiets
EXAMENSTOF · FINANCIEEL · KOSTEN EN BTW
Vraagtype 2: constant of variabel
Constante kosten blijven gelijk, variabele kosten lopen mee met de afzet.
Totale kosten = constante kosten + variabele kosten.
Bij proportioneel variabele kosten kun je de kosten per eenheid uitrekenen.
Image credit: Ibnebattutas / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
Dirk: huur € 900, verzekering € 150 en gereedschap € 100 per maand. Onderdelen kosten € 8 per reparatie. Totale kosten bij 60 reparaties?
€ 1.150
€ 480
€ 1.158
€ 1.630
Syllabus 25.3. Uitwerking: constante kosten 900 + 150 + 100 = 1.150; variabele kosten 60 x 8 = 480; totaal 1.150 + 480 = 1.630. Controle: 1.150 + 500 min 20 = 1.630. Verwachte fouten: de variabele kosten vergeten (€ 1.150), de constante kosten vergeten (€ 480) of maar één keer € 8 optellen (€ 1.158).
De variabele kosten van Sanne zijn € 240 bij 40 sessies en proportioneel variabel. Wat zijn ze bij 55 sessies?
€ 240
€ 330
€ 255
€ 295
Syllabus 25.3. Uitwerking: per sessie 240 : 40 = 6; 55 x 6 = 330. Controle: 240 + 15 x 6 = 330. Verwachte fouten: constant laten (€ 240), 15 erbij optellen (€ 255) of 55 erbij optellen (€ 295).
EXAMENSTOF · FINANCIEEL · KOSTEN EN BTW
Vraagtype 3: prijs met en zonder btw
Inclusief = exclusief x (1 + btw-percentage).
Exclusief = inclusief : (1 + btw-percentage).
Het btw-percentage is altijd gegeven in de opgave.
Deze slide heeft geen instructies
Dirk rekent voor een reparatie € 85 exclusief 21% btw. Wat betaalt de klant?
€ 106,00
€ 70,25
€ 102,85
€ 67,15
Syllabus 25.6. Uitwerking: 85 x 1,21 = 102,85 (85 + 21% van 85 = 85 + 17,85). Verwachte fouten: 21 euro erbij (€ 106,00), delen door 1,21 (€ 70,25) of 21% aftrekken (€ 67,15).
Een klant betaalt € 72,60 inclusief 21% btw voor een sessie bij Sanne. Wat is de verkoopprijs exclusief btw?
€ 60,00
€ 87,85
€ 57,35
€ 51,60
Syllabus 25.7. Uitwerking: 72,60 : 1,21 = 60,00. Controle: 60 x 1,21 = 72,60. Verwachte fouten: vermenigvuldigen met 1,21 (€ 87,85), 21% aftrekken (€ 57,35) of 21 euro aftrekken (€ 51,60).
EXAMENSTOF · FINANCIEEL · KOSTEN EN BTW
Vraagtype 4: te vorderen en te betalen
Te betalen btw: over de verkopen (exclusief btw) x percentage.
Te vorderen btw: over de inkopen (exclusief btw) x percentage.
Af te dragen = te betalen min te vorderen; negatief betekent terugkrijgen.
Deze slide heeft geen instructies
Kapsalon, kwartaal: verkopen € 18.000 en inkopen € 4.500, beide exclusief 21% btw. Hoeveel btw moet worden afgedragen?
€ 4.725
€ 2.835
€ 3.780
€ 945
Syllabus 25.6 en 25.7. Uitwerking: te betalen 18.000 x 0,21 = 3.780; te vorderen 4.500 x 0,21 = 945; af te dragen 3.780 min 945 = 2.835. Controle: (18.000 min 4.500) x 0,21 = 13.500 x 0,21 = 2.835. Verwachte fouten: optellen (€ 4.725), alleen de te betalen btw (€ 3.780) of alleen de te vorderen btw (€ 945).
Een zaak heeft in een maand € 640 te betalen btw en € 910 te vorderen btw. Wat betekent dat?
Ze draagt € 270 af aan de Belastingdienst
Ze draagt € 1.550 af aan de Belastingdienst
Ze draagt € 640 af en het overschot vervalt
De Belastingdienst betaalt haar € 270 terug
Syllabus 25.6 en 25.7. Uitwerking: 640 min 910 = min 270, dus het saldo is negatief en de ondernemer krijgt € 270 terug. Verwachte fouten: de richting omdraaien (€ 270 afdragen) of optellen (€ 1.550).
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
Omzet berekenen
Constant of variabel
Prijs met en zonder btw
Te vorderen en te betalen
Bespreek het vraagtype dat de meeste leerlingen noemen met een tweede voorbeeld.
EXAMENSTOF · FINANCIEEL · KOSTEN EN BTW
Tips voor op het examen
Kijk altijd of een prijs inclusief of exclusief btw is.
Inclusief btw naar exclusief: delen door 1,21, niet 21% aftrekken.
Constante kosten tellen eenmalig mee, variabele kosten vermenigvuldig je met de afzet.
Schat de uitkomst vooraf: past ze bij de gegevens?
Deze slide heeft geen instructies