POSLAU les 5 Observeren en rapporteren (BO2)

Observeren en rapporteren (BO2)

les 5 - OA - leerjaar 2

1 / 20
volgende
Slide 1: Slide
newEditorOnderwijsassistentenMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quiz en tekstslides.

time-iconLesduur is: 90 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Observeren en rapporteren (BO2)

les 5 - OA - leerjaar 2

Programma

  • A&A

  • Terugblik

  • Lesdoelen

  • Theorie: observeren in de praktijk

  • Zelfstandig aan de slag

  • Afsluiting

Aan- en afwezigheid

Telefoon of laptop aan? Alleen voor LessonUp!

Planning











Zie de weekplanning op It's Learning voor de opdrachten

Afronding vak

  • Eindopdrachten 4.17 en 4.18

  • Observatieplan (format)

  • Inzet en aanwezigheid

  • Inleverdatum: uiterlijk dinsdag 3 november via It's Learning


Lesdoelen

Aan het einde van de les:

  • Heb je geoefend met observeren in de praktijk middels opdrachten

Terugblik: welke manieren van observeren zijn er? Geef voorbeelden

Manieren van obsereveren

  • Open observatie

  • Gesloten observatie

  • Participerende observatie

  • Niet-participerende observatie

  • Gestructureerde observatie

  • Ongestructureerde observatie

Open en gesloten observatie

Open observatie (kwalitatieve observatie)

  • Inhoud van de observatie is nog niet bekend

  • Gedrag wordt genoteerd


Gesloten observatie (kwantitatieve observatie)

  • Doel is van tevoren bekend

  • het gaat om hoe vaak het kind bepaald gedrag vertoont.

  • Er wordt vaak geturfd of geklokt

Participerende en niet-participerende observatie

Participerende observatie

  • Je neemt deel aan de observatie, je doet dus mee

  • Voordeel: je kunt betere vragen stellen en de situatie sturen

  • Nadeel: Je kunt de observatie beïnvloeden- minder betrouwbaar. Je kunt pas later noteren wat je hebt gezien.


Niet participerende observatie

  • Je bent 'toeschouwer' en doet dus niet mee

Kiezen voor een observatiemethode

Gestructureerde en ongestructureerde observatie

Gestructureerde observatie

  • Er zijn vaste afspraken of regels gemaakt over de observatie

  • Vaak wordt er gewerkt met een observatieplan


Ongestructureerde observatie

  • Er wordt geobserveerd afhankelijk van de vraag

  • Het observatieverslag is een beschrijvend verslag vanuit de notities gemaakt

  • Er zijn geen vaste regels of afspraken

Observeren in de praktijk

Bij observeren verzamel je alleen feiten. Je schrijft op wat je ziet en niet wat je denkt te zien.


Toch geef je vaak (zoals we al ervaren hebben) al een interpretatie aan het gedrag dat je ziet.



Gedrag

Gedrag = alles wat mensen doen of juist niet doen


Gedrag wordt beïnvloed door een stimulus (dat wat eraan voorafgaat) en door een respons/consequentie (wat wat erop volgt).


Bij het observeren van gedrag is het dus belangrijk dat je niet alleen op het gedrag zelf let, maar ook kijkt naar wat eraan voorafgaat en wat erop volgt. Op die manier kun je de oorzaken van het gedrag beter achterhalen



Opdracht 4.10 'Spelobservatie'

  • Schrijf alles op wat je in de volgende video ziet.

  • Lees je notities rustig terug en geef aan wanneer je beschrijving objectief is en wanneer je gedrag interpreteert (subjectief)

De situatie waarin je observeert

Kies altijd met zorg de situatie waarin je wilt gaan observeren en beschrijf die in je observatieverslag:

  • Welke personen zijn bij de observatie betrokken?

  • Wie zijn tijdens de observatie aanwezig en wat is hun taak/functie?

  • Welke zaken kunnen invloed hebben op de observatie?

  • Is de situatie zoals het er normaal gesproken aan toegaat?

Opdracht 4.13 observatieverslag Gijs

Herschrijf onderstaande tekst zodat het een objectief verslag wordt.


Gijs heeft duidelijk zijn dag niet vandaag. Hij zit te klieren en kruipt onder zijn tafel als Karin (pedagogisch medewerker) hem roept. Daarstraks liep hij gillend door de klas en je kon aan zijn ogen zien dat hij het leuk vond. Hij was enorm bezig om grenzen op te zoeken. In het voorbijgaan trok hij Maartje nog even aan haar arm. Dat deed hij zo hard dat Maartje omviel. Ik snap niet dat Karin niet ingrijpt. Ze negeert hem straal. Nou haakt dat rotjoch Pieter pootje.

Zelfstandig aan de slag

Maken opdracht 4.11 en 4.12 (H4 basisboek)

Afsluiting

  • Vragen?

  • Zorg dat je bij bent met de opdrachten (zie weekplanning It's Learning)

  • Volgende week: herfstvakantie

  • Volgende les: registreren, interpreteren en rapporteren