Kosten, btw en verkoopprijs (Bedrijfseconomie havo), les 2: Examentraining

Een dameskapsalon aan huis in Den Haag

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · KOSTEN EN BTW

Examentraining

Kosten, btw en verkoopprijs: zo pak je examenvragen aan

1 / 17
volgende
Slide 1: Slide
newEditorBedrijfseconomieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Introductie

Examentraining: omzet berekenen, constant of variabel, prijs met en zonder btw en te vorderen en te betalen btw, met acht rekenvragen in examenstijl.

Onderdelen in deze les

Een dameskapsalon aan huis in Den Haag

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · KOSTEN EN BTW

Examentraining

Kosten, btw en verkoopprijs: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: P. van Tol / Wikimedia Commons, publiek domein

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · KOSTEN EN BTW

Wat ga je kunnen?

Ik kan omzet en kosten berekenen en rekenen met btw in een casus van een dienstenonderneming.

Deze slide heeft geen instructies

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · KOSTEN EN BTW

Zo pak je een examenvraag aan

  • 1. Lees: wat verkoopt het bedrijf en welke bedragen zijn gegeven?

  • 2. Sorteer: is een bedrag exclusief of inclusief btw, constant of variabel?

  • 3. Reken: werk stap voor stap en schrijf tussenuitkomsten op.

  • 4. Controleer: klopt de uitkomst met een snelle schatting?

Deze slide heeft geen instructies

Een dameskapsalon aan huis in Den Haag

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · KOSTEN EN BTW

Vraagtype 1: omzet berekenen

  • Je vermenigvuldigt afzet met verkoopprijs, per soort.

  • Tel daarna de omzetten van de soorten op.

  • Is de omzet gegeven, dan deel je door de verkoopprijs voor de afzet.

Image credit: P. van Tol / Wikimedia Commons, publiek domein

Coach Sanne verkoopt in maart 36 sessies à € 85 en 12 werkboeken à € 24, beide exclusief btw. Wat is haar omzet?

A

€ 3.060

B

€ 3.348

C

€ 5.232

D

€ 3.924

Syllabus 25.1. Uitwerking: 36 x 85 = 3.060; 12 x 24 = 288; omzet = 3.060 + 288 = 3.348. Controle: 36 x 80 = 2.880, plus 36 x 5 = 180 geeft 3.060 (klopt). Verwachte fouten: de werkboeken vergeten (€ 3.060), (36 + 12) x (85 + 24) (€ 5.232) of alle sessies met een boek rekenen (€ 3.924).

Een kapsalon haalt € 5.040 omzet uit knipbeurten van € 28 per stuk, exclusief btw. Hoeveel knipbeurten is dat?

A

141.120

B

5.068

C

5.012

D

180

Syllabus 25.1. Uitwerking: afzet = 5.040 : 28 = 180. Controle: 180 x 28 = 180 x 30 min 180 x 2 = 5.400 min 360 = 5.040. Verwachte fouten: vermenigvuldigen (141.120), optellen (5.068) of aftrekken (5.012).

Een fietsenmaker repareert een fiets

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · KOSTEN EN BTW

Vraagtype 2: constant of variabel

  • Constante kosten blijven gelijk, variabele kosten lopen mee met de afzet.

  • Totale kosten = constante kosten + variabele kosten.

  • Bij proportioneel variabele kosten kun je de kosten per eenheid uitrekenen.

Image credit: Ibnebattutas / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

Dirk: huur € 900, verzekering € 150 en gereedschap € 100 per maand. Onderdelen kosten € 8 per reparatie. Totale kosten bij 60 reparaties?

A

€ 1.150

B

€ 480

C

€ 1.158

D

€ 1.630

Syllabus 25.3. Uitwerking: constante kosten 900 + 150 + 100 = 1.150; variabele kosten 60 x 8 = 480; totaal 1.150 + 480 = 1.630. Controle: 1.150 + 500 min 20 = 1.630. Verwachte fouten: de variabele kosten vergeten (€ 1.150), de constante kosten vergeten (€ 480) of maar één keer € 8 optellen (€ 1.158).

De variabele kosten van Sanne zijn € 240 bij 40 sessies en proportioneel variabel. Wat zijn ze bij 55 sessies?

A

€ 240

B

€ 330

C

€ 255

D

€ 295

Syllabus 25.3. Uitwerking: per sessie 240 : 40 = 6; 55 x 6 = 330. Controle: 240 + 15 x 6 = 330. Verwachte fouten: constant laten (€ 240), 15 erbij optellen (€ 255) of 55 erbij optellen (€ 295).

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · KOSTEN EN BTW

Vraagtype 3: prijs met en zonder btw

  • Inclusief = exclusief x (1 + btw-percentage).

  • Exclusief = inclusief : (1 + btw-percentage).

  • Het btw-percentage is altijd gegeven in de opgave.

Deze slide heeft geen instructies

Dirk rekent voor een reparatie € 85 exclusief 21% btw. Wat betaalt de klant?

A

€ 106,00

B

€ 70,25

C

€ 102,85

D

€ 67,15

Syllabus 25.6. Uitwerking: 85 x 1,21 = 102,85 (85 + 21% van 85 = 85 + 17,85). Verwachte fouten: 21 euro erbij (€ 106,00), delen door 1,21 (€ 70,25) of 21% aftrekken (€ 67,15).

Een klant betaalt € 72,60 inclusief 21% btw voor een sessie bij Sanne. Wat is de verkoopprijs exclusief btw?

A

€ 60,00

B

€ 87,85

C

€ 57,35

D

€ 51,60

Syllabus 25.7. Uitwerking: 72,60 : 1,21 = 60,00. Controle: 60 x 1,21 = 72,60. Verwachte fouten: vermenigvuldigen met 1,21 (€ 87,85), 21% aftrekken (€ 57,35) of 21 euro aftrekken (€ 51,60).

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · KOSTEN EN BTW

Vraagtype 4: te vorderen en te betalen

  • Te betalen btw: over de verkopen (exclusief btw) x percentage.

  • Te vorderen btw: over de inkopen (exclusief btw) x percentage.

  • Af te dragen = te betalen min te vorderen; negatief betekent terugkrijgen.

Deze slide heeft geen instructies

Kapsalon, kwartaal: verkopen € 18.000 en inkopen € 4.500, beide exclusief 21% btw. Hoeveel btw moet worden afgedragen?

A

€ 4.725

B

€ 2.835

C

€ 3.780

D

€ 945

Syllabus 25.6 en 25.7. Uitwerking: te betalen 18.000 x 0,21 = 3.780; te vorderen 4.500 x 0,21 = 945; af te dragen 3.780 min 945 = 2.835. Controle: (18.000 min 4.500) x 0,21 = 13.500 x 0,21 = 2.835. Verwachte fouten: optellen (€ 4.725), alleen de te betalen btw (€ 3.780) of alleen de te vorderen btw (€ 945).

Een zaak heeft in een maand € 640 te betalen btw en € 910 te vorderen btw. Wat betekent dat?

A

Ze draagt € 270 af aan de Belastingdienst

B

Ze draagt € 1.550 af aan de Belastingdienst

C

Ze draagt € 640 af en het overschot vervalt

D

De Belastingdienst betaalt haar € 270 terug

Syllabus 25.6 en 25.7. Uitwerking: 640 min 910 = min 270, dus het saldo is negatief en de ondernemer krijgt € 270 terug. Verwachte fouten: de richting omdraaien (€ 270 afdragen) of optellen (€ 1.550).

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

Omzet berekenen

2

Constant of variabel

3

Prijs met en zonder btw

4

Te vorderen en te betalen

Bespreek het vraagtype dat de meeste leerlingen noemen met een tweede voorbeeld.

EXAMENSTOF · FINANCIEEL · KOSTEN EN BTW

Tips voor op het examen

  • Kijk altijd of een prijs inclusief of exclusief btw is.

  • Inclusief btw naar exclusief: delen door 1,21, niet 21% aftrekken.

  • Constante kosten tellen eenmalig mee, variabele kosten vermenigvuldig je met de afzet.

  • Schat de uitkomst vooraf: past ze bij de gegevens?

Deze slide heeft geen instructies