Groep 7 - 6.4.3.

Blok 6 week 4 les 3
Dictee
Opfrissen: leestekens, woordsoorten en zinsdelen
Doel: Ik kan het persoonlijk voornaamwoord vinden in een zin.
Uitleg: blz 34
1 / 26
volgende
Slide 1: Tekstslide
SpellingBasisschoolGroep 7

In deze les zitten 26 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 15 min

Onderdelen in deze les

Blok 6 week 4 les 3
Dictee
Opfrissen: leestekens, woordsoorten en zinsdelen
Doel: Ik kan het persoonlijk voornaamwoord vinden in een zin.
Uitleg: blz 34

Slide 1 - Tekstslide

woord 1

Slide 2 - Open vraag

woord 2

Slide 3 - Open vraag

woord 3

Slide 4 - Open vraag

Slide 5 - Tekstslide

zin 1

Slide 6 - Open vraag

Slide 7 - Tekstslide

zin 2

Slide 8 - Open vraag

Slide 9 - Tekstslide

zin 3

Slide 10 - Open vraag

Leestekens

Slide 11 - Tekstslide

Vele eeuwen geleden werden er mysterieuze bouwwerken gemaakt.

voltooid deelwoord
A
Vele
B
eeuwen
C
werden
D
gemaakt

Slide 12 - Quizvraag

Vele eeuwen geleden werden er mysterieuze bouwwerken gemaakt.

hulpwerkwoord
A
Vele
B
eeuwen
C
werden
D
gemaakt

Slide 13 - Quizvraag

Vijfenveertighonderd jaar geleden hebben de oude
Egyptenaren piramides gebouwd met enorme stenen blokken.
Telwoord
A
vijfenveertighonderd
B
jaar
C
enorme
D
stenen

Slide 14 - Quizvraag

Vijfenveertighonderd jaar geleden hebben de oude
Egyptenaren piramides gebouwd met enorme stenen blokken.
stoffelijk bijvoeglijk nw.

Slide 15 - Open vraag

blokken
stoffelijk bijvoeglijk nw.

Slide 16 - Woordweb

Vijfenveertighonderd jaar geleden hebben de oude
Egyptenaren piramides gebouwd met enorme stenen blokken.
zelfstandig naamwoord
A
jaar
B
Egyptenaren
C
piramides
D
blokken

Slide 17 - Quizvraag

Dit roept twee vragen op.

rangtelwoord passend bij twee

Slide 18 - Open vraag

Persoonlijk voornaamwoord
Het persoonlijk voornaamwoord verwijst naar een persoon of personen.

Slide 19 - Tekstslide

Persoonlijk voornaamwoord
ik                           jij / je                      hij                                wij / we              

mij / me             jou                           zij / ze                        zij / ze

                              u                               het                              jullie / hen / hun

                                                                hem / haar              ons

Slide 20 - Tekstslide

Lesdoel
Ik kan het persoonlijk voornaamwoord vinden in een zin.

Slide 21 - Tekstslide

Zullen we bij jou of bij mij afspreken?
A
Zullen
B
we
C
jou
D
mij

Slide 22 - Quizvraag

Ik kom wel naar jou toe.

Slide 23 - Open vraag

Zal ik Sem dan ook vragen?

Slide 24 - Open vraag

Ja, want hij vindt het ook altijd gezellig.

Slide 25 - Open vraag

Ik zie jullie straks

Slide 26 - Open vraag