Sterke en zwakke werkwoorden

Spelling
Verleden tijd: sterke en zwakke werkwoorden
1 / 13
volgende
Slide 1: Tekstslide
SpellingBasisschoolGroep 7,8

In deze les zitten 13 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Spelling
Verleden tijd: sterke en zwakke werkwoorden

Slide 1 - Tekstslide

Persoonsvorm

Slide 2 - Woordweb

DOEL

SPELLING VAN DE PERSOONSVORM IN

DE VERLEDEN TIJD

- je herkent zwakke en sterke werkwoorden

- je kunt de persoonsvorm in de verleden tijd goed toepassen

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Video

STERKE

werkwoorden


hebben de KRACHT om in de verleden tijd van klank te veranderen

Slide 5 - Tekstslide

REGELS verleden tijd

bij sterke werkwoorden


In het enkelvoud: schrijf op zoals het klinkt


In het meervoud: schrijf op zoals het klinkt

Slide 6 - Tekstslide

VOORBEELD

STERKE WERKWOORDEN


kopen : ik koop - ik kocht

lopen : ik loop - ik liep


Slide 7 - Tekstslide

zwakke werkwoorden
Bij zwakke werkwoorden blijft de klank 
(de klinker) in de verleden tijd hetzelfde.
bakken - bakten
koken - kookten

Slide 8 - Tekstslide

zwakke werkwoorden
Zo schrijf je de persoonsvorm van zwakke werkwoorden in de verleden tijd:
enkelvoud: stam + -te of stam + -de 
(speelde, pakte)
meervoud: stam + -ten of stam + den 
(groeiden, werkten)

Slide 9 - Tekstslide

maken [vt] Wij _____________ gisteren de deur van ons nieuwe huis voor het eerst open

Slide 10 - Open vraag

sluiten [vt] Afgelopen weekend _____________ wij alle ramen.

Slide 11 - Open vraag

Wat hebben we vandaag geleerd?

Slide 12 - Open vraag

Aan de slag!
Maak blz. 70 van je spellingwerkboek
(Werkwoorden; Thema 4 week 4 les 12)
Klaar? maak op Basispoort de oefensoftware thema 4

Slide 13 - Tekstslide